Proletariërs aller landen …

Mijn identiteit? Witte cis-gender man, 40-er, hetero, geen beperking, ongelovig, ‘gewone achternaam’, uit een arbeidersgezin. Doorsnee, eigenlijk. Ik heb werk, een mening en ben niet op m’n mondje gevallen. Makkelijk.” Zo beschrijft SP-raadslid Martijn Tonies uit Oss zich in een artikel bij Joop. Een artikel waarin hij pleit voor: “meer aandacht voor identiteit graag, de klassenstrijd kan niet zonder!” Ook binnen een vakbond.

Bron: Wikimedia Commons

Ik zou mijn ‘identiteit’ of,  zoals ik het zelf noem mijn persoonlijkheid, anders omschrijven dan de manier waarop Tonies de zijne beschrijft, maar dat laat ik even passeren. Waar het mij om gaat is zijn roep om meer aandacht voor identiteit in de klassenstrijd. Nu hebben we het begrip Klassenstrijd te danken aan de Fransman, historicus en politicus François Guillaume Guizot en is het bekend geworden omdat Karl Marx en zijn kompaan Friedrich Engels het gebruikten in hun Communistisch manifest. Voor beiden is het een strijd tussen de door Baudet aanbeden bourgeoisie en het proletariaat, een strijd tussen en om productiemiddelen en productieverhoudingen. Een strijd die uiteindelijk via een proletarische revolutie zou leiden tot een klasseloze maatschappij.

Die revolutie is nog steeds niet uitgebroken. Sterker nog, de multimiljardair en ‘super belegger’ Warren Buffet ziet, tot zijn spijt, een heel andere uitkomst: ‘Er is wel degelijk een klassenstrijd gaande, maar het is mijn klasse die de strijd voeren en we zijn aan de winnende hand.’ Tot zijn spijt omdat Buffet pleit voor een eerlijker belastingstelsel. Een belastingstelsel waarin hij, om hem te parafraseren ‘wel meer belasting betaalt dan zijn secretaresse’. Ik neem aan dat Tonies de strijd tegen die door Buffet bedoelde ‘winnende klasse‘ wil aangaan. 

Tonies wil daarbij ‘meer aandacht voor identiteit’. Hij wil dat omdat tot welke klasse je hoort: “grotendeels (wordt) bepaald door je identiteit. Wie anders beweert, sluit opzettelijk de ogen voor de effecten van politieke keuzes en bijhorende systemen in onze maatschappij.” Ik vraag me af of dat zo is. Inderdaad kun je in de klassenstrijd een: “fatsoenlijk loon,” voor jongeren regelen. Ook het voorkomen dat: “je eruit geknikkerd wordt omdat je ‘te oud bent’” kan een onderdeel van de klassenstrijd zijn. De Klassenstrijd handelt immers over productiemiddelen en productieverhoudingen en beide voorbeelden handelen over de kosten van arbeid. Maar is een klassenstrijd werkelijk het aangewezen ‘slagveld’ om iets te regelen: “Als jouw achternaam er voor zorgt dat je kans op werk op voorhand al lager is dan iemand met een strafblad”? Vakbonden kunnen zich inzetten voor betere arbeidsvoorwaarden, een hoger loon en gelijke behandeling en beloning bij gelijk werk, voor een betere behandeling en beloning van het productiemiddel arbeid en dus voor een andere verhouding tussen de productiemiddelen kapitaal en arbeid. 

Zijn de kleur van iemands huid, de achternaam of seksuele geaardheid, anders dan wellicht in de prostitutie, een productiemiddel? Doet de geaardheid van een glazenwasser ertoe? Inderdaad kan je achternaam, je huidskleur of je seksuele geaardheid ervoor zorgen dat je kans op een baan kleiner is en dat zou niet mogen. Daartegen moeten we strijden en daarbij staan we: “schouder aan schouder, respecteren de ander en zijn elkaars steun in de rug: we zijn solidair met elkaar. Jouw strijd is mijn strijd,” schrijft Tonies en daarin steun ik hem. 

Alleen moet de strijd op het juiste ‘slagveld’ worden geleverd. De klassensstrijd is de strijd tussen productiemiddelen en productieverhoudingen. Een ‘strijd’ waar het nog steeds belangrijk is dat de ‘proletariërs aller landen zich verenigen’. Iets wat erg lastig is omdat die ‘vereniging’ net als in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, nog steeds wordt belemmerd door nationalistische belangen. Of om het in moderne termen te zeggen ‘identiteiten’. De strijdt voor gelijke kansen moet worden gestreden op het politieke slagveld. En dan vooral door het geven van het goede voorbeeld want bij wet heeft iedereen al gelijke kansen. Maar ook in de handhaving van die wetgeving. Dus het optreden tegen, en bestraffen van overtredingen.

Zou het bij de strijd voor gelijke kansen helpen als iedere groep haar eigenheid benadrukt? Om net als de proletariërs vóór de Eerste Wereldoorlog te kiezen voor de eigen ‘identiteit’? Leg je zo niet de nadruk op verschillen? Zou die nadruk op de eigenheid werkelijk de strijd om gelijke kansen verder helpen? Is het wedervaren van de proletariërs van voor de Eerste Wereldoorlog niet een goed voorbeeld van wat er dan kan gebeuren? Namelijk dat je door die nadruk op de ‘eigenheid’ juist het risico loopt om, wellicht niet letterlijk zoals de proletariërs, op het ‘slagveld’ tegen elkaar uitgespeeld te worden? 


Leven in Allenistan

De Nederlandse staat doet er alles aan om mijn mijn recht als volk op zelfbeschikking te ontnemen. Ze blijft mij lastigvallen met blauwe brieven. Als ik volhoud en deze niet betaal, dan valt Nederland mijn land binnen en ontvoert mij naar een gevang in Nederland. Ik ben dan wel maar een heel klein volk, maar toch. Als volkeren recht hebben op zelfbeschikking, dan geldt dat voor alle volkeren dus ook voor mij als volk. Dit kwam bij me op toen ik het artikel van Ewout van den Berg bij Joop las.

karl marx

Foto: Flickr

“De Spaanse staat doet er alles aan om de Catalanen hun recht op zelfbeschikking te ontnemen.” Aldus de eerste zin van zijn artikel waarin hij beweert dat een socialist het recht op zelfbeschikking van de Catalanen wel moeten erkennen, neutraal blijven in dit conflict is niet mogelijk. Maar dit betekent niet dat: “socialisten illusies koesteren in een eigen staat. De Catalanen kunnen breken met Rajoy en de Spaanse staat, maar zolang er niet gebroken wordt met het kapitalisme zullen publieke voorzieningen in Catalonië evengoed geprivatiseerd worden als dit is wat nodig is om de winsten van het ‘eigen’ bedrijfsleven te verhogen.” 

Nu zijn er goede redenen om publieke voorzieningen niet te privatiseren en de huidige vorm van kapitalisme eens grondig op de schop te gooien. Iets wat de Ballonnendoorprikker al veel langer wil. Zou ik dan op de steun van Van den Berg mogen rekenen als ik me morgen onafhankelijk verklaar? Als ik gebruik maak van mijn recht als volk op zelfbeschikking? Dan kan ik immers ‘breken met het kapitalisme’ en mijn eigen samenleving inrichten. Nou ja samenleving, meer een ‘alleenleving’ omdat mijn samenleving uit mij alleen bestaat en als jullie dat ook allemaal doen, dan bestaat de hele wereld uit individuen met zelfbeschikking en onafhankelijkheid.

Absurd? Waarschijnlijk wel. Toch is dit een logische conclusie uit de redenering van Van den Berg. Want als de Catalanen of de Limburgers recht hebben op zelfbeschikking, dan hebben de Barcelonezen en Venlonaeren dat ook, en zo kun je doorgaan tot op het individuele niveau. Zou dat wenselijk zijn? Iedereen zijn Allenistan?

In de Volkskrant concludeerde de Amerikaanse hoogleraar: “waarschijnlijk worden absolute eisen tot zelfbeschikking een bron van geweld.” Zouden we niet precies de andere kant op moeten, niet zelfbeschikking maar ‘samenbeschikking’? Naar een post nationale samenleving? Een samenleving voorbij de natiestaat? Zou dat socialisten niet meer aan moeten spreken dan zelfbeschikking, dan worden immers de proletariërs aller landen verenigd? Dit schrijvend, realiseer ik me dat de wind de andere kant opwaait. Zie bijvoorbeeld het nieuwe kabinet dat juist ‘nationale trots’ wil aankweken via bijvoorbeeld ‘Wilhelmuskunde’.