Afzijdigheid

In het commentaar in de Volkskrant constateert Arnout Brouwers dat ook het niet militair ingrijpen door de Verenigde Staten in het Syrische conflict een prijs heeft. Hij constateert: “Obama mag goede redenen hebben gehad zich afzijdig te houden, de gaten die daarbij vallen worden gretig gevuld door andere landen met ambities, zoals Iran en Rusland. De onvermoeibare John Kerry ondervindt nu in Syrië hoe moeilijk diplomatie is die niet wordt geschraagd door militaire macht.”

syrie

Illustratie: www.nrc.nl

Natuurlijk behoorde een inval als in Irak tot de mogelijkheden. Een inval om president Assad af te zetten en democratie te brengen, net als in Irak en Afghanistan is geprobeerd. Of bombardementen op de troepen van Assad waardoor de troepen van het ‘vrije Syrische leger’ de regering wellicht hadden kunnen verdrijven zoals in Libië is gebeurd. Alleen zijn de resultaten in die landen niet om over naar huis te schrijven.

Maar toch, ben je afzijdig als je in woorden partij kiest voor een groep deelnemers aan het confilct en wilt dat een ander van het toneel verdwijnt? Ben je afzijdig als je verschillende gevechtsgroepen bewapend? Ben je afzijdig als je gevechtsgroepen traint? Ben je afzijdig als je gevechtgroepen ondersteunt tot en met meevechten toe? Ben je afzijdig als je gevechtsvliegtuigen hebt rondvliegen? Ben je afzijdig als je die gevechtsvliegtuigen gebruikt om gewapende groepen te bombarderen? Is er dan sprake van ‘afzijdig houden’? Niet volgens de definitie in de Van Dale: “zich afzijdig houden (a) niet meedoen; (b) zijn mening niet uiten.” Dat is geen afzijdig zijn, dat is meedoen. Niet op volle kracht maar wel meedoen.

Wellicht waren de verhoudingen anders geweest als er was gehandeld zoals in Afghanistan, Irak en Libië? Alleen zijn dat ook geen toonbeeld van veiligheid, vrede en/of stabiliteit. Ook daar sterven al jaren dagelijks mensen door oorlogsgeweld een aanslagen.

Wellicht is afzijdigheid een optie om eens uit te proberen? Geen partij kiezen, geen wapensleveren, geen ondersteuning, geen goederen en diensten van welk soort dan ook leveren. Geen humanitaire hulp in het betreffende land bieden. Niets van dat alles, dus gewoon niets doen. Helemaal niets, behalve het goed en menswaardig opvangen van mensen die de ellende ontvluchten. Het proberen waard?

‘Duizend bommen en granaten’

Bommenwerpers en drones met hellfire raketten. Dat is de favoriete manier van oorlogvoeren in het huidige tijdsgewricht. Zo wordt nu IS in Syrië en Irak gebombardeerd. Maar wat wordt er gebombardeerd? Posities van de vijand, strategische doelen en natuurlijk voor de vijand cruciale infrastructuur. Hieraan moest ik denken na het lezen van een kort artikel bij Vrij Nederland. Dit artikel bespreekt de belangrijke rol van de Russen bij de bevrijding van Palmyra. Een rol die tot meer dan 1.000 burgerslachtoffers van Russische bombardementen leidde.

1000bommenIllustratie: nb.colomaplus.be

Nu wordt er in Syrië al gevochten en gebombardeerd sinds 2011 en in Irak eigenlijk als sinds 1991. Dat roept de vraag op of er zoveel strategische doelen en cruciale infrastructuur is of wordt er zo slecht geschoten? Belangrijker is de vraag wat het doel van die bombardementen is? De vijand demoraliseren en diens posities verzwakken zodat die makkelijker in te nemen zijn. Dat innemen moet door grondtroepen en dat zijn vooral Syriërs, Koerden en Irakezen.

Lukt dat demoraliseren ook? en wat is het effect van luchtbombardementen op de burgerbevolking? Onderzoek naar strategische bombardementen in de Tweede wereldoorlog en de Vietnamoorlog zijn weinig hoopgevend. Het liet zien dat deze “niet tot de gewenste of verwachte resultaten hadden geleid. Zij hadden de fysieke Duitse gevechtscapaciteit niet wezenlijk aangetast en evenmin tot de bereidheid geleid eerder te gaan onderhandelen. … Sterker nog: bombardementen konden het moreel verhogen.” En ook operatie Rolling Thunder de meer dan een jaar durende bombardementen op Noord-Vietnam lieten iets soortgelijks zien: “De bombardementen hadden geen ernstige moeilijkheden veroorzaakt bij het vervoer, de economie of het moreel.” Zo schrijft de Amerikaanse historica Barbara Tuchman in haar boek Mars der Dwaasheid (pagina 372).

Bommen verhogen het moreel en tasten de gevechtskracht niet aan? Dat lijkt vreemd? Het machtige leger van het Irak van Saddam Hoessein was in 2003 toch snel murw gebombardeerd? De vraag is hierbij wat is snel? Want zou het land na 12 jaar economische sancties en beperkingen niet al redelijk uitgeput kunnen zijn? Twaalf jaar waarin er ook af en toe werd gebombardeerd? Twaalf jaar die vooraf werden gegaan door de Irakoorlog van 1990-1991? Een oorlog die het verloor en waarvan die sancties een gevolg waren? En was die oorlog niet een gevolg van de Irak-Iran oorlog van 1980-1988 die het land, toegejuicht en gefinancierd door de Arabische buren en het westen, die het was begonnen?

Als ‘duizend bommen en granaten’ ook het moreel van IS versterken, zouden sancties dan misschien een oplossing kunnen zijn?