Uitgelicht

Vrijheid en een persoonlijk CO2 budget

Rabobankeconoom Barbara Baarsma schijnt zich de woede van half (of misschien wel meer) Nederland op de hals te hebben gehaald. In de strijd tegen de CO2 uitstoot kwam Baarsma met het idee om de maximale uitstoot van Nederland eerlijk te verdelen over alle Nederlanders. Kom je niet uit met het je toebedeelde deel, dan koop je bij van iemand die ‘over’ heeft. “Zo’n voorstel gaat natuurlijk lijnrecht in tegen zo’n beetje iedere gangbare opvatting over vrijheid en gelijkwaardigheid,” oordeelt Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard. “ontzettend guitig klassenmaatschappij-ideetje hoor, maar je CO2-paspoort kan de tering krijgen zolang de Shells, BP’s en Tata Steels gestut door elke overheid van deze wereld doen wat ze doen,” aldus Tim Hofman die wordt geciteerd in een artikel bij Metronieuws. Is het wel zo’n slecht idee? Worden vrijheid en gelijkwaardigheid hierdoor aangetast?

Eerst even rekenen. Nederland stootte in 1990 163 miljard kilogram CO2 equivalent uit. Volgens de Parijse afspraken moet dit in 2030 49% minder zijn. Dan resteren een kleine 84 miljard kilogram. Delen we dat door 17,6 miljoen (het aantal Nederlanders) dan mag iedere Nederlander iets meer dan 47.700 kilogram uitstoten. De gemiddelde Nederlander stoot ruim 9.000 kilogram uit met zijn gedrag. Dat is dubbel zoveel als de gemiddelde aardbewoner. Bij een eerlijke verdeling van de hoeveelheid voor 2030 houdt de gemiddelde Nederland 38.000 kilogram over die verkocht kunnen worden. Als die gemiddelde Nederlander in 2030 ook 49% bespaart, dan kunnen nog 4.500 kilogram meer worden verkocht. Aangezien Shell geen persoon is krijgt het bedrijf geen budget, geen enkel bedrijf trouwens. Daarom zullen bedrijven in de rij staan om een deel van je budget te kopen. Immers zonder budget, geen uitstoot. Dat kan een aardige cent opleveren.

Shell en al die andere bedrijven zullen die aardige cent aan kosten voor CO2 inkoop verrekenen in hun productprijzen. De prijs van een liter benzine zal erdoor stijgen net als de prijs van een vliegticket, een auto, en eigenlijk de prijs van alles. Alles waar CO2 uitstoot voor nodig is, wordt duurder. Je kunt vervolgens kiezen hoe je dat geld besteedt. Voordeel van deze manier van werken is dat de kosten van de CO2 vervuiling in de prijs van producten wordt meegenomen. Dit maakt voor de koper duidelijk wat die vervuiling kost. Wil je vliegen, dan betaal je een flinke prijs voor de CO2 uitstoot. Zo koop je dan een deel van je verkochte CO2 weer terug. Als je dan als ‘privéjet bezitter’ een retourtje naar Ibiza wilt maken dan weet je wat je aan extra kosten voor je CO2 uitstoot moet betalen, het gemiddelde jaarlijks gebruik van een Europeaan. Je kunt dat geld natuurlijk ook steken in het isoleren van je huis en in zonnepanelen waardoor je nog minder CO2 voor jezelf nodig hebt. Het geeft de bedrijven de prikkel om te zoeken naar productiewijzen die de CO2 uitstoot verminderen. Dat maakt hun producten immers goedkoper. De ‘Shells en Tata Steels’ worden zo niet gestut, maar uitgedaagd. Vanuit dit oogpunt bekeken is het verdelen van de ‘uitstootruimte’ over de inwoners geen verkeerd idee.

Dan het ‘klassenmaatschappij’ en het ‘ingaan tegen opvattingen over vrijheid en gelijkwaardigheid’. Willemsen: “Het wordt leuk verpakt maar de gemiddelde Nederlander zou dan dus gewoon regelrecht worden beteugeld in zijn doen en laten, omdat D66’ers als Baarsma zo graag extra willen vliegen.” Bijzonder aan Willemsens betoog is dat het zichzelf in de staart bijt. Om dat uit te leggen neem ik de inaugurale rede van Isaiah Berlin erbij. Een rede met als titel Twee opvattingen over vrijheid.  Berlin ziet twee concepten van vrijheid. De ene noemt hij negatieve vrijheid, de vrijheid van dwang en inmenging door anderen en die anderen kan ook een overheid zijn. De tweede noemt hij positieve vrijheid en dat is de vrijheid om te doen wat de persoon wil. Die twee opvattingen zijn, zo betoogt Berlin, onverenigbaar.

Willemsen lijkt vrijheid te zien als ‘kunnen doen en laten wat je wilt’, positieve vrijheid en ziet Baarsma’s voorstel als een beperking hiervan. Met zijn betoog tegen deze inbreuk op de negatieve vrijheid, bereikt hij precies dat wat hij niet wil en dat is, om het in zijn woorden te zeggen dat: “Het (…) leuk (wordt) verpakt maar de gemiddelde Nederlander (wordt) regelrecht (…) beteugeld in zijn doen en laten, omdat D66’ers als Baarsma zo graag extra willen vliegen.” De ‘gemiddelde Nederlander’ wordt ook nu al ‘beteugeld in zijn doen en laten’ en dus in zijn positieve vrijheid. Zo kan de gemiddelde Nederlander ook nu al niet met een privéjet naar Ibiza vliegen. Daarvoor ontbreekt het geld. Het CO2 budget vergroot de financiële mogelijkheden van die gemiddelde Nederlander juist en dus zijn positieve vrijheid om te doen wat hij wil door het extra geld wat ter beschikking komt door de verkoop van het overschot van het CO2 budget. De mogelijkheden van die ‘D66ers die extra willen vliegen’ worden erdoor beperkt. Zij moeten extra CO2 budget kopen wat hun mogelijkheden beperkt.

Alleen door de negatieve vrijheid te beteugelen, wordt de positieve vrijheid voor iedereen vergroot. Vergroten van de negatieve vrijheid voor iedereen betekent het beperken van de positieve vrijheid voor velen. Het vergroten van de positieve vrijheid door het verbod op moord op te heffen, verkleint de positieve vrijheid van iedereen. Het verbod om slaven te houden verkleinde de negatieve vrijheid van slavenhouders maar vergrote de positieve vrijheid van iedereen omdat niemand meer in slavernij kon vervallen.

Nemr en rationele argumenten.

Programmamaker Tim Hofman heeft een documentaire gemaakt over het probleem van vluchtelingenkinderen die al jaren in Nederland wonen en zelfs hier zijn geboren. Hofman wil  dat deze kinderen in Nederland mogen blijven en is daarvoor een burgerinitiatief gestart. In de documentaire de levensverhalen van enkele van deze kinderen. De hoofdrol, als je het zo mag noemen, is weggelegd voor Nemr. Nemr is, acht, bijna negen, is in Nederland geboren en heeft in zijn leven al in een stuk of acht asielzoekerscentra gewoond. Nemr stal, zoals Bert Wagendorp het in zijn column zegt: “alle harten,” maar.. 

Dijkhoff

Foto: Flickr

“Dat is niet het einde van het verhaal,” schrijft Wagendorp. In de discussie over asielzoekers en vooral kinderen is er sprake van morele verontwaardiging. “Kenmerk van morele verontwaardiging is, dat ze een redelijke discussie op basis van rationele argumenten meteen doodslaat.,”  aldus Wagendorp. “Morele verontwaardiging is altijd selectieve verontwaardiging en in dit geval niets anders dan het politiek correcte uitvloeisel van de decennia-oude onmacht van politici om de asielproblematiek redelijk en rechtvaardig te regelen. Klaas Dijkhoff moet met papa en mama maar eens bespreken hoe dat moet. Zolang dat niet gebeurt, kun je wachten op volgende Nemrs.” Zo concludeert Wagendorp en daar heeft hij een punt. 

Over rechtvaardigheid kun je hele bomen opzetten. Naar aanleiding van een besluit van Dijkhoff als staatssecretaris heb ik dat al eens gedaan. Dijkhoff weigerde toen een gehoorimplantaat voor een driejarig meisje te vergoeden omdat de asielaanvraag van haar Afghaanse ouders was afgewezen. Als we naar Nemr kijken dan moeten we de volgende vraag beantwoorden; waarin verschilt Nemr van mijn zoon? In heel veel maar daar gaat het nu niet om. Mijn zoon is achttien, bijna negentien jaar geleden geboren in Nederland. Nemr tien jaar later. Wat maakt dat mijn zoon in Nederland mag blijven en Nemr weg moet? 

Hierop kun je hele verhalen ophangen over de Nederlandse nationaliteit van mij en mijn vrouw en dat de ouders van Nemr Irakees zijn en dat dat maakt dat mijn zoon Nederlander is en Nemr niet. Is dat rationeel of het uitvloeisel van een emotionele politieke keuze in het verleden? Een keuze die ook anders had kunnen uitvallen.

Hierop kunnen hele verhalen worden opgehangen over de ouders van Nemr. Vluchtelingen uit Irak die hier al negen jaar verblijven en geen aanspraak kunnen maken op een verblijfsstatus. Daarover kun je heel veel zeggen en je kunt er nog meer van vinden. Wat erover te zeggen valt, zegt iets over zijn ouders en over de Nederlandse asielprocedures. Maar wat zegt het over Nemr?