Geestelijke schraalheid

“Tot de bevrijding die de babyboomers organiseerden, behoorde ook de secularisering – het proces van ontkerkelijking. Eenmaal verlost van de knellende geloofszekerheden, kon de babyboomer zijn zelfontplooiing ter hand nemen. Daarmee kon echter niet het vacuüm worden opgevuld dat de kerken hebben nagelaten. De babyboomers en hun nazaten leven in geestelijke schraalheid te midden van materiële weelde.” Een alinea uit het Commentaar van Sander van Walsum in de Volkskrant. Dat Commentaar behandelt de kloof tussen de de ‘jongeren van nu’ en de ‘babyboom-generatie’. Nee, ik ga hier niet meer schrijven over ‘geleuter over generaties’, dat heb ik al twee keer gedaan. Het gaat mij om de bovenstaande passage. 

Bron: Public Domain Pictures

Beweert Van Walsum dat het leven geestelijk schraal is zonder ‘geloofszekerheden’? Omgekeerd zou dat betekenen dat een geestelijk rijk leven alleen maar mogelijk is met ‘knellende geloofszekerheden.’ Ik kan me niet voorstellen dat iets wat knelt prettig voelt. Knellende schoenen lopen niet prettig. Maar ook als we het woord ‘knellende’ weglaten, vraag ik me af of ‘geloofszekerheden’ een voorwaarde voor een geestelijk rijk leven zijn.  

We leven inderdaad in een tijd van materiële weelde. Sterker nog, het ‘materiële’ wordt  veel te belangrijk gevonden. Als die ‘geloofszekerheden’ nodig zijn om mensen te ‘verankeren’ waarom zien we dan zo weinig aanhangers van die zekerheden die een leven kiezen waarbij ze het materiële zoveel mogelijk laten voor wat het is. Die zoeken naar een andere invulling van hun leven. Een invulling die bij hun ‘geloofszekerheden ‘past. 

Als die ‘geloofszekerheden’ een basisvoorwaarde voor geestelijke rijkdom zijn, waarom kramen hun aanhangers dan vaak zo’n armoedige zaken uit? In haar eindejaarsconference besteedde Claudia de Breij aandacht aan de ‘Nashville verklaring’ en aan SGP leider Van der Staaij. Dit om maar een voorbeeld uit een religie te noemen. “WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn. WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.” Aldus artikel 10 van de verklaring. Als die verklaring en het handelen van Van der Staaij voorbeelden van ‘geestelijke rijkdom’ zijn, dan voelt die ‘rijkdom’ wel heel armoedig.

Aan de andere kant zijn er mensen die zonder ‘geloofszekerheden’ leven en wel het materiële zoveel mogelijk laten voor wat het is.  Aan die andere kant zijn er ook zeer veel mensen die bevestigen dat homoseksualiteit en transgenderisme een moreel neutrale zaak is. Die hebben daar geen ‘geloofszekerheden’ voor nodig. Het enige wat zij daarvoor nodig hebben, is hun gezonde verstand en hun gevoel van menselijkheid. Geestelijke rijkdom is niet afhankelijk van geloofszekerheden.

Welkom! Of niet?

Als je in Nederland asiel zoekt en krijgt, dan krijg je in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kun je dan nog niet veilig terug naar je land van herkomst, dan krijg je een permanente verblijfsvergunning. CDA en SGP willen dit anders, deze partijen willen de tijdelijke verblijfsduur oprekken naar zeven jaar. Veel vluchtelingen hebben een gebrek aan perspectief in Nederland. Bovendien: “het doel moet zijn dat na afloop van een oorlog mensen weer terug gaan om te helpen bij de wederopbouw,” zo beweert CDA-leider Buma in Elsevier. Door de tijdelijke status op te rekken, heeft de Nederlandse overheid meer tijd om vluchtelingen terug te sturen.

kikker

Van iemand die de asielstatus heeft gekregen, wordt verwacht dat hij zich snel de taal en gebruiken eigen maakt en op zoek gaat naar werk, hij moet ‘inburgeren’ en deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving. Zou het kunnen dat een tijdelijke status daarbij hindert?  Het kan immers zomaar gebeuren dat alle inspanningen die je als vluchteling in je inburgering stopt, na vijf jaar voor niets is geweest. Als de oorlog in je land van herkomst is beëindigd, moet je van Buma immers terug om dat land mee op te bouwen. Is dat niet dubbel? De Nederlandse overheid verplicht je om in te burgeren, maar geeft je geen zekerheid dat je mag blijven? Vluchtelingen moeten goed hun best doen, maar krijgen geen garanties, behalve dan als ze: “kunnen aantonen dat ze een inkomen hebben en voldoende zijn ingeburgerd.” 

De christelijke mannenbroeders Buma en Van der Staaij signaleren een gebrek aan perspectief en daarom willen zij de tijdelijke status verlengen. Als een gebrek aan perspectief het probleem is, zou daar dan niet wat aan moeten worden gedaan? Wie is er verantwoordelijk voor dat perspectief? Moet perspectief niet worden geboden? Heb je daar niet anderen voor nodig? Is dat niet juist een opgave van de samenleving die de vluchteling asiel biedt? Is dat niet juist de opgave waar de politiek in het algemeen en vooral de christelijke mannenbroeders die de naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan in het bijzonder, aan moet werken? Aan een perspectief in Nederland en niet alleen vluchtelingen ‘na de oorlog’ uitzetten om te helpen bij de ‘wederopbouw’?

Zou een verlengde tijdelijke status het perspectief van de vluchteling verbeteren? Of, en dan draaien we het om, zou het gebrek aan perspectief niet een gevolg kunnen zijn van die tijdelijke status? Zou meteen een permanente status daarbij niet veel uitnodigender zijn? Zij die ‘na de oorlog’ terug willen om hun land van herkomst op te bouwen, zullen zich door die permanente Nederlandse status niet laten weerhouden.