Realisme

Volgens Geerten Waling worden we doodgegooid met ‘ismen’. Tenminste als we de titel boven zijn bijdrage bij Elsevier mogen geloven. ’Ismen’ die je niet zelf voert, maar die je door anderen worden opgeplakt.

exchange-of-ideas-222788_960_720

Illustratie: Pixabay

In zijn artikel haalt hij drie ‘ismen’ aan. Als eerste neoliberalisme: “een term die moet verwijzen naar een ongebreideld marktdenken door grootkapitalisten die zich niet bekommeren om de arme burger die het slachtoffer wordt van hun privatiseringen, handelsverdragen en marktliberalisatie.” Kritiek op die marktwerking snijdt best hout, maar het woord is: “een etiket dat we graag plakken op beleid dat ons niet bevalt (of dat anders uitpakt dan we hadden gehoopt).” Ook een ander ‘isme’, het populisme vertroebelt het debat. Het is: “een scheldwoord, dat bedenkelijke motieven suggereert bij je tegenstander, zoals volksmennerij, simplisme en opportunisme,” aldus Waling. Als laatste het ‘islamisme’. Waling: “Hoewel zo’n ‘islamist’ zichzelf eerder zal kwalificeren als ‘goede moslim’, niet als aparte categorie binnen de islam, helpt het onderscheid om een militant deel van de gelovigen te onderscheiden, zonder de andere moslims van de samenleving te vervreemden.” Om die reden heeft dat woord nog enig nut, volgens Waling.

Inderdaad worden er veel ‘isme’-etiketten geplakt. Zo wordt racisme te pas en te onpas gebruikt om iemand te diskwalificeren. Of neem Sid Lukkassen, die heeft het vaak over cultuurmarxisme. Een plakkertje dat hij, en met hem Paul Cliteur en Thierry Baudet, graag op andersdenkenden plakt. Een vasthoudend iemand met een uitgesproken mening is al snel een ‘fundamentalist’. Een woord waar je weer allerlei woorden voor kunt zetten zoals milieu of islam. Allemaal ‘ismen’ die je door anderen opgeplakt krijgt om je in een hoek te zetten. In een hoek te zetten zodat de ‘plakker’ niet op je argumenten hoeft in te gaan. 

Eén ‘isme’ past niet in deze rij, het ‘realisme’. Het past niet omdat je het niet opgeplakt krijgt, maar het jezelf opplakt. Het woord wordt door velen gebruikt om hun eigen standpunten kracht bij te zetten. Kracht bij te zetten omdat het suggereert dat iemand die het niet met je eens is, irreëel is. Irreëel of nog erger, een idealist. Een zwever of dromer en op diens argumenten hoef je ook niet te reageren. Moeten we niet juist oppassen voor mensen die zichzelf de stikker ‘realisme’ opplakken? 

Op de man

Als je tegenstander bij het voetballen je steeds te vlug en slim af is, wat rest je dan? Geef hem een flinke beuk, speel op de man. Ook in een debat of discussie is op de man spelen en niet ingaan op de inhoud of de argumenten van de tegenstrever, een veel voorkomende tactiek. In realisten schreef ik er ook al over. Zeg van jezelf dat je realistisch, praktisch of pragmatisch bent en je tegenstrevers zijn direct gedegradeerd tot idealistische dromers en daar hoef je niet naar te luisteren.

op de man
Generated by IJG JPEG Library

Foto: www.alletop10lijstjes.nl

In het Commentaar van de Volkskrant van zaterdag 5 december 2015 geeft Arnout Brouwers een prachtig voorbeeld van het op de man spelen als hij schrijft: “Veel van de weerzin tegen beperkt ingrijpen tegen IS in Syrië stoelt op intellectuele luiheid en moralistisch gepreek waar niemand iets voor koopt – en zeker de duizenden slachtoffers van IS in Syrië niet.” In deze zin beschuldigt hij tegenstanders van ‘bommen op Raqqa’ in één zin van niet willen nadenken (intellectuele luiheid), mooie verhalen ophangen maar geen vuile handen willen maken (moralistisch gepreek) en als laatste van medeplichtigheid aan de dood van Syriërs. Dat moeten toch wel heel erge mensen zijn, die tegenstanders van het gooien van bommen op Syrië. Maar.

Wie is er intellectueel lui? Zijn dat werkelijk de tegenstanders van bombarderen? Of is dat Brouwers die de beschuldiging uit en zichzelf daarmee een vrijbrief geeft om niet in te hoeven gaan op de redeneringen en argumenten van zijn tegenstrevers in het debat? Wie gaat het debat en de discussie uit de weg?

Wie preekt er? Zijn dat de tegenstanders van bombardementen omdat zij niet zien hoe dat tot een duurzame oplossing moet leiden? Duurzaam in Syrië maar ook hier? Of is dat Brouwers die het niet kunnen zien van een einddoel alleen maar als een praktisch bezwaar ziet? Lijkt Brouwers hiermee niet op Alice die aan de Cheshire kat om de weg vraagt? En als de kat vraagt waar de reis heen moet gaan, antwoordt: ‘dat weet ik niet, ergens’. Waarop de kat zegt dat het dan ook niets uitmaakt welke weg je neemt als je maar lang genoeg loopt.

Niet bombarderen betekent niet dat er geen doden vallen. Vallen er met bombarderen niet met zekerheid doden? Als je als tegenstander van bombardementen al medeplichtig bent, wat ben je dan als je bombardeert?