App en/of enkelband

“Wanneer in een stad de pest uitbrak, moesten volgens een reglement uit het einde van de zeventiende eeuw de volgende maatregelen worden getroffen. Allereerst een rigoreuze parcellering: de stad en haar ‘ommeland’ worden afgegrendeld, het is verboden de stad te verlaten op straffe van de dood, en alle zwerfdieren worden afgemaakt. De stad wordt opgedeeld in verschillende wijken die elk onder gezag van een intendant worden geplaatst. Iedere straat komt onder toezicht te staan van een syndicus die met de dood wordt gestraft als hij straat verlaat. Iedereen krijgt het bevel zich op een vastgestelde dag in zijn huis op te sluiten en het is verboden het te verlaten op straffe van de dood. De syndicus komt eigenhandig de deur van iedere woning van buitenaf vergrendelen; hij overhandigt de sleutel aan de wijkintendant, die hem bewaart tot de opheffing van de quarantaine.” 

Zo begint het hoofdstuk Panoptisme van het boek Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis van de Franse filosoof Michel Foucault. Foucault haalt dit uit een reglement uit de zeventiende eeuw. We zijn nu een kleine vier eeuwen verder en de manier waarop het coronavirus wordt bestreden, lijkt hier niet veel van af te wijken. Opsluiten in huis, contact vermijden en straffen bij overtreding. Geen doodstraf, tenminste niet in dit deel van de wereld. In andere streken, zoals de Filippijnen, ligt dat anders. Ik moest aan dit boek denken toen ik bij De Correspondent een artikel  van Dimitri Tokmetzis en Morgan Meaker las over de inzet van surveillancetechnologie om: “verspreiding van het virus te onderdrukken maar toch lockdowns te versoepelen”. De beide auteurs volgen: “het scala aan bewakingstechnologieën dat wereldwijd wordt ingezet.” En door dat woord ‘bewakingstechnologieën’ moest ik aan Foucault denken. 

Foucault beschrijft de geschiedenis van het omgaan met misdadigers. Het boek begint met het beschrijven van de ten uitvoerlegging van de straf van Damiens. Damiens pleegde een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Damiens wordt op een kar naar de plek gereden waar zijn straf, een openbare schuldbelijdenis, wordt voltrokken. “Daarna, “op genoemde kar, en op een schavot dat op de Place de Grèves opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid, de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken worden en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” Nu bleek dat vierendelen lastig vanwege het ontbreken van de juiste paarden. Daarom werden het zes paarden en dan nog ging het allemaal maar moeizaam.

Deze brute manier van straffen voor het oog van ‘het volk’, riep in de tweede helft van de Achttiende eeuw steeds meer weerstand en protest op: “de straffen moeten gematigd worden en in verhouding staan tot de delicten, de doodstraf mag slechts worden opgelegd aan schuldig bevonden  moordenaars, en de mensonwaardige lijfstraffen moeten worden afgeschaft,” aldus een samenvatting van een lijst met grieven in 1787 en 1788 ingediend bij de Franse Staten Generaal. Als alternatief kwam dwangarbeid op en in de loop van de negentiende eeuw ontstonden de gevangenissen zoals we ze nu nog steeds kennen. Een correctioneel instituut gericht op het verbeteren van de misdadiger zodat die na het uitzitten van zijn straf niet meer in de fout gaat. Hen moet discipline worden bijgebracht. Discipline ontstaat niet via het vertoon van macht, maar via observatie en kleine interventies.

De Brit Jeremy Bentham over wie ik al vaker schreef maar dan als ‘uitvinder’ van het utilitarisme, speelde hierin een belangrijke rol. Bentham ontwierp het Panopticum. Een gebouw met een centrale hal met daar rond ringen van cellen over verschillende verdiepingen gestapeld. Een cel heeft twee ramen: één naar buiten en één op de centrale hal gericht. Vanuit die centrale hal kan een persoon alles overzien zonder dat de persoon zelf gezien wordt. Bentham voorzag toepassing als gevangenis, school, ziekenhuis maar ook als bedrijfsgebouw. Koepelgevangenissen zijn volgens dit principe gebouwd. De camerabewaking van de openbare ruimte en de enkelband om thuis je straf uit te zitten, zijn eigentijdse varianten hiervan. 

‘Disciplinering’ van gevangenen kwam niet uit de lucht vallen. De opkomende industrie en het leger vroeg ook om disciplinering van mensen. Disciplinering was en is een belangrijk doel van ons onderwijs. En die disciplinering is bijzonder succesvol geweest. De manier waarop de ‘corona-maatregelen’ worden nageleefd, laten dit zien. De apps waarover nu wordt gesproken zijn een volgende stap in deze disciplinering. Als ze een verplichting worden, zijn die apps niet te vergelijken met de enkelband. Trouwens ook al ze niet worden verplicht, maar het niet hebben ervan je beperkt in je beweging?

Goed voorbeeld

De strijd in Syrië duurt maar voort en een einde lijkt nog niet inzicht. Bij De Correspondent beschrijft Dimitri Tokmetzis de ‘geschiedenis’ van de strijd en maakt daarbij duidelijk hoe deze strijd al verschillende keren van gedaante is veranderd. Tokmetzis“ Het begon in het voorjaar van 2011 als een burgerlijk protest tegen het autoritaire regime van president Assad. …Al snel vond er een radicalisering en fragmentatie plaats langs ideologische en sektarische lijnen. En, zoals dat gaat, begonnen buitenlandse partijen zich in de strijd te mengen – zichtbaar en onzichtbaar. … In 2014 kwam nog een speler het veld opstormen, nu vanuit Irak: ISIS Dat leidde weer tot een radicale herinterpretatie van het conflict door de Verenigde Staten, enkele Europese landen en, later, Rusland.” …  Begin 2017 transformeerde het conflict voor de derde keer door extreme fragmentatie.”

syria-1699119_960_720

Illustratie: pixabay.com

 Dit alles heeft er, volgens Tokmetzis, toe geleid dat het al lang niet meer over Syrië gaat en “ Met zo’n verstrengeling van economische belangen, lokale machtsmotieven en de gewapende strijd is het erg moeilijk een politieke oplossing te vinden voor het conflict.” Want: “Een oplossing is niet mogelijk zonder oog te hebben voor deze grensoverschrijdende belangen, netwerken en geldstromen.” Dit houdt in, zo citeert Tokmetzis Clingendael-onderzoeker Erwin van Veen: “De zuurstof voor het conflict komt sinds enige tijd vooral van buiten. Daarom zal op dit moment een mogelijke oplossing eerst internationaal moeten worden gevonden. Wat de Syriërs zelf willen, is tragisch genoeg, van ondergeschikt belang geworden.” 

Na deze beschrijving en analyse van de situatie vraagt hij, bijna verzuchtend zo lijkt het, aan zijn lezers: “Moeten Nederland en de Europese Unie hun opstelling ten opzichte van het conflict veranderen?”  Een interessante vraag. Is er, zijn analyse volgend niet maar één optie als je als land een bijdrage wilt leveren aan het beëindigen van deze strijd? Zou meer buitenlandse bemoeienis in de strijd hierbij helpen? Als de ‘zuurstof’ vooral van buitenlandse bemoeienis komt, zou meer buitenlandse bemoeienis, meer zuurstof, dan de oplossing zijn?

Zou de oplossing niet gezocht moeten worden in het beëindigen van die buitenlandse bemoeienis? Beëindigen door je afzijdig van de strijd en de strijdende partijen te houden? Afzijdig, maar niet afzijdig als het de opvang van Syrische oorlogsvluchtelingen betreft? Afzijdig ook door hen, zonder aanziens des persoons (dus ook als het de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië of Israel betreft) te straffen met economische en andere sancties? Door ervoor te zorgen dat hun belangen om te stoppen groter zijn dan de strijd voort te zetten? Door de ‘pijn’ te verleggen van de Syrische bevolking naar de bevolking van deelnemende landen?

Zou Nederland dit voorbeeld durven te geven?