Uitgelicht

‘De bedoeling van het kapitalisme’

Volgend jaar in maart zijn er weer verkiezingen voor de Tweede Kamer. Alle partijen bereiden zich hierop voor. Bij die voorbereidingen hoort ook het schrijven van een verkiezingsprogramma. De ene partij , zoals de PVV van Wilders in 2017, doet dat met een A-viertje met wat losse kreten, de andere stelt een boekwerk samen. De VVD behoort tot de laatste groep. Het nieuwe verkiezingsprogramma is net geen honderd pagina’s dik. Voor een Ballonnendoorprikker zijn die programma’s een feest. Een feest omdat ze aanknopingspunten bieden om wat spelden in een ballon te prikken.

Bron: WikimediaCommons

Ik hoefde niet veel te lezen om een aanleiding te vinden. Sterker nog, de eerste zin vraagt al om wat spelden. “Het ging weer goed met Nederland.” Met die woorden begint het boekwerk om te vervolgen met: “Na een zware financiële crisis vonden steeds meer mensen een baan, stegen de lonen en daalden de belastingen. Op allerlei internationale lijstjes van waar mensen het meest welvarend, gelukkig, gezond en vrij waren stond Nederland in de top.” Nu meen ik me toch te herinneren dat er in geen tijden meer zoveel is geprotesteerd en gedemonstreerd als in 2019. Het klimaat baarde zorgen en leidde tot protesten om maatregelen te nemen. De voorgestelde maatregelen leidden weer tot protesten en boosheid bij boeren en bouwers. De leraren, de verpleegkundigen en de politieagenten klaagden over de vervallen staat van de publieke zaak. De affaire rond de kinderopvangtoeslag werd in volle omvang duidelijk en leidde tot een onderzoek naar alle uitvoerende diensten. Omdat er ook ‘affaires’ waren bij de Sociale Verzekeringsbank en het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Je zou zomaar kunnen beweren dat het juist niet goed ging. Maar deze laat ik voor nu even passeren.

Ik wil het nu hebben over een zin bovenaan op de zevende pagina onder het kopje Hoe blijven we rechtvaardig? Daar is het volgende te lezen: “De overheid zal de rafelranden van het kapitalisme actief bij moeten schaven om ervoor te zorgen dat onze liberale markteconomie werkt zoals het kapitalisme bedoeld is.” Nu zul je je afvragen wat er zo bijzonder is aan deze zin. Wellicht ben je zelfs blij dat de VVD eindelijk erkent dat er geschaafd moet worden aan de, zoals de partij het noemt, ‘rafelranden van het kapitalisme.’ En ja, het doet ook mij deugd dat de VVD dat erkent. Toch is er iets met die zin. De reden waarom er, volgens de VVD geschaafd moet worden is, dat ‘onze liberale markteconomie’ moet werken ‘zoals het kapitalisme bedoeld is’.

Een bijzonder woord, de bedoeling. Theo Maassen besteedt er een paar minuten aan in zijn voorstelling Functioneel naakt. Wat is de bedoeling van iets? Meestal bepaalt degene die iets uitvind de bedoeling ervan. Zo beoogt de Ballonnendoorprikker, en beogen is een ander woord voor bedoelen: “kromme redeneringen en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak te stellen, door te prikken en de lezer aan het denken te zetten.”  Dat een uitvinder een bedoeling heeft met iets, is echter geen garantie dat de uitvinding ook ‘als bedoeld’ wordt gebruikt. Neem John Smith Pemberton. Wie? Zul je zeggen. Zelfs als deze naam je niets zegt, dan nog ken je zijn uitvinding. Pemberton is namelijk de geestelijk vader van coca cola de meest bekende frisdrank van de wereld. Hij vond het drankje echter niet uit als frisdrank. Pemberton was op zoek naar een pijnstiller, een geneesmiddel. Hij was gewond geraakt in de Amerikaanse burgeroorlog en door die wond verslaafd aan morfine. Hij zocht naar een ander middel dan het verslavende morfine en dat werd coca cola. Coca cola is niet het enige product dat anders wordt gebruikt dan de uitvinder het bedoelde. De uitvinders van viagra waren op zoek naar een middel tegen angina pectoris ook wel hartkrampen genoemd.

Terug naar het kapitalisme en de vermeende bedoeling ervan. De uitspraak in het VVD verkiezingsprogramma is bijzonder. Bijzonder omdat het kapitalisme kennelijk een bedoeling heeft. Dat er ooit iemand is geweest die het ‘kapitalisme’ uitvond en erbij zei: ‘en dit is de bedoeling ervan’. Nu kun je zoeken tot je een ons weegt, een ‘uitvinder’ van het kapitalisme zul je niet vinden. Wat je wel vindt, zijn mensen die over kapitalisme schreven. Mensen die de situatie in hun tijd beschreven en die dat wat ze zagen de naam ‘kapitalisme’ gaven. Die mensen schreven over wat wij nu ‘economie’ noemen en wat de Van Dale omschrijft als: “het geheel van de financiële voorzieningen, de handel en industrie van een land.” Ze schreven over iets wat ze zagen, gaven het een naam en kenden er een ‘bedoeling’ aan toe. En nog steeds zijn er mensen die dit doen. Alleen komen de ‘bedoelingen’ die ze eraan geven niet altijd overeen.  Zo ziet de ‘vader van de economie’ Adam Smith, een heel andere bedoeling dan Karl Marx. Hun ‘bedoeling’ is afhankelijk van hun kijk op de samenleving. Of om het anders te zeggen: de bedoeling die zij het kapitalisme geven, is afhankelijk van de bedoeling die zij met hun werk hebben.

Bedoelingen met iets heb je voordat je aan iets begint. Waarschijnlijk bedoelt de VVD dat de ‘liberale markt economie’ moet werken zoals zij vinden dat het ‘kapitalisme het bedoeld heeft’? Bijzonder is dan wel dat de VVD sinds 1977 bijna onafgebroken heeft gewerkt aan ‘kapitalisme zoals het niet was bedoeld’. Sinds dat jaar heeft de VVD, afgezien van een korte periode 1981-1982 en een iets langere periode tussen 2007 en 2010, permanent geregeerd. Trouwens vanaf 1945 tot 1977 zat de VVD meer dan de helft van de tijd in de regering. Heeft de partij al die tijd gewerkt aan iets wat niet de bedoeling was?

Verdwalen in een lachspiegel

Dobberneger, een woord waarmee vluchtelingen en migranten in bootjes op de Middellandse Zee worden bedoeld. Het woord wordt meestal gebruikt door mensen die vluchtelingen en migranten liever naar elders zien vluchten of migreren. Ik wil het hier niet hebben over het al dan niet smakeloos zijn van dit woord en of het wel of niet gebruikt mag worden. Ik wil het hebben over mensen die lijken te verdwalen in de lachspiegel.

theo-maessen

Foto: Omroep Brabant

Want het lijken niet alleen de Duitse studenten in Fulda, waarover ik gisteren schreef, te zijn die verdwalen in hun eigen gelijk. De studenten verdwalen omdat zij het verschil niet kunnen zien tussen Vastelaovend en de werkelijkheid. Ook Bert Brussen, de grote man van ThePostOnline, lijkt te verdwalen in zijn eigen gelijk.

Brussen bekritiseert cabaretier Theo Maassen. Maassen haalde het in zijn hoofd om te reageren op een uitspraak van Carine Crutzen. Zij had verontwaardiging over het woord ‘dobberneger’ stompzinning genoemd omdat het woord slechts een situatie beschrijft. Maassen beweert in zijn ingezonden brief dat het woord meer doet dan een neutrale situatie beschrijven. Tot zover de ‘dobberneger’.

Brussen: “Kijk vijf minuten naar Theo Maassen op een podium en besef: dit is nou iemand die zichzelf superieur waant. En dan lekker zeiken over de superioriteit van anderen. Nogmaals: verschillig! Laf, hypocriet, bescheten, geëngageerd’ moralisme.” De Duitse studenten kijken met hun bril van de werkelijkheid naar de Vastelaovend, een lachspiegel van de werkelijkheid. Zij nemen dat wat zij in de lachspiegel zien, serieus.

Doet Brussen niet precies het omgekeerde? Maassen is een cabaretier, ook iemand die mensen met een lachspiegel naar de werkelijkheid laat kijken. Dit met de bedoeling een serieuze boodschap over te brengen. Dat Maassen cabaretier is, wil dat zeggen dat hij altijd met de lachspiegel werkt?

Beste meneer Brussen, zou het niet kunnen dat Maassen in zijn ingezonden brief met een normale spiegel werkt? Verwart u de cabaretier hier niet met de mens? Verdwaalt u, net als die Duitse studenten, niet ook in een lachspiegel?

Friet, bami of broodje bal

Voor Chinezen is de aardappel voer voor armelui, zo las in in de Volkskrant. “Rijke mensen en stedelingen blieven geen aardappelen,” zo zegt de Chinese aardappelkoning Wang. Wang hoopt dat te veranderen door middel van friet. Friet is in China nog vrijwel onbekend. Wang heeft ambities“’Ik mik op een toename van de consumptie van ruim 15 procent per jaar. In eerste instantie in de vorm van friet. Er zijn nog veel steden zonder fastfood.”  

Hij heeft de Chinese overheid van het belang van de aardappel weten te overtuigen: “want die heeft aardappels tot het nieuwe, gezonde basisvoedsel uitgeroepen. De Chinese voedselconsumptie stijgt met de welvaart mee, maar het verbouwen van de vaste maagvullers in de vorm van maïs, rijst en tarwe kost per calorie meer water dan aardappelen.” Daarom wordt ook de productie van aardappels opgevoerd. Hiervoor wordt een gebied ter grootte van anderhalf keer Nederland vol gepoot. Niet dat de aardappel in China onbekend is, het land is goed voor ongeveer 20% van de wereld-aardappelproductie. Die worden echter alleen verwerkt in puree, als pannenkoek of als vulling voor een stoofpot. Frietjes moeten dit veranderen. Als we naar de Chinese betrokkenheid bij de Nederlandse cafetaria’s kijken, dan moet het wel goed komen tussen friet en de Chinezen.

Daarom heeft hij, samen met het Nederlandse bedrijf Aviko een grote ‘frietfabriek’ gebouwd en die moet de komende jaren frieten gaan produceren. Als China aan de friet is, wil Wang meer, dan wil hij: “de geïndustrialiseerde voedselproductie … loslaten op onze eigen boerenaardappelgerechten. Daarmee overspoelen we China, en daarna jullie keukens.” Want, zo betoogt Wang optimistisch: “Waarom zou er voor Chinese aardappeldelicatessen geen exportmarkt zijn?” Ja, waarom geen Chinese aardappeldelicatesse? En als we toch bezig zijn, waarom geen Chinese friet in de door de Nederlandse Chinezen geëxploiteerde frietkot?

Heeft Wang goed geluisterd naar naar Theo Maassen: “In China daar eet iedereen elke dag chinees. Dat kan toch niet gezond zijn, altijd bami met wah vlees. Daarom adviseer ik frietje met of broodje bal. Want dat is wat wij eten hier tijdens carnaval.”  Als de Chinezen dan aan de friet zijn of een broodje bal, zou het dan in China tijd zijn voor carnaval?

Druk, druk, druk

‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken,’ aldus Johan Cruijff. Doe iets sneller dan hou je meer tijd over voor iets anders. Voor een voetballer is dat anders, om je heen kijken en vervolgens de juiste keus maken. En dat gaat niet alleen op voor de voetballer.

Toch is er iets vreemds aan de hand. Ondanks alle moderne technieken waardoor alles steeds sneller gaat, heeft menigeen een gebrek aan tijd. Je krijgt de ‘bal’ steeds sneller onder controle en toch heb je geen tijd om ‘om je heen’ te kijken. Hoe kan dit? Die vraag houdt Ignaas Devisch bezig in zijn interessante en makkelijk te lezen boek Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven. Hoe kan het dat de zoektocht naar rust niet tot rust leidt, hooguit tot rusteloosheid?

DevischIllustratie: www.uitinvlaanderen.be

Devisch onderscheidt drie ontwikkelingen: versnelling, secularisering en individualisering die zorgen voor permanente druk. De moderne technieken, de snellere sociale en economische processen, de ‘pingen’ op je telefoon, het flexwerk zorgen voor versnelling. Die versnelling maakt dat de mens met meer dingen tegelijk bezig is, verdichting noemt Devisch dit. Versnelling en verdichting zorgen voor onrust. De voetballer heeft de bal sneller onder controle, maar door de fittere en sterkere tegenstander mist hij nog steeds de tijd om te kijken. Om die onrust te lijf te gaan, wordt bijvoorbeeld een cursus time-management, yoga, een training communicatieve vaardigheden enzovoorts gevolgd. Dit zorgt voor een gevulde werktijd en trouwens ook voor gevulde vrije tijd, want versnelling en verdichting werken ook in de vrije tijd door.

Als dit de oorzaak was van de drukte, dan was het eenvoudig op te lossen: langzamer lopen of minder doen. Dat dit niet gebeurt, komt, volgens Devisch, omdat de westerse mens van nature rusteloos is. Die rusteloosheid is een gevolg van de secularisatie. Secularisatie betekent voor Devisch vooral een andere manier van omgaan met tijd. De seculiere mens weet dat het leven op aarde, zijn enige is. Er is geen ‘leven na de dood’ en dat betekent dat alles in dit leven moet gebeuren. De film The Bucket list illustreert dit, volgens Devisch goed, een lijst met activiteiten die je toch echt nog moet doen voordat je sterft. En omdat de wereld een ‘global village’ is, weet en zie je steeds meer dingen om op die lijst te zetten.

Als laatste de individualisering. Waar voor onze voorouders veel keuzes vastlagen, je vader was slager, dus jij werd ook slager, je was huisvrouw en dat was ook het lot van je dochter, maakt ieder nu zijn eigen keuzes. Het: “heeft te maken met ons verlangen iets of iemand te willen zijn,” zo schrijft Devisch. Alleen wie is die zelf en blijft die steeds hetzelfde? Devisch: We bouwen onze identiteit op door onszelf te vergelijken met anderen. Zo concurreren we met elkaar om liefde, ‘likes’ op Facebook en ‘volgers’ op Twitter of andere fora. Niet zozeer wie of wat we zijn doet ertoe, maar wie we zijn in verhouding tot anderen.” En dit vergelijken is een continuproces. Een proces dat door de Franse filosoof René Girard mimetische begeerte is genoemd. Die begeerte wakkert die rusteloosheid en onrust nog verder aan.

‘Druk, druk, druk’ is het meest voorkomende antwoord op de vraag hoe het met iemand gaat. Hoe dan die druk te ontvluchten? Devisch kiest een compleet andere benadering. Want: De ‘oplossingen’ die tot doel hebben de rusteloosheid te bestrijden … lijken geen structurele uitweg te bieden.” Het zijn manieren om de wereld te ontvluchten en dat lukt wellicht even, of je moet kluizenaar worden. Bij terugkomst in de wereld blijkt er niets te zijn veranderd en draaf je weer mee in het ‘eeuwige gejaag’. Devisch kiest ervoor om de positieve kanten van die rusteloosheid te benaderen, het mateloze. Want juist in het mateloze van de mens zit ook het creatieve, het scheppende, het vernieuwende. Ze brengen de mens tot grootse daden. Maar: “Het blijft echter noodzakelijk die mateloosheid ter discussie te blijven stellen opdat die geen maatschappelijke norm of plicht wordt.”

Of moeten we toch naar de gevatte reactie van Theo Maassen op het antwoord ‘druk, druk, druk’. luisteren: ‘Als je het drie keer kunt zeggen, heb je het niet druk,’?