Rechten, meningen in de openbare ruimte

Mensen houden er bijzondere redeneringen op na. Zo las ik de volgende in de Volkskrant: “De vlaggen hangen als landelijk vreedzaam protest in de openbare ruimte en die is van iedereen. Hier wordt de vrijheid van meningsuiting geschonden’, redeneren de boeren.” Of het werkelijk boeren zijn die zo redeneren weet ik niet maar daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om de uitspraak dat de openbare ruimte van iedereen is en dat het weghalen van daar opgehangen vlaggen een schending is van de vrijheid van meningsuiting.

Bron: Pixabay

Als er in Nederland, en trouwens ook in de andere westerse landen, iets heilig is, dan is dat eigendom. Dat is heilig, daar moet je van afblijven. Ja, dat kan worden onteigend maar dat dient dan wel gecompenseerd te worden. Dat is niet iets van tegenwoordig. Dat is trouwens ook de reden dat de slavenhouders werden gecompenseerd voor het verlies van hun slaven. Iets waarvan Marvin Hokstam in het interview bij De Kanttekening waar mijn vorige prikker over handelde, van zei: “Probeer maar eens te bevatten op hoeveel fronten dat niet klopt.” Als je het onvervreemdbare recht op eigendom bekijkt, dan is compensatie van de slavenhouders ineens niet meer zo vreemd. Het mag dan op ‘hoeveel fronten’ niet kloppen, vanuit het onvervreemdbare recht op eigendom klopt het. Dit even terzijde.

Veel grond in Nederland is in handen van particulieren. Een zeer flink deel hiervan is in handen van boeren. Het Kadaster houdt bij van wie welk stuk grond is. Dat die grond je eigendom is, wil niet zeggen dat je ermee kunt doen en laten wat je wilt. De Nederlandse wet- en regelgeving beperkt je in je vrijheid om dat grondbezit te gebruiken. Het eigendomsrecht van grond geeft je nog niet het recht om er zomaar een huis op te bouwen of er afval op te deponeren. Als je er als boer mest op wilt uitrijden dan moet je je daarbij aan de daarvoor geldende regels houden.

Naast grond in eigendom is er ook de openbare ruimte. Openbare ruimte is voor iedereen toegankelijk. Niemand kan erop geweerd worden. De openbare ruimte is de verbinding tussen ‘private ruimtes’. Daarom zijn ze ook voor iedereen toegankelijk. Was dat niet het geval, dan kon niemand zijn huis of perceel verlaten zonder aan iemand toestemming te vragen. De openbare ruimte is daarmee voor iedereen maar dat wil niet zeggen dat ze ook van ‘iedereen’ is. Een groot deel van de openbare ruimte is eigendom van overheidsorganen, van het Rijk, bijvoorbeeld de rijkswegen, van de provincies, gemeenten of de waterschappen. Maar ook stichtingen, zoals Natuurmonumenten en in de contreien waar ik woon het Limburgs Landschap, kunnen eigenaar zijn van openbare ruimte.

Dat iedereen de openbare ruimte mag gebruiken, wil ook niet zeggen dat alles erop is toegestaan. Ook het gebruik van de openbare ruimte is onderhevig aan dezelfde wet- en regelgeving. Zo is de Wegenverkeerswet 1994 van toepassing op: “voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten,” aldus artikel 1 eerste lid onder c. Dat betekent dat deze wet van toepassing is op alle vlaggen die aan bruggen viaducten en lantaarnpalen worden gehangen. De wet bepaalt dat het een ieder is: “verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.” Het opzettelijk storten van asbest, banden, strobalen en stront en het in brand steken hiervan is daarmee verboden en ook het ophangen van vlaggen, al dan niet op de kop, kunnen het verkeer hinderen. Zelfs het zonder toestemming van de wegbeheerder met een tractor rijden op een autoweg of autosnelweg is verboden.

Dan het grote goed van de vrijheid van meningsuiting. Het staat iedereen vrij zijn mening te uiten, ook in de openbare ruimte. Dit natuurlijk behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Over die verantwoordelijkheid voor de wet, specifiek de Wegenverkeerswet, heb ik het hierboven al gehad. En nee, het storten van rommel op wegen en het stichten van brand valt niet onder het uiten van je mening. Een mening uit je met woorden en eventueel met symbolen zoals een omgekeerde vlag. En ja, je mag je mening uiten in de openbare ruimte. Je mag er zelfs demonstreren. Daarvoor moet je wel eerst een vergunning aanvragen. Een vergunning die slechts bij hoge uitzondering geweigerd zou mogen worden zoals ik al eerder betoogde.

Dus, ja een symbolisch omgekeerde vlag valt onder de vrijheid van meningsuiting. Je mag ermee zwaaien om je mening te uiten. Je mag ze aan je eigendom hangen maar doe het wel degelijk want als ze loswaait en op een voorbijrijdende auto komt, dan ben je aansprakelijk. Je mag ze niet ongevraagd aan andermans eigendom hangen en dus ook niet aan lantaarnpalen, bruggen, viaducten en bomen langs de weg. Daarvoor moet je eerst toestemming vragen aan de eigenaar. Nu zijn ze toch opgehangen en hebben ze er een tijdje gehangen. Dat deze illegaal opgehangen vlaggen vervolgens worden verwijderd, betekent niet dat de vrijheid van meningsuiting wordt aangetast. Indien bekend is van wie de vlag is, kan de eigenaar van de openbare ruimte de kosten ervan zelfs op die persoon verhalen.

Trouwens. Als je mening uiten door een omgekeerde vlag aan elementen in de openbare ruimte zoals bomen, bruggen viaducten en lantaarnpalen op te hangen wel zou mogen, zou het weghalen door een willekeurige andere die zich beroept op een andere mening daar dan ook niet onder vallen? Die ander heeft dan immers evenveel recht om zijn mening te uiten. Een reden te meer om uiterst terughoudend om te gaan met het op die manier uiten van meningen.

Verbied Frans Bauer!?

Roken is verslavend en slecht voor de gezondheid en dat zijn goede redenen om meeroken in gesloten ruimtes te voorkomen. Vroeger zat ik vaker in zo’n gesloten ruimte en moest meeroken. Eerst thuis als er een feest werd gevierd. Dan stonden de sigaretten op tafel. Omdat mijn vader negen broers en zussen had en mijn moeder drie, allen met aanhang en velen van hen rokend, daalde gedurende het feest een donkere wolk op ons neer. Later tijdens het stappen in de kroegen was het van hetzelfde laken ’n pak. Dus het verbod op roken in openbare gelegenheden en de horeca kon op mijn steun rekenen. Nu zijn er steden die roken in (delen van) de openbare ruimte willen verbieden. Ligt dat niet net wat anders?

Bron: Youtube

Nu zullen de plannen om roken in het openbaar te verbieden mij niet raken. Mijn vader rookte vroeger shag, tenminste, totdat hij stopte. Als jongetje van een jaar of twaalf wilde ik dat ook wel eens proberen en dus pakte ik stiekem een paar vloeitjes. Die zou hij vast niet missen. De tabak, ik wist toen nog niet dat dit spul zo heette, liet ik ongemoeid, dat zou hij vast merken. Bovendien lag de hooizolder op onze boerderij vol met een alternatief. Na enig knutselwerk lukte het mij om een vloeitje zo met hooi te vullen dat het op een sigaret leek en die stak ik aan. Door die ene teug ben ik voor goed genezen en dus zullen die maatregelen mij niet raken. 

Waarom ligt zou het bij roken in de openbare ruimte anders? Roken waardoor ik soms ‘gedwongen’ moet meeroken en de roker mij dus schade berokkent. Door dit te verbieden word ik immers gevrijwaard van die schade? Vinden er in die openbare ruimte niet meer activiteiten plaats die mijn gezondheid schade berokkenen? Neem bijvoorbeeld autorijden. Ook dat berokkent anderen schade. Zichtbaar als ze het slachtoffer zijn van een aanrijding, maar ook onzichtbaar door de uitlaatgassen en de fijnstof.

Een voorbeeld, maar zo zijn meer activiteiten in de openbare ruimte te benoemen die de gezondheid van anderen kunnen schaden. Zo is muziek van Frans Bauer een aanslag om mijn goede humeur en als ik er veel aan wordt blootgesteld dan word ik chagrijnig. Landurig chagrijn kan het leven bekorten, dus Frans Bauer verbieden om mijn gezondheid te sparen en mij langer te laten leven? Alleen loop ik dan het risico dat de Dead Kennedys ook aan mij voorbij gaan, daar zal vast ook wel iemand chagrijnig van worden.

Betekent samenleven niet accepteren dat de ander jou soms lichte schade berokkent? Dit accepteren omdat jij ook de ruimte hebt om voor anderen licht schadelijke activiteiten te ondernemen?