… en dingen die voorbij gaan.

Bij De Correspondent poogt Joris Luyendijk om het gesprek tussen mensen in verschillende ‘bubbels’ aan te zwengelen en te bevorderen. Hiervoor heeft hij gesproken met enkele PVV-kiezers. Die zitten immers niet in de ‘Correspondentbubbel’. Na deze gesprekken concludeert hij: “Eigenlijk alle PVV’ers die ik spreek worstelen met echte pijn: het Nederland waarvan ze hielden is er niet meer. Deze mensen hebben het gevoel dat hun ‘iets’ is afgenomen. Ze vullen dit ‘iets’ verschillend in, afhankelijk van of ze in een volksbuurt wonen of een vinexwijk, of ze ondernemer zijn of gepensioneerd, enzovoort. Maar steeds hoor ik dat gemis in de verhalen door.” 

john-deere

Foto: Agrifoto

Ja, ik zou willen dat ik nog steeds dat jochie van zes was op de tractor bij mijn vader en op schoot bij mijn moeder. Ik zou willen dat ik nog steeds die snelle rechtsbuiten was die ik op mijn achttiende was. Dat ik nog steeds een pilsje kon drinken voor één gulden en een kwartje. Ik zou willen dat ik nog steeds de vrijheid en de ‘onbegrensde’ mogelijkheden had, die ik als student van tweeëntwintig had. Dat ik ook nu nog naar Rock Werchter kon voor vijftig gulden en daar kon genieten van The Eurytmics, The Simple Minds, U2 en Peter Gabriel. Of naar een optreden van de Ramones. Of naar de jaren negentig, toen ik mijn vrouw leerde kennen en we ons huis kochten. Naar begin deze eeuw toen onze kinderen werden geboren. Dit natuurlijk wel met behoud van mijn huidige kennis en ervaring, salaris en alle goede dingen van nu.

Helaas, zijn mijn ouders overleden. Ben ik inmiddels vijftig en zit voetbal er door een blessure niet meer in. Is een pilsje tegenwoordig vier keer zo duur. Beperken mijn leeftijd en keuzes uit het verleden mijn mogelijkheden voor de toekomst. Zit die line up er bij Rock Werchter niet meer in en zijn de Ramones op Marky na allemaal dood.

Daar komt bij dat ik op die tractor zat midden in de Koude Oorlog, de eerste oliecrisis en het terrorisme van de RAF, de Rode Brigades, de IRA en onze Molukse medelanders. Rende ik als rechtsbuiten over de velden tijdens de economische crisis van de jaren tachtig. Was het in de jaren negentig lastig om dat huis te kopen en een passende plek op de arbeidsmarkt te vinden. Vlogen er vliegtuigen in gebouwen toen mijn zoontje bij mij op schoot zat en met mijn dochtertje toen er treinen in Madrid explodeerden.

Zou dat voor de PVV-kiezer anders zijn? Zou dat ‘Nederland waar ze van hielden’ ooit hebben bestaan?

Jan

Joris Luyendijk wil praten want Nederland valt uiteen. Zo luidt tenminste de titel van zijn oproep bij De Correspondent. Al in de eerste zin schetst hij wat in zijn ogen het probleem is: “Het is lang geleden dat we in ons land zo tegenover elkaar stonden. In de media, de Tweede Kamer en helemaal op internet lijkt het bijna alsof we het gewoon verleerd zijn: zonder ruzie een gesprek voeren over onze verschillen.”

ikke

Illustratie: Design Thinking by Doing – WordPress.com

Volgens Luyendijk zitten we vast in ‘de bubbel van ons eigen gelijk’ en graven we ons daar zo diep in dat een gesprek met iemand van buiten je ‘bubbel’ niet meer wordt gevoerd. Luyendijk wil gesprekken tussen ‘bubbels’ aanzwengelen: “Het internet is een plek waar je heel gemakkelijk ruzie krijgt. Maar het is ook een plek waar je heel goed verhalen en gedachten met elkaar kunt delen. Anderen kunnen daar weer heel makkelijk bij om dit te lezen, om daarna hun eigen visie te geven.” Gedachten wisselen spreekt de Ballonnendoorprikker wel aan, dat probeert hij immers ook. Luyendijk sluit af met een vraag aan de lezers: “Heb jij ervaringen opgedaan waardoor je vertrouwen in de gevestigde politiek werd geschaad? Waar maak jij je het meeste zorgen over? En waaruit put je hoop?” Onder het artikel een hele litanie aan klachten over de politiek, de elite, de politieke partijen enzovoort.

Hieraan moest ik denken toen ik vanmorgen de herdenkingsdienst van Jan, de vader van een vriend, bijwoonde. Jan was een eenvoudige hardwerkende man die van een grapje hield en wiens enige ‘zonde’ was dat hij vals speelde bij het kaarten. Iets wat iedereen die met hem speelde wist en wat tijdens de dienst ook vaak werd aangehaald. Een herdenkingsdienst is immers om alle mooie en dierbare momenten te delen en de bijzondere eigenschappen van de overledene de revue te laten passeren.

Een van de sprekers haalde aan dat Jan wars was van dikdoenerij, dat hij een hekel had aan opscheppers, mensen die zich opblazen om maar te laten zien hoe goed ze zijn. Iets wat ik ook in mijn ouders herkende en er bij mij is ingestampt: “Doot mar gewoën daan duis se al gek genög,” zoals mijn moeder, van dezelfde generatie als Jan, altijd zei.

Zou dat de kwaal van het huidige tijdsgewricht kunnen zijn? De oorzaak van het verlies in vertrouwen in wie dan ook en het tegenover elkaar staan van mensen in de samenleving? De dikdoenerij, de ego-opblazerij en de nadruk op het ik en het eigen gelijk?