Monniken en kappen

Via een nieuwsflits van een bedrijf las ik over het begrip ‘ de omgekeerde toets’. Wat het is? “Bij de omgekeerde toets worden – kort gezegd – de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet schuldhulpverlening zó uitgevoerd dat niet de bepalingen in die wetten voorop staan, maar de doelen van die wetten en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft. Vervolgens wordt bezien of die maatwerkvoorziening kan worden geleverd op grond van genoemde wetten.” Volgens de auteur van het artikel, Guido le Noble, een nieuwe omschrijving voor ‘maatwerk’ en daar heeft hij een punt. 

monniken

Illustratie: Flickr

U schiet vast in de lach als ik beweer dat er geen sector zo vernieuwend is als de overheid. Immers, als er één sector bekend staat als star en behoudend, dan is het de overheid. Behalve dan op het terrein van ‘oude wijn in nieuwe zakken’: een nieuw woord voor iets ouds. Meestal een term die het doet voorkomen alsof het een ‘fris nieuw product’ betreft. Neem het woord ‘ombuigen’ als vervanger voor bezuinigen. Klinkt lang niet zo pijnlijk. Dat even terzijde.

Onder het artikel een reactie van een lezer Corné Stoop die eindigt met: Mijn taak is te toetsen aan wet- en regelgeving waaronder onze verordeningen en beleidsregels. Echter voel ik vanuit de organisatie en collega’s een toenemende druk om buiten deze wettelijke kaders te denken. Ik weet soms niet meer waaraan ik moet toetsen, aan wet- en regelgeving of aan bepaalde standpunten van bijvoorbeeld onze managers of medewerkers. Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling, al dat gemarchandeer met regelgeving. Het werkt willekeur in de hand en de rechtsongelijkheid in de casuïstiek zal alleen maar toenemen.” Begrijpelijk die vrees van een uitvoerder. 

Of toch niet? Inderdaad leidt het selectief omspringen, of marchanderen met regels tot onduidelijkheid of willekeur. Nu is er iets vreemds met regels en maatwerk. Is maatwerk wel te leveren via ‘regels’? Zoals ik begrepen heb, beoogt de wetgever met de  Jeugdwet en de Wmo maatwerk te leveren. Zouden die regels voor de uitvoering dan niet  moeten worden afgeschaft? Of begint het leveren van maatwerk en het voorkomen van ‘willekeur’ niet ergens anders? Niet bij de regels maar bij de persoon die ondersteuning nodig heeft? Als die persoon, zijn levensomstandigheden en zijn vraag uniek zijn en dat wordt als uitgangspunt genomen, kan een oplossing voor zijn vraag dan leiden tot rechtsongelijkheid? Is er dan een ‘precies gelijke monnik die vervolgens kan claimen recht te hebben op precies dezelfde ‘kap’?

 

 

Paarse T-Ford

Het draait niet meer om grote instituties en instellingen maar om maatwerk, innovatie en informele oplossingen. Laten we in 2018 de nieuwe lichtpuntjes van vandaag waarderen, in plaats van de achterhaalde idealen van vroeger.” Met deze zinnen sluiten Felix Kievit en Levi van Dam hun artikel bij Joop af. Dit is de uitdaging waar Nederland volgens Kievit en Van Dam voor staat op het gebied van zorg en ondersteuning. Zij verzetten zich tegen: “heimwee naar vroeger de oplossing voor problemen van nu.” Kiezen tussen ‘instituten’ of ‘maatwerk’, dan is de keuze duidelijk.

T-Ford

Foto: Flickr

De auteurs schetsen een tegenstelling tussen grote instituties en instellingen aan de ene kant en maatwerk, innovatie en informele oplossingen aan de andere kant. Ongeveer de gehele gemeentelijke overheid gaat mee in deze tegenstelling en is daarom druk met ‘wijkteams’. De wijk is de nieuwe maat der dingen want op wijkniveau kun je maatwerk leveren en werken aan die informele oplossingen. Klein is flexibel en innovatief, groot is log, procedureel en bureaucratisch. Op grotere schaal lijkt dat niet te kunnen.

Nu kon het innovatieve Ford in de begintijd van de T-ford geen maatwerk leveren, die was in alle kleuren te verkrijgen zolang als het maar zwart was. Dat weerhield velen er niet van om toch een T-Ford aan te schaffen. Phillips was, tot de jaren van de ‘aandeelhouderswaarden’, een van de meest innovatieve bedrijven, we hebben er onder andere de cd aan te danken. Jammer genoeg waren ze wat minder in marketing. En nu is een van de grootste organisaties in de thuiszorg Buurzorg van Jos de Blok. Buurtzorg wordt geroemd om al die zaken waar het volgens de auteurs nu om draait. Zouden grote ‘instituties’ echt niet innovatief zijn en geen maatwerk kunnen leveren?

Als Buurtzorg het kan, als Phillips en Ford het konden en wellicht nog wel kunnen, waarom zouden andere grote instituties en instellingen dan niet kunnen zorgen voor maatwerk, innovatie en informele oplossingen? Creëren de auteurs niet een schijntegenstelling? Een schijntegenstelling die tot gevolg heeft dat veel energie lekt naar structuurdiscussies (grootte van organisaties) terwijl innovatie, maatwerk en informele oplossingen een kwestie van cultuur, van mentale instelling en houding is?