De herrezen Marx?

Op de site Sociale vraagstukken analyseert Simon Roozendaal het huidige klimaatbeleid. Dat beleid leidt tot een gevaarlijke tweedeling in de samenleving. Het kent volgens Roozendaal een: “omgekeerde Robin Hoodeffect.” Dit omdat: “bij de subsidies voor duurzaamheid wordt het geld van de armen afgepikt om dat onder de rijken te verdelen. De mensen die zich zonnepanelen op het dak kunnen veroorloven, zijn huizenbezitters met tienduizenden euro’s op de bank. Mensen die in elektrische auto’s rijden, hebben een goede baan, bij een werkgever die aan zijn beste mensen een leaseauto ter beschikking stelt, of ze hebben een dikke bankrekening. Ze krijgen voor die windmolens, zonnecellen en elektrische auto’s veel subsidie. Die wordt opgebracht door de belastingbetaler, dus ook door de mensen zonder leaseauto’s, zonder eigen huizen waarop ze zonnecellen kunnen plaatsen en zonder lappen grond waarop ze een windturbine kunnen neerzetten.” Daarop concludeert hij: “Duurzaamheid functioneert zoals Karl Marx het kapitalisme zag: de rijken worden rijker en de armen worden armer.” 

Bron: Wikipedia

Op deze analyse is niets aan te merken. Toch slaat Roozendaal de plank mis als op die zin over Marx de volgende zin volgt: “In de tijd van Marx was dat overigens niet zo, zelden zijn de armen zo veel rijker geworden als aan het begin van de twintigste eeuw.” Inderdaad werden begin twintigste eeuw de stijgers geplaatst voor de verzorgingsstaat. Dit begon met het Kinderwetje van Van Houten, of om de echte titel van de wet aan te halen omdat die duidelijk maakt waarover de wet handelde, de Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van overmatige arbeid en verwaarlozing van kinderen. Die wet werd in 1901 gevolgd door een Ongevallenwet, de eerste sociale verzekeringswet van Nederland, Daarop volgende wetten voor ouderdoms-, invaliditeits-  en ziektekostenverzekeringen. Na de Tweede Wereldoorlog werd hierop verder gebouwd. Al deze wetten zorgden voor een bodem in de ‘armoedeput’, je kon er niet meer zo diep invallen. Of de armen er rijker van werden, zoals Roozendaal suggereert, dat valt ernstig te betwijfelen. 

Zelfs als we dit over het hoofd zien, dan slaat Roozendaal de plank volledig mis. Volgens Roozendaal behoort het begin van de twintigste eeuw tot het tijdperk van Karl Marx. Marx overleed echter al ver voordat de twintigste eeuw aanving en wel op 14 maart 1883. Of zou Marx ook zijn herrezen? Die gemiste plank doet echter, zoals gezegd, niets af aan Roozendaals analyse.  

Het milieu en de parochie

Een vraag, naar wie gaat u als uw auto kapot is? Grote kans dat u, net als de Ballonnendoorprikker, naar een garagebedrijf gaat met goed opgeleide monteurs. Die hebben verstand van auto’s, de erin gestopte techniek en kunnen het defect goed en vakkundig verhelpen. Logisch toch?

louche-autoverkoper

Foto: Automotive Import BV

Volgens columnist Simon Rozendaal van Elsevier maak je dan toch echt een verkeerde keuze. De enige reden dat die monteurs zeggen dat ze monteur zijn is: “omdat u dan onder de indruk bent en denkt dat deze mensen veel van (defecte auto’s) afweten. .. en hun mening daarom zwaarder zou moeten wegen.” U moet hen, volgens Rozendaal toch echt niet vertrouwen, u kunt beter luisteren naar een elektrotechnicus, fietsenmaker of verwarmingsmonteur. Vindt u deze redenering belachelijk? Ik geef u groot gelijk, dat vindt de Ballonnendoorprikker ook.

Wat als het niet de auto is die kapot is, maar het milieu, want dat is het onderwerp van de column van Rozendaal? Rozendaal reageert op een open brief van een negentigtal hoogleraren die het kabinet oproepen om flink te investeren in groene economie om het klimaat te redden. Zou je de brief van die negentig serieus moeten nemen? Rozendaal denkt van niet: “van de negentig hoogleraren zijn er tachtig, die niet meer van het klimaatprobleem afweten dan de gemiddelde burger dan wel kunnen worden gerekend tot de categorie wc-eend-hoogleraar: wij van wc-eend bevelen wc-eend aan.” De hoogleraren duurzaamheid en milieu behoren tot de categorie wc-eend: ze pleiten voor meer geld omdat ze ervan leven. Dan zijn er onder andere hoogleraren politieke wetenschappen, economie en kunst en wat weten die nu van het milieu af? Blijven over de: “vijf tot tien chemici, computerwetenschappers, techniekmanagers en waterdeskundigen, van wie we de mening over duurzaamheid, klimaat en energie wellicht iets serieuzer kunnen nemen.”

Dus, als het om het milieu gaat, is er niemand die met enig gezag iets kan vertellen. De specialisten zijn verdacht, want die hebben belangen en preken voor eigen parochie. Degenen die er geen specialist in zijn, kun je niet serieus nemen want het zijn immers geen specialisten. En als ze specialist waren, dan zouden ze voor eigen parochie preken…