‘Snelwaarheid’

Zucht … . Dat is wat ik dacht toen ik een bijdrage van Jan van Zanen, de voorzitter van de VNG, de club van Nederlandse gemeenten, op de site Binnenlandsbestuur las. Van Zanen pleit voor uitbreiding van de gemeentelijke mogelijkheid om belasting te innen. Die mogelijkheid is nu erg beperkt. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van het geld dat zij nodig hebben, afhankelijk van het Rijk. Van Zanen pleit voor grotere zelfstandigheid zowel in handelen als in financiën. Een pleidooi waar wat voor is te zeggen, ook tegen, maar daar gaat het mij nu niet om. 

Het gaat mij om de volgende zin: “Juist omdat gemeenten dicht bij de inwoners staan, kunnen wij maatwerk leveren en efficiënter werken. Dat doen we graag, voor onze inwoners.” Een zin waarop tegenwoordig hele ‘werelden’ worden gebouwd. 

Bron: Pixabay

De zin bevat misschien ergens een kern van waarheid, maar welke?  De gemeente staat het dichtst bij de inwoners? Fysiek is het gebouw van de Belastingdienst voor mij dichterbij. Trouwens ook voor wat betreft contacten heb ik meer met de ‘blauwe enveloppe’. In mijn gedachten zijn de wereld en Europa dichterbij. In mijn dagelijkse leven zijn mijn familie en vrienden het dichtst bij mij. Voor veel mensen is de gemeente, net als iedere andere overheid, een ver-van-hun-bed-show. Draait het in het leven in het algemeen en in de zorg voor mensen niet veeleer om nabij in plaats van dichtbij? Om houding in plaats van geografie?

Of zit de kern in ‘dichtbij en maatwerk kunnen leveren’? Maar klopt dat wel? Is het werkelijk zo dat je ‘dichtbij’ het beste maatwerk kunt leveren? Als ik kijk naar zeer veel jeugdigen dan levert Mac Donalds voor hen prachtig maatwerk. Veel passender dan de ‘frietkot’ om de hoek. Die eigenaar van die ‘frietkot’ woont bij zijn zaak. De Mac wordt aangestuurd vanuit Chicago.

Zou die kern kunnen zitten in het ‘dichtbij efficiënter kunnen werken’? Een mooie bewering alleen vraag ik me af hoe je dichtbij iedereen een open hartoperatie efficiënt kunt organiseren? Het lijkt mij dat je zoiets efficiënter op een grotere schaal kunt organiseren. Zou de organisatieschaal niet af moeten hangen van het probleem?

Daar komt bij dat je grote en kleine gemeenten hebt. Amsterdam is groter dan Vlieland. Als het werkelijk zo is dat gemeenten, een kleinere schaal dan rijk of provincie, beter en efficiënter maatwerk kunnen leveren. Zou je dan logisch redenerend niet ook kunnen zeggen dat de schaal ‘Amsterdam’ te groot is en dat we allemaal naar de schaal ‘Vlieland’ moeten?

Een zin die alle kenmerken vertoont van wat Alessandro Baricco in zijn laatste boek The Game  een ‘snelwaarheid’ noemt. Een: “waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.” En ‘snelwaarheid’ is ‘van horen zeggen’ waar verpakt in een mooi verhaal, ‘storytelling’. “Storytelling is niet iets wat de realiteit verpakt, of vermomt, of verfraait: het is iets dat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die zijn.” Om het kort en in eigen woorden te zeggen: een mooi verhaal dat ‘waarder’ lijkt te worden naarmate het vaker wordt verteld.

Monniken en kappen

Via een nieuwsflits van een bedrijf las ik over het begrip ‘ de omgekeerde toets’. Wat het is? “Bij de omgekeerde toets worden – kort gezegd – de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet schuldhulpverlening zó uitgevoerd dat niet de bepalingen in die wetten voorop staan, maar de doelen van die wetten en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft. Vervolgens wordt bezien of die maatwerkvoorziening kan worden geleverd op grond van genoemde wetten.” Volgens de auteur van het artikel, Guido le Noble, een nieuwe omschrijving voor ‘maatwerk’ en daar heeft hij een punt. 

monniken

Illustratie: Flickr

U schiet vast in de lach als ik beweer dat er geen sector zo vernieuwend is als de overheid. Immers, als er één sector bekend staat als star en behoudend, dan is het de overheid. Behalve dan op het terrein van ‘oude wijn in nieuwe zakken’: een nieuw woord voor iets ouds. Meestal een term die het doet voorkomen alsof het een ‘fris nieuw product’ betreft. Neem het woord ‘ombuigen’ als vervanger voor bezuinigen. Klinkt lang niet zo pijnlijk. Dat even terzijde.

Onder het artikel een reactie van een lezer Corné Stoop die eindigt met: Mijn taak is te toetsen aan wet- en regelgeving waaronder onze verordeningen en beleidsregels. Echter voel ik vanuit de organisatie en collega’s een toenemende druk om buiten deze wettelijke kaders te denken. Ik weet soms niet meer waaraan ik moet toetsen, aan wet- en regelgeving of aan bepaalde standpunten van bijvoorbeeld onze managers of medewerkers. Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling, al dat gemarchandeer met regelgeving. Het werkt willekeur in de hand en de rechtsongelijkheid in de casuïstiek zal alleen maar toenemen.” Begrijpelijk die vrees van een uitvoerder. 

Of toch niet? Inderdaad leidt het selectief omspringen, of marchanderen met regels tot onduidelijkheid of willekeur. Nu is er iets vreemds met regels en maatwerk. Is maatwerk wel te leveren via ‘regels’? Zoals ik begrepen heb, beoogt de wetgever met de  Jeugdwet en de Wmo maatwerk te leveren. Zouden die regels voor de uitvoering dan niet  moeten worden afgeschaft? Of begint het leveren van maatwerk en het voorkomen van ‘willekeur’ niet ergens anders? Niet bij de regels maar bij de persoon die ondersteuning nodig heeft? Als die persoon, zijn levensomstandigheden en zijn vraag uniek zijn en dat wordt als uitgangspunt genomen, kan een oplossing voor zijn vraag dan leiden tot rechtsongelijkheid? Is er dan een ‘precies gelijke monnik die vervolgens kan claimen recht te hebben op precies dezelfde ‘kap’?

 

 

Paarse T-Ford

Het draait niet meer om grote instituties en instellingen maar om maatwerk, innovatie en informele oplossingen. Laten we in 2018 de nieuwe lichtpuntjes van vandaag waarderen, in plaats van de achterhaalde idealen van vroeger.” Met deze zinnen sluiten Felix Kievit en Levi van Dam hun artikel bij Joop af. Dit is de uitdaging waar Nederland volgens Kievit en Van Dam voor staat op het gebied van zorg en ondersteuning. Zij verzetten zich tegen: “heimwee naar vroeger de oplossing voor problemen van nu.” Kiezen tussen ‘instituten’ of ‘maatwerk’, dan is de keuze duidelijk.

T-Ford

Foto: Flickr

De auteurs schetsen een tegenstelling tussen grote instituties en instellingen aan de ene kant en maatwerk, innovatie en informele oplossingen aan de andere kant. Ongeveer de gehele gemeentelijke overheid gaat mee in deze tegenstelling en is daarom druk met ‘wijkteams’. De wijk is de nieuwe maat der dingen want op wijkniveau kun je maatwerk leveren en werken aan die informele oplossingen. Klein is flexibel en innovatief, groot is log, procedureel en bureaucratisch. Op grotere schaal lijkt dat niet te kunnen.

Nu kon het innovatieve Ford in de begintijd van de T-ford geen maatwerk leveren, die was in alle kleuren te verkrijgen zolang als het maar zwart was. Dat weerhield velen er niet van om toch een T-Ford aan te schaffen. Phillips was, tot de jaren van de ‘aandeelhouderswaarden’, een van de meest innovatieve bedrijven, we hebben er onder andere de cd aan te danken. Jammer genoeg waren ze wat minder in marketing. En nu is een van de grootste organisaties in de thuiszorg Buurzorg van Jos de Blok. Buurtzorg wordt geroemd om al die zaken waar het volgens de auteurs nu om draait. Zouden grote ‘instituties’ echt niet innovatief zijn en geen maatwerk kunnen leveren?

Als Buurtzorg het kan, als Phillips en Ford het konden en wellicht nog wel kunnen, waarom zouden andere grote instituties en instellingen dan niet kunnen zorgen voor maatwerk, innovatie en informele oplossingen? Creëren de auteurs niet een schijntegenstelling? Een schijntegenstelling die tot gevolg heeft dat veel energie lekt naar structuurdiscussies (grootte van organisaties) terwijl innovatie, maatwerk en informele oplossingen een kwestie van cultuur, van mentale instelling en houding is?