Uitgelicht

Verbouwing van de democratie

Ik heb niets met beide partijen en sinds kort moet ik zeggen met alle vier die partijen. Welke ik bedoel? Wel 50Plus en het Forum voor Democratie en sinds kort de afsplitsingen ervan Lijst De Haan of hoe ze zich ook noemt en sinds deze week het ‘Forum Van Haga’. Het zijn de zoveelste afsplitsingen van twee groepen ijdeltuiten. Aan de ene kant de ‘ouderlijst’ die weer doen wat ze waarschijnlijk op school ook deden: het pesten van anderen. En aan de andere kant een clubje omhooggevallen narcisten die niet in de gaten hebben dat narcisme niet werkt in groepsverband. Waarom begin je er dan toch over, zal je je afvragen? Ik begin erover omdat jullie wat nu volgt niet moeten zien als een verdediging van, of opkomen voor een van deze groepen.

De Grondwet 1848 - Maand van de Geschiedenis
Bron: Maand van de geschiedenis

“Het is ongekend dat zoiets gebeurt – zeker in een fractie van één – maar eigenlijk zag iedereen dit natuurlijk al van verre aankomen.” Dit schrijft Michael van der Galien op 6 mei 2021 op zijn De Dagelijkse Standaard over de afsplitsing van Lijst De Haan van 50Plus. Het is inderdaad nog niet voorgekomen dat een eenpersoonsfractie zich afscheidt van haar fractie. Alleen is dat niet waar Van der Galien op doelt. Hij doelt erop dat De Haan haar zetel meeneemt: “Ze wil niets meer te maken hebben met 50Plus. Maar de Kamerzetel die de partij kreeg bij de verkiezingen houdt ze. Want, vindt ze, die komt haar eigenlijk toe, niet de partij.” Woorden die hij een week later niet gebruikt om de afsplitsing van het ‘Forum van Haga’ van het Forum voor Democratie te beschrijven. Een week later, op 13 mei vindt hij die: “Dood- maar dan ook echt doodzonde. Want hoe meer rechts verdeeld is, hoe minder we voor elkaar krijgen, en hoe moeilijker het wordt om onze rechten en vrijheden ooit nog terug te krijgen.” Geen woord over de ‘zetels die de afsplitsers’ meenemen en die eigenlijk de partij toekomen. De ene afsplitsing is blijkbaar de andere niet. Nu kan dat zijn omdat Van Haga veel voorkeursstemmen haalde. Alleen moeten we ons daarbij bedenken dat dit niet zijn eerste ‘afsplitsing’ is. Hij splitste zich in 2019 af van de VVD en die zetel had hij niet te danken aan voorkeursstemmen.

Het meenemen van een zetel na afsplitsing is niet ongekend. Het gebeurt vaker en is in de basis eigen aan de manier waarop we onze democratie hebben vormgegeven. Die gaat uit van Kamerleden die zonder ‘last en ruggespraak’ (artikel 67) stemmen. Ze zijn onafhankelijk maar om gekozen te worden, moeten ze eerst op een kandidatenlijst staan, zo is het in de Kieswet geregeld. Met kandidatenlijst wordt een politieke partij bedoeld. Dit alles hebben we te danken aan de Pacificatie van 1917. De laatste echte verbouwing van ons democratische huis. Tijdens die ‘verbouwing’ werd artikel 23 (vrijheid van onderwijs) opgenomen in de Grondwet en voor deze Prikker belangrijker, het algemeen kiesrecht werd ingevoerd en het districtenstelsel en het censuskiesrecht afgeschaft en politieke partijen (kandidatenlijsten) deden hun intrede.

Even een tussenstap om de achtergronden hiervan toe te lichten. Censuskiesrecht wil zeggen dat je alleen mag stemmen als je meer dan een bepaald bedrag aan belasting betaald. ‘No taxation without representation’, een van de kreten die aanleiding gaven tot de opstand van de Amerikaanse koloniën tegen de Engelsen: de Engelse kroon mocht alleen belastingen heffen als dat in overleg gebeurde met het volk, het parlement. Deze uitspraak gaat terug tot de Magna Carta in 1215. De Amerikaanse koloniën maakten bezwaar tegen belastingen omdat zij niet waren gehoord over bijvoorbeeld de belasting op thee. Dit artikel in de Magna Carta brak de macht van de koning op belastinggebied en staat, zo gaat het populaire Engelse en Amerikaanse vertoog, aan de basis van de parlementaire democratie. Het ‘volk’ dat die macht brak, bestond uit hoge adel en hoge geestelijken en had geen oog voor de gewone boer of landarbeider. Enkele honderden jaren verder, zo na Napoleon, werd diezelfde kreet in ietsjes aangepaste vorm, door de bourgeoisie gebruikt om de macht te behouden. Ze gebruikten dezelfde woorden maar net iets anders: ‘no representation without taxation.’ Pas als je een redelijk bedrag aan belasting betaalde, mocht je stemmen.  En omdat het gros van de mensen geen of slechts heel weinig belasting betaalde, mochten zij niet stemmen.

Dit censuskiesrecht werd dus in 1917 ten graven gedragen en ingeruild voor het algemeen kiesrecht. Een overwinning voor de democraten maar die kwam met een prijs en die prijs dat waren de kandidatenlijsten, de politieke partijen waarmee de gevestigde machten een belangrijk deel van de met het algemeen kiesrecht verloren macht weer terugpakten. Via die partijen, waar zij de touwtjes in handen hadden, behielden ze de macht om zaken in de hun gewenste richting te sturen. Omdat de Nederlandse samenleving tot eind jaren zestig sterk verzuild was, werkte dat heel goed en waren Kamerleden ‘zonder last en ruggespraak’ geen probleem voor de partijen.

Niet dat er vroeger geen afsplitsingen waren, die waren er zeker, echter niet zo vaak. Tussen 1945 en 1980 waren er tien afsplitsingen, twee minder dan in de jaren tien van deze eeuw. In onze huidige tijd ligt dat iets anders. De verzuiling is ten graven gedragen en met haar de stabiliteit in het politieke landschap. We leven in het tijdperk van de ‘zwevende kiezer’ en de ‘continue opiniepeiling’ dat heeft zijn uitwerking op de partijen en de gekozen Kamerleden. In onze huidige tijd met veel redelijk kleine partijen maakt instabiliteit het lastig om tot werkbare meerderheden te komen. En wat erger is, het maakt het heel lastig om belangrijke problemen aan te pakken.

Tijd voor een nieuwe verbouwing van ons democratisch stelsel. Alleen staan de sterren daarvoor niet erg gunstig. Wijziging van het democratische stelsel vraagt om overeenstemming en die is op dit moment ver te zoeken in politiek Nederland. Wijziging van het democratische stelsel vraagt vooral om over de eigen schaduw heen te stappen en die kwaliteit is nog verder te zoeken. Die kwaliteit wordt pas belangrijk, zo laat het verleden ons zien, als de druk zo hoog is dat het buigen of barsten wordt. De Grondwet van 1848 kwam er vreedzaam omdat koning Willem II vreesde om letterlijk zijn ‘hoofd’ te verliezen. De Grondwetswijziging van 1917 kwam er in een tijd dat de wereld, vooral in Europa, in brand stond en de heersende klasse de opstand van arbeiders vreesde.

Burgerbetrokkenheid

Komende woensdag mogen we ons voorlopig voor de laatste keer in een referendum ergens over uitspreken. Het raadgevend referendum wordt immers afgeschaft en een andere vorm van referendum hebben we niet. Het afschaffen van dit referendum en de manier waarop dit gebeurt, heeft veel mensen in de pen doen klimmen en het spreekgestoelte doen bestijgen. “Dat is een lange neus naar de kiezer. Het kabinet had ook kunnen zeggen: we gaan proberen de jonge wet te verbeteren en meer ervaring opdoen met het instrument referendum. Kijken of we de vraagstelling voortaan kunnen verbeteren bijvoorbeeld,” aldus Marc Chavannes bij De Correspondent.

exchange-of-ideas-796139_960_720

Illustratie: Pixabay

Chavannes besteedt aandacht aan de onderzoeken en de pogingen om de democratie aan te vullen. Hij constateert een: “groeiende behoefte van kiezers om meer betrokken te zijn bij het vaststellen van een probleem en bij het bepalen van de oplossing. Die behoefte aan meer invloed wordt gevoed door ontevredenheid over hoe gekozen politici luisteren en vertegenwoordigen.” Invloed die verloren is gegaan door: “depolitisering van het politieke debat…, het ontdoen van scherpe, tegengestelde standpunten in een politiek debat,” waardoor: “het heeft ontbroken aan open politiek debat, dat kiezers een gevoel van vertegenwoordigd zijn zou kunnen geven.” 

Laten we deze interessante analyse eens voor waar aannemen. Wat zou dan een passende manier zijn om te voldoen aan de groeiende behoefte van de kiezers om meer betrokken te zijn? Laten we de ‘sleepwet’ van nu eens als voorbeeld nemen. Die wordt nu als ‘eindproduct’ waaraan jaren werk is besteed, voorgelegd terwijl het gesprek over de belangrijkste keuze, de afweging tussen ‘veiligheid’ en ‘privacy’ nooit openlijk is gevoerd.

Zou die betrokkenheid dan niet veel beter vorm en inhoud krijgen als er eerst een brede maatschappelijke discussie zou worden gevoerd over het onderwerp en vooral over de hierboven beschreven afweging? Zou er met de uitkomst van die discussie niet naar mogelijke oplossingen gezocht moeten worden? Oplossingen die daarna op hun draagvlak worden getoetst?

Met andere woorden, zou die betrokkenheid niet veeleer aan de voorkant plaats moeten vinden en niet aan het einde? Zouden onze gekozen volksvertegenwoordigers de discussie niet moeten organiseren en faciliteren in plaats van ze te voeren? Zouden ze niet veel meer moeten luisteren in plaats van te spreken? Dit allemaal zodat ze op het einde als vertegenwoordiger namens ons een keuze kunnen maken?

Vernieuw de democratie: geen partij

“Een zetel? Begin Partij Eigenbelang.” Met dit als kop stelt Lex Oomkes in Trouw de ‘belangenpolitiek’ aan de kaak. “Daar hadden we tot voor kort belangenorganisaties voor, die de politiek bewerkten. De politiek woog die belangen vervolgens allemaal tegen elkaar af en hakte een knoop door. Maar zo werkt het niet meer. Het eigen gelijk en het eigen belang zijn tegenwoordig te absoluut om nog te kunnen bedenken dat er wellicht andere belangen zijn.” Met deze zinnen vat hij zijn eigen betoog kort samen.

tegen-verkiezingen

Als we echter allemaal een eigen partij beginnen, dan is de Tweede Kamer te klein. Zeventienmiljoen mensen krijg je niet op 150 zetels. Hoe lossen we dat op? Referendum! Zal dan menigeen roepen, dan kan iedereen zijn mening geven. Alleen kleven er aan een referendum flinke nadelen. Het wordt bovendien een heel circus als voor ieder besluit een referendum moet worden uitgeschreven. Zijn er andere alternatieven?

Zou het afschaffen van partijen een alternatief kunnen zijn? Nu hoor ik u denken: waar moet ik dan op stemmen? U hoeft niet te stemmen, zou een antwoord gebaseerd op David van Reybrouck (lees zijn boek Tegen verkiezingen) kunnen zijn. U wordt al dan niet uitgeloot om in het parlement zitting te nemen. Volgens Van Reybrouck is loting een democratisch alternatief voor verkiezingen. Dan komt er een einde aan de huidige dunne  spoeling kandidaten (partijleden) en vervalt de verlammende profileringsdrang voor kamerleden, profileringsdrang om herkozen te worden. Dat zou, door de hype uit de politiek te halen, voor rust zorgen die nodig is voor goede besluitvorming.

Helemaal niet meer stemmen? We zouden wel de leider van de regering (of colleges op gemeentelijk en provinciaal niveau) kunnen kiezen. Die stelt zijn eigen regering samen en voert het programma uit waarop hij is gekozen. Voor geld en nieuwe wetten moet hij de gelote volksvertegenwoordiging overtuigen. Een volksvertegenwoordiging die niet gebonden is aan welke verkiezingsbelofte of regeerakkoord.

Zou dat een alternatief kunnen zijn? De moeite van het proberen waard? En als het voor nu een stap te ver is, een proef in een twintigtal gemeenten?