Vrijheid en slavenmoraal

“Door het ontstaan van fusiepartijen als het CDA, Christen Unie en GroenLinks zijn de onderlinge verschillen tussen de politieke partijen verdwenen. Er is een sociaal-liberaal midden ontstaan dat ons land al een halve eeuw regeert, waarbij het weinig uitmaakt of dat uit centrumlinkse of centrumrechtse partijen bestaat.” Zo begint Henk Strating zijn betoog op de site Opiniez. Als Strating bedoelt dat de vele partijen weinig van elkaar verschillen, dan heeft hij een punt.

Nietzsche-Denkmal_Naumburg_2013

Foto: Wikipedia

Gelukkig zijn er sinds de eeuwwisseling alternatieven, aldus Strating: “Fortuyn, Wilders en Baudet hebben er met hun LPF, PVV en Forum voor Democratie een bres in geslagen.” Die hebben, zo beweert Strating, het lef om zich te onderscheiden. De essentie van dat onderscheiden vat Strating in één woord samen: “vrijheid. En dan vooral het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting. Pim Fortuyn sprong daarvoor in de bres en wilde daarom het verbod op belediging en discriminatie afschaffen. De PVV voert vrijheid zelfs in de naam van de partij. Maar het meest duidelijk is het bij Thierry Baudet van het Forum voor Democratie.” 

Heb ik het dan helemaal verkeerd gezien, gelezen en gehoord de afgelopen jaren? Verkeerd gezien dat de partij die vrijheid in haar naam voert, wel heel erg vaak het woord verbieden in de mond neemt. Bijvoorbeeld als het gaat over een hoofddoek, de bouw van een moskee of het bezoek van een imam. Verkeerd gelezen dat diezelfde partij en ook nieuwkomer Baudet wel erg vaak pleiten voor het optreden tegen, of het ontslag van bijvoorbeeld een politieagent, leerkracht en anderen als die hun mening uiten en die mening niet overeenkomt met hun mening. Verkeerd gehoord dat als er iets wordt gezegd dat de ‘leiders’ van deze partijen onwelgevallig is, het woord ‘demoniseren’ heel snel valt. Dit met de bedoeling om die ander de mond te snoeren. Dat het bovendien niet bij woorden alleen blijft, nee er worden aangiftes gedaan.

Is dit in lijn met de uitspraak waarmee Strating eindigt en die aan de Franse denker Voltaire wordt toegeschreven: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen?” Of is dat een kenmerk van wat Nietsche, zoals Strating hem parafraseert: “een slavenmoraal (noemt), waarin vrije geesten verstikken, omdat afwijkende meningen taboe verklaard zijn?” 

Luisteren en ruiken

Omdat het nieuwe boek dat ik had besteld, nog niet bij mijn boekhandel Koops was gearriveerd, zocht ik ‘ter overbrugging’ een ‘oud’ exemplaar uit de kast. Met de Amerikaanse presidentsverkiezingen net achter de rug waarbij de kandidaten elkaar bijna wegzetten als het ‘absolute kwaad’ en zichzelf dus als goed zagen, trok Voorbij goed en kwaad van Friedrich Nietsche mijn aandacht.

Toen ik op pagina 40 aanbelandde, bleef de volgende passage in mijn hoofd hangen: “ Waar het volk eet en drinkt en zelfs waar het bewondert, daar pleegt het te stinken. Je moet geen kerken binnengaan als je zuivere lucht wilt inademen.” Nietsche waarschuwt voor groepsdenken, hij waarschuwt voor de groep, voor het volk als een meute en vooral voor ‘rattenvangers van Hamelen’ die mensen als kinderen meelokken met simpele oplossingen: “Allemansboeken zijn altijd onwelriekende boeken: er kleeft de lucht aan van de kleine man.”

ton

Foto: memotrip.nl

‘Het volk’ als groep en sterker nog als ‘drager’ van kennis en ‘nemer’ van goede besluiten is sinds een jaar of tien weer helemaal terug. Diverse politieke partijen willen een grotere en belangrijkere rol voor ‘het volk’. Een kleine tien jaar geleden stelde Rita Verdonks partij TON haar programma op per ‘opiniepeiling’. Vele partijen willen meer besluiten per referendum. De vraag of besturen per referendum een prettige samenleving oplevert, stelde ik al eerder.

Die passage bleef hangen omdat ik mij een paar dagen geleden afvroeg wie ‘het volk’ is. Dit omdat er ook na de Amerikaanse verkiezingen duchtig op los werd gespeculeerd welke boodschap ‘het volk’ heeft afgegeven. Hierbij wordt het volk verengd tot degenen die de winnaar steunen. Nationale politici zagen er weer een reden in om ‘beter naar het volk’ te gaan luisteren. Natuurlijk is het goed om mensen te betrekken bij besluiten die genomen moeten worden. Dan kun je rekening houden met opvattingen en gevoelens en wellicht levert dit nieuwe relevante inzichten op.

Als Nietsche gelijk heeft, zou het dan niet ook aan te raden zijn om naast de luisteraar een ‘ruiker’ mee te sturen?