Uitgelicht

Een unieke eenheidsworst

“Ga dat je personal coach en je stijladviseur maar wijsmaken! Meer eenheidsworst dan in deze tijd heb ik de hele 20ste eeuw niet gezien.” Deze woorden legt Olaf Tempelman in zijn wekelijkse humoristische column Op het tweede gezicht in de mond van de Engelse koningin Elisabeth II. Tempelman fingeert een gesprek tussen de koningin en haar schoondochter Kate Middleton die in dat gefingeerde gesprek aangaf dat tegenwoordig: “authenticiteit juist veel belangrijker dan vroeger,” is. Bij het lezen van deze passage moest ik denken aan het boek The Society of Singularities van Andreas Reckwitz. In twee eerdere Prikkers schreef ik al over dit boek. Een boek waarin Reckwitz de laat-moderne tijd waarin we nu leven beschrijft als een streven naar het unieke en bijzondere: unieke en bijzondere producten, gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Reckwitz schrijft precies over die  authenticiteit die ‘juist veel belangrijker is dan vroeger’. Hoe is dit te rijmen met de ‘eenheidsworst’?

Bron: Pixabay

Het simpele antwoord. Als iedereen streeft naar authenticiteit dan is dat streven de eenheidsworst. Dat is een te makkelijke verklaring. Volgens Reckwitz streven we, ten minste een deel van ons en daar kom ik later nog op terug, naar uniciteit door die unieke spullen, door deel te nemen aan unieke gebeurtenissen en unieke plekken te bezoeken, door op unieke plekken te gaan wonen, in unieke huizen en die uniek in te richten en door al die unieke zaken met unieke verhalen aan elkaar te praten. Alles wat we doen moet bijzonder zijn en zo proberen we een unieke identiteit op te bouwen. Reckwitz noemt dit de nieuwe middenklasse. Die we is een middenklasse van hoogopgeleide, kosmopolitisch ingestelde mensen.

En daarmee kom ik bij de betekenis die Van Dale geeft aan het woord authentiek en dat is “betrouwbaar, geloofwaardig.” Als anderen je authenticiteit geloofwaardig vinden dan ben je authentiek. En daar komen we bij de ‘eenheidsworst’. Als je authenticiteit niet wordt gezien, dan behoor je met je ‘bijzondere en unieke’ huis, ervaringen, vakanties, verhalen enzovoorts tot de eenheidsworst. Authentiek is echter alleen authentiek als anderen het als uniek waarderen. Of jij een authentieke persoon bent, hangt dus van anderen af. Bovendien kan je authentieke van de ene op de andere dag verdwijnen en dan blijf je achter met de gebakken peren. Dan lig je eruit, dan word je gecanceld om die term maar eens te gebruiken. Hoe dat werkt kan de Amerikaanse komiek David Chapelle je waarschijnlijk wel vertellen. Die nu van gevierd naar gevierendeeld komiek gaat.

Omdat mensen verschillende opvattingen hebben, hangt het van de persoon af hoe het authentieke eruit ziet en hoe de eenheidsworst. Een fervent aanhanger van Forum voor Democratie ziet in Baudet waarschijnlijk een groot intellectueel en een unieke persoonlijkheid. Anderen, zien een over het paard getilde dandy die zichzelf wel erg geweldig en belangrijk lijkt te vinden waarvan er meer zijn. Dat laatste lijkt dan te worden bevestigd door zijn mede-Kamerleden en aanhangers, allemaal in eenzelfde soort pak, eenzelfde manier van spreken, betogen en overdrijven.

Dat streven naar authenticiteit is, zoals Tempelman Middlton laat zeggen, tegenwoordig heel belangrijk. Er is echter alleen één groot probleem. Voor een groot deel van de mensen ligt het buiten bereik en daarmee kom ik terug bij het andere deel van de we. Het deel dat behoort tot de verliezers van de laat-moderne tijd. Zij behoren tot de onderklasse van mensen voor wie werk, als ze dat al hebben, niet bijdraagt aan hun gevoel van eigenwaarde en dus identiteit. Zij werken om te kunnen leven en het salaris voor dat werk is vaak te weinig om van te kunnen leven. Zeker om te kunnen leven op een manier die in de buurt komt van die nieuwe middenklasse. Of ze behoren tot de oude middenklasse. De geschoolde fabrieks- en witte boordenwerkers met een redelijk inkomen. Geschoold maar niet hoogopgeleid en niet kosmopolitisch want gebonden aan een plek door het werk en de familie. Een groep die, volgens Reckwitz uit twee delen bestaat. Het bovenste deel dat hoopt op een of andere manier tot die nieuwe middenklasse te gaan behoren door bijvoorbeeld studie of opklimmen via het werk. Het andere deel probeert te voorkomen dat het tot de onderklasse gaat behoren en dan vooral niet bij de onderkant van die onderklassen.

Zou het laat-moderne streven naar authenticiteit voor die onderklasse en zeker ook voor het onderste deel van de oude middenklasse niet funest zijn omdat zij nooit tot uniciteit en authenticiteit kunnen komen? Nooit, behalve dan wellicht als profsporter of crimineel. Maar dan moeten ze wel tot de absolute top van de sport of het criminele circuit behoren. Hoe zou het voelen als iets wat als cruciaal wordt gezien al bij voorbaat buiten je bereik ligt? Zeker als je te horen krijgt dat het aan jezelf ligt omdat je niet goed genoeg ‘je best hebt gedaan.’ Want in het wereldbeeld van die nieuwe middenklasse kun je alles bereiken als je er maar in geloofd en je uiterste best doet.

Uitgelicht

Ik werk dus in ben!

“Working 9 to 5, what a way to make a living. Barely gettin’ by, it’s all taking and no giving. They just use your mind and they never give you credit. It’s enough to drive you crazy if you let it.” Het refrein uit 9 to 5, de hit waarmee Dolly Parton in 1980 de hitlijsten bestormde. Een lied over een eenvoudige arbeidster die probeert wat van haar leven te maken maar niet echt vooruit komt. Working 9 to 5, een beperkt deel van dag werken om zo geld te verdienen om te leven. Werken om te kunnen leven. De motivatie om te werken lag in de mogelijkheid die het bood om te leven. Tegenwoordig is dat anders, zo betoogt Andreas Reckwitz in zijn boek The Society of Singularities waarover ik in een recente Prikker ook al schreef. Toen over het enige wat tegenwoordig schaars lijkt, namelijk aandacht. Werken is tegenwoordig veel meer.

coaching text decor, coaching, business, success, coaching business, business coaching, business coach, inspire, motivation, coach
Bron: pxfuel

Werk: “has turned (…) into one of the main sources of a meaningful life.” Het: “not only increases our satisfaction on the job but also tends to encourage self-exploitation in a typically late modern way.” Gevolg hiervan is dat werk kwantitatief en kwalitatief steeds meer plek inneemt in ons leven. Daar waar de werklui in de tijd dat Parton de hitlijsten bestormde hun motivatie haalden uit de financiële beloning, is dat tegenwoordig heel anders. Als werk je doel in het leven is, dan is alleen financiële beloning erg mager. En omgekeerd, dan is alleen die financiële beloning geen goede motivatie om te gaan werken. Die motivatie moet dan uit jezelf komen. Dan moet je intrinsiek gemotiveerd zijn en dat houdt het risico in, zo betoogt Reckwitz: “that the work itself will no longer have any limits and that working subjects will have nowhere to retreat on account of the dissapearing distance between professional self-actualization and personal identity.[1] Om het kort samen te vatten en Descartes te parafraseren: ‘‘ik werk dus ik ben!”

En ik ‘ben’ alleen als ik succesvol optreed, want volgens Reckwitz is werk steeds meer te vergelijken met een toneelvoorstelling: “the praxis of of late-modern working culture has been reorienting itself more and more toward the format of performance and away from objective achievement.[2] Daar waar de arbeider in de oude 9 to 5 tijden werd afgerekend op zijn productie in een bepaalde tijdseenheid, is het succes nu afhankelijk van de waardering van ‘het publiek’ dat de ‘voorstelling’ bijwoont. Dat begint al bij de selectie van medewerkers. Diploma’s en andere redelijk objectieve maatstaven doen er veel minder toe, dit ten faveure van competenties die niet objectief te meten zijn. Aan de hand van de ‘voorstelling’ die je geeft tijdens het sollicitatiegesprek, wordt ingeschat of je de gewenste competenties bezit. Ben je al wat verder in je loopbaan, dan zijn eerdere ervaringen belangrijk.

Kijken met Reckwitz bril dan zijn er twee zaken die goed kunnen worden verklaard. Zo hoeft het grote aantal mensen dat overwerkt met een burn-out thuiszitten niet te verbazen. Als je voor je eigenwaarde afhankelijk bent van de subjectieve beoordeling door anderen, en die beoordeling vooral afhankelijk is van je laatste voorstelling, dan ligt een burn-out op de loer. Als tweede de wildgroei aan ‘personal coaches’. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig meer coaches zijn dan gecoachte mensen. Reckwitz over coaching: “This is no langer just a matter of providing general recipes for self-management; rather, it involves analyzing the complex capabilities and desires of individual personalities in order to discover untapped potential, to refine and develop personal visions, and to figure out alternatives, opportunities and risks within the aim of developing career strategies.[3]

Nu is dit niet het hele verhaal. In een wereld waarin je bent wat je werkt, ben je niet veel als je een baan hebt zoals de persoon in Dolly Partons 9 to 5. En dat is wat we ook in onze huidige samenleving zien. Veel werk is nog steeds van het 9 to 5 soort en is onmisbaar om de samenleving goed te laten draaien. Schoonmaken, vuilophalen, het verplegen en verzorgen van mensen, de post en pakketten bezorgen, de winkelschappen vullen, allemaal onmisbaar, maar waar je in een wereld die, zoals Reckwitz het noemt : “Massively desires the uniqueness of working personalities,[4]” niet mee scoort. Dan rest als enige motivatie (en waardering) je salaris en laat het daaraan nu ontbreken. Moet het dan verbazen dat we kampen met een tekort aan personeel in de zorg, het onderwijs, bij de politie enzovoorts?


[1] Adreas Reckwitz, The society of singularities, pagina 157

[2] Idem, pagina 150

[3] Idem, pagina 155

[4] Idem, pagina 160

Uitgelicht

Schaarste

Een boek dat me altijd bij is gebleven is Het rijk van de schaarste van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Nu heb ik dat met meer boeken van Achterhuis. “Schaarste wordt nog altijd aanwezig geacht in onontwikkelde en onderontwikkelde gebieden, zij wordt in verband gebracht met honger in de Sahel of armoede in India. Met technische middelen zou ze in de toekomst overwonnen kunnen worden,” schreef Achterhuis in 1988. Hij zag het echter anders: “In dit boek zal ik precies het tegenovergestelde trachten aan te tonen. De moderne maatschappij heeft de schaarste niet overwonnen maar juist gecreëerd. Mondiaal gezien zijn we niet op weg naar overvloed of zelfs naar een ‘genoeg’, maar breidt de schaarste zich steeds verder uit. Juist de Westerse ‘overvloedsmaatschappijen’ worden gekenmerkt door een zich tot op alle gebieden uitbreidende schaarste …. Alles is schaars geworden, welzijn, gezondheid, schoon water, schone lucht, ja zelfs tijd.[1] Die beschrijving uit het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw, leek mij nog steeds een adequate beschrijving van het nu.

Leek, omdat een de Duitser Andreas Reckwitz in zijn boek The society of singularities beweert dat er in de laat moderne tijd, zoals hij het noemt, eigenlijk maar aan één ding echt schaarste is. En nee, dat is niet aan frisse lucht, schoon water, welzijn, gezondheidszorg of zelfs tijd. Volgens Reckwitz was de moderne tijd een tijd van gestandaardiseerde producten gemaakt door verschillende fabrikanten en bedoeld voor alle consumenten. Die fabrikanten verdeelden de buit waarbij hun winst afhing van hun productiekosten. De prijs van standaardproducten wordt immers bepaalde door vraag en aanbod waarbij de vraag stabiel is.

In de laat-moderne economie is dat, zo betoogt Reckwitz, anders. Die wordt gedomineerd door het unieke en bijzondere: unieke en bijzondere producten, gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Reckwitz noemt dit singulariteit en de markt hiervoor singulariteitsmarkten. Dat bijzondere kan op verschillende gebieden betrekking hebben: op de esthetiek, het verhaal, het ontwerp, het originele en ludieke van iets. Alleen is niet van tevoren bekend wat ‘uniek’ gaat worden. Reckwitz vergelijkt het met de kunst, waar al sinds eind achttiende eeuw het unieke wordt beloond. Dat is nu het ‘model’ voor de hele economie en dat zorgt voor een overvloed aan, zoals Reckwitz ze noemt, ‘culturele goederen’. Goederen die niet worden gekocht om hun gebruikswaarde maar om dat ‘unieke’. Producten die de ‘unieke’ status bereiken, maken hun producent rijk, die heeft op dat gebied het grootste deel van de markt. Tenminste zolang als het product ‘uniek’ blijft. Culturele producten die deze status niet bereiken, rest de vergetelheid en hun makers een fors verlies. Alleen is niet van tevoren bekend welk cultureel product die ‘unieke’ status gaat bereiken. Een voorbeeld uit de kunstwereld maakt het duidelijk. Er worden per jaar honderden films gemaakt, waarvan er slechts een paar de bioscoop halen, nog minder enkele weken worden vertoond en slechts enkele worden kassuccessen. De rest verdwijnt in de vergetelheid. Waaruit ze ooit weer kunnen worden gehaald als ze onverhoopt toch weer iets ‘unieks’ krijgen.

Al die producten maar ook personen, plaatsen, evenementen zijn op zoek naar de status ‘uniek’ en vragen om juist dat ene iets wat volgens Reckwitz in de laat-moderne economie echt schaars is en dat is aandacht: “What caracterizes today’s singularity markets is the historically unprecedented dynamization and dispersion of attention, whose exact distribution is unpredictable on a case-by-case basis. In this case, the attention of the public has become a scarce resource. In general, if there is any sort of scarcety in late modernity, this is no langer a scarcety of goods but rather an scarcety of attention (and appreciation).[2] 

Een heel andere manier om naar de huidige samenleving te kijken. Een manier die een goede verklaring biedt voor de grote afvalstromen die we met z’n allen produceren. Wat niet ‘uniek’ wordt, wordt immers afval. En wat de status ‘uniek’ verliest, maakt ook grote kans om op die hoop terecht te komen. De productie van al dat naar de status ‘uniek’ strevende spul vraagt energie en kostbare grondstoffen die vervolgens op de vuilnisbelt belanden of, met een beetje geluk, gerecycled worden. Zou het helpen als we dit in ons achterhoofd houden als we weer worden verleid om die nieuwe iPhone 14 of 16 (waar zijn we inmiddels) aan te schaffen met die ‘unieke features’?


[1] Hans Achterhuis Het rijk van de schaarste, pagina 13

[2] Andreas Reckwitz, the society of singularities, pagina 113