Uitgelicht

Slaan en/of geslagen worden

Met grote en ronkende woorden geeft Keren Hirsch in een artikel in Het Parool zanger Douwe Bob onder uit de zak. Hirsch:“Als Douwe Bob echt voor verbinding was, was hij niet weggelopen. Dan had hij navraag gedaan, het gesprek gezocht, geluisterd – maar dat deed hij helaas niet.” De zanger, zo betoogt Hirsch, die bestuurslid is bij het Centrum voor Informatie en Documenten Israël (CIDI), veroordeelt: “ Iemand over een woord waarvan (…) (hij) niet de hele betekenis (…) (wwet). Enkel omdat (…) (hij denkt) de wijsheid in pacht te hebben.” En zij is niet de enige. Het CIDI blijkt zeer effectief in het bereiken van de krantenkolommen want in de Volkskrant een ingezonden brief van Nathan Bouscher van hetzelfde CIDI. Een trend want iedere keer als er kritiek wordt geleverd op Israël dan verschijnen er artikelen vanuit het CIDI in kranten. Bijzondere artikelen waarin de zanger wordt verweten door onwetendheid het verkeerde signaal te hebben afgegeven.

Eerst het betoog van Hirsch. “Kinderen stonden zondag klaar, vol verwachting, voor een optreden van een Nederlandse artiest. Kinderen die vaak naar zwaarbeveiligde scholen gaan, omdat hun Joods-zijn in Nederland al lang niet meer vanzelfsprekend veilig is. Kinderen die opgroeien met de wetenschap dat hun gemeenschappen beveiligd moeten worden bij feestdagen, culturele evenementen en uitjes. En ook Jom Ha Voetbal had beveiliging.” Helaas voor voor de kinderen: “In plaats van hen een vrolijk optreden te bezorgen, kregen ze een pijnlijk signaal: ‘Om wie jij bent, treed ik niet voor je op.’ Douwe Bob liep weg. Niet vanwege iets wat er werd gezegd of gedaan, maar vanwege een woord. Een woord dat voor veel Joden juist hun bestaansrecht uitdrukt.” Ze vervolgt: “Steeds weer worden Joodse Nederlanders verantwoordelijk gehouden voor het conflict in het Midden-Oosten. Steeds weer moeten ze uitleggen dat hun verbondenheid met Israël niet betekent dat ze voor oorlog of bezetting zijn. En steeds weer wordt hun Joodse identiteit verdacht gemaakt – via de achterdeur van antizionisme.” En: “Het wegzetten van zionisme als iets slechts draagt bij aan de dehumanisering van Joden. Het ontneemt ze hun recht op veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie. In een tijd van toenemend antisemitisme – online, op straat en in de politiek – is dat niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk.”

Bron: Flickr

In de Volkskrant betoogt Bouscher dat Douwe Bob door: “te kiezen om überhaupt niet op te treden (…) veel olie op het vuur (heeft) gegooid; hij had er ook voor kunnen kiezen in gesprek te gaan met de organisatoren.” Maar: “het echte punt zit in hoe Douwe Bob klaarblijkelijk aankijkt tegen zionisme. Zionisme is niets meer dan het streven naar een thuisland voor het Joodse volk en het bestaansrecht van Israël als Joodse staat. Voor de meerderheid van de Joden, van uiterst links tot rechts, is zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit.” Hij concludeert dat Douwe Bob door weg te lopen: “ de boodschap af dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël. Dit zal hij zo niet hebben bedoeld, maar dat is wel het kwalijke signaal dat is bijgebleven.” Om hun betoog kort samen te vatten: ‘Arme Douwe Bob, hij is onwetend en heeft door zijn onwetendheid verkeerd gehandeld. Had hij geweten wat zionisme werkelijk is, dan had hij anders gehandeld’.

Zionisme is geen religie. Het is een politieke ideologie. Een ideologie die haar oorsprong vindt in de negentiende eeuw. De eeuw van het nationalisme. De eeuw dat mensen duidelijk moest worden gemaakt dat ze toch echt Nederlander, Duitser of Fransman waren. Voor een huidige Nederlander is het wellicht moeilijk voor te stellen, maar het overgrote deel van de twee miljoen negentiende-eeuwse bewoners van wat nu Nederland is, konden zich bij Nederlander zijn, niets voorstellen. Ze woonden in een dorp of stad en zagen zich als inwoner van dat dorp of die stad, spraken de taal van dat dorp of die stad en als ze op de klok keken dan was de kans groot dat die iets anders liet zien dan de klok in een andere stad. En waar ik hier Nederlander schrijf, kun je ook Duitser, Fransman of welk huidig volk dan ook lezen.

Die identificatie als Nederlander is iets van de laatste 150 jaar. En hoe deden onze voorouders dat, iemand zich Nederlander laten voelen? Dat deden ze via een eenheidstaal en die noem je Algemeen Beschaafd Nederlands. Waarmee je iemand die een lokale taal spreekt meteen wegzet als ‘onbeschaafd’. Dat deden ze door een trots verhaal te creëren over het gebied en haar inwoners. In dat verhaal worden de Batavieren ineens Nederlanders avant la lettre. In dat verhaal word je trots op, om voormalig premier Balkenende aan te halen, ‘die VOC-mentaliteit’. Dat deden ze door er een volkslied in te stampen en andere liederen over daden van mensen die je net als de Batavieren Nederlander avant la lettre maakt. Dan wordt er gezongen over Piet Hein en de zilvervloot en wordt er trots verteld over Michiel de Ruyter en het grote wereldrijk dat die VOC-mentaliteit creëerde. En dat deden ze ook door zich tegen andere volkeren af te zetten. Die zijn anders en voor dat ‘ anders’ zoek je iets wat hen ‘anders’ maakt. En geloof is dan iets wat iemand al snel anders maakt. In de negentiende en zelfs tot het midden van de twintigste-eeuw was een Nederlander vooral Protestants en dan vooral Hervormd. Katholieken werden met de nek aangekeken want die gehoorzaamden niet Den Haag maar Rome.

Het nationalisme kende een burgerlijke en een semi-religieuze variant. De burgerlijke variant waarvan de aanhangers streefden naar een staat die al haar burgers gelijke rechten gaf. Nu wellicht lastig voor te stellen maar in de negentiende en ook de eraan voorafgaande eeuwen, waren mensen niet gelijk en werden zeker niet gelijk behandeld. En hoe verschillend dat verschilde per stad. De semi-religieuze kant van het nationalisme stelde, wat we tegenwoordig identiteit noemen, centraal. Bij deze vorm van nationalisme hoorde je bij de natie als je aan bepaalde vereisten voldeed op het gebied van taal, gedrag, gebruiken en religie. Deze laatste vorm van nationalisme zorgde en zorgt voor problemen.

Deze vorm was een groot probleem voor rijken zoals het Ottomaanse en het Oostenrijks Hongaarse waar veel echt van elkaar verschillende talen werden gesproken. En deze groepen woonden ook nog eens door elkaar. Die problemen kwamen er en zijn er nog steeds. Bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië. Dit is ook het nationalisme van bijvoorbeeld de PVV en andere partijen die spreken over het ‘ echte volk’ of de ‘echte Nederlander’. Deze vorm van nationalisme sluit mensen uit. Deze vorm van nationalisme speelt in op gevoelens van mensen en zet mensen tegen elkaar op. Vooral in tijden van spanning en crisis blijken mensen gevoelig voor deze vorm van nationalisme.

Dan terug naar het zionisme. In die negentiende eeuw kozen veel joden voor bijvoorbeeld de Franse, Duitse of Nederlandse nationaliteit en maakten gebruik van de rechten die ze, net als de andere inwoners van deze landen, kregen. Ze gingen meedoen in het zakenleven, de wetenschap en het bestuur van de landen waar ze woonden. Een ander deel wilde iets anders. Die vonden dat die emancipatie van joden was mislukt omdat zij geen eigen staat hadden in Europa. Ze wilden een joodse staat waar de religie geen rol speelt gebaseerd op de Hebreeuwse taal en de joodse cultuur. Omdat staatsvorming in Europa was mislukt, zochten de zionisten een andere plek en die plek werd Palestina. Dit is het zionisme van Hirscher en Bouscher. De seculiere variant.

Echter, net als bij alle vormen van nationalisme, kent ook het zionisme semi-religieuze varianten in verschillende gradaties. Deze varianten kennen veel aanhangers en onder de bewoners van de illegale kolonistennederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn veel aanhangers van de meest extreme vormen te vinden. De aanhangers van Smortrich en zijn Religieus Zionistische Partij en van Ben-Gvir en zijn op religieus zionistische snit gebaseede partij Otsma Jehudit. Een heel ander zionisme dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen. Zionisme is toch iets anders, of beter gezegd veel meer dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen.

Ik begon deze uiteenzetting over het zionisme met de opmerking dat het zionisme een politieke ideologie is. En op politieke ideologieën mag je kritiek hebben. Ze zijn niet neutraal, ze politiseren en polariseren. Dat gebeurt binnen de verschillende varianten van het zionisme. Het zionisme van Smotrich en Ben-Gvir bekritiseert de neutrale variant van Hirsch en Bouscher. En het zou zomaar kunnen dat deze beide auteurs ook kritiek hebben op het religieus zionisme van Smotrich en Ben-Gvir. Maar ook van buiten mag je kritiek hebben op een politieke ideologie. Socialisme, liberalisme, politiek islamisme, nationalisme, trumpisme ze mogen allemaal bekritiseerd worden. En het is het goede recht van iedere muzikant om niet op te willen treden als er reclame wordt gemaakt voor een politieke ideologie. Zeker als vooraf is aangegeven dat de artiest niet optreed als er sprake is van politieke reclame. Beide briefschrijvers verwijten Douwe Bob dat hij daarover niet het gesprek is aangegaan. Na zo’n gesprek, zo suggereren ze, had hij gewoon kunnen spelen want hun politieke reclame was ‘ goede’ politieke reclame. Daarmee vragen ze de zanger om te marchanderen met zijn principes en vooral met de gemaakte afspraken. Politieke reclame is politieke reclame.

Dat weigeren wil niet zeggen dat de artiest de politiek waarvoor reclame wordt gemaakt, als ‘slecht’ wegzet, zoals Hirsch beweert. Het zegt niets over die stroming en de mensen die haar aanhangen. Het geeft alleen aan dat de betreffende artiest geen politieke reclame wil maken. Dat Douwe Bob, na lang aandringen in een talkshow aangaf dat hij zich niet kon vinden in het ‘zionisme’ dat de huidige Israelische regering voorstaat, doet daar niets aan af. Deze artiest vervolgens woorden in de mond leggen dat hij: “Om wie jij bent, (…)ik niet voor je op(treed),” zoals Hirsch of dat de zanger: “ de boodschap af (geeft) dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël,” zoals Bouscher het verwoordt en door verschillende politici in soortgelijke en nog walgelijkere bewoordingen, is beneden alle peil. Dat is: “niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk,” om Hirsch’ eigen woorden te gebruiken.

Voor “ Joden, van uiterst links tot rechts (…) zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit,” schrijft Bouscher. Dat dit zo is, maakt echter nog niet dat joods en zionisme aan elkaar gelijk zijn. Dat het ene woord zo de plaats van het andere kan innemen. Veel joden, vooral orthodoxe, zien dat heel anders. Volgens deze groep heeft zionisme niets met hun identiteit te maken. Zij verwerpen het zionisme in welke vorm dan ook. Toch identificeren zij zich als joods. Brengen deze orthodoxe joden dan ook de: “veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie,” om de woorden van Hirsch te gebruiken, in gevaar? Of klopt haar stelling dat voor joden zionisme onlosmakelijk aan hun identeit is verbonden, niet?

“Keer op keer wordt ‘zionisme’ gebruikt als stok om de Joodse gemeenschap te slaan,” schrijft Hirsch. Dat zal in sommige gevallen best zo zijn. Maar of het werkelijk zo is? In een tijdsgewricht waar iemand zijn identeit steeds meer verbindt aan één kenmerk, is kritiek op dat kenmerk meteen existentieel. Als ‘zionist’ je hele identiteit is, dan zie je het besluit van Douwe Bob als een aanval op jou. Als zionist maar een onderdeel is van hoe je jezelf ziet, als het in welke vorm dan ook, alleen maar iets zegt over het politieke deel van je identeit, dan zou dat wel eens heel anders kunnen liggen.

Maar wie slaat er dan en wie wordt er geslagen? Zijn het in dit geval niet Hirsch en Bouscher die de stok hanteren? Ze hanteren een rammelend betoog en ongefundeerde beschuldigingen om zanger Douwe Bob mee te slaan en zij zijn daarin niet de enigen. Zij krijgen hierbij steun van politici en mediapersoonlijkheden. Dat heeft ertoe geleid dat de zanger wordt bedreigd en met zijn gezin het land uit is gevlucht. Ik hoop dat ze zich realiseren dat deze manier van handelen wel eens op hen kan terugslaan. Door iedere kritiek of andere mening meteen antisemitisch te noemen, wordt echt antisemitisme afgedekt. Om Trumpfluisteraar Steve Bannon aan te halen, door de zone met nepshit te overspoelen, wordt echte shit onzichtbaar. De kans is groot dat dergelijk geschreeuw een groot deel van de mensen imuun maakt voor antisemitisme.

De Palestijnse kwestie

“Even een vraag. Hoe ziet voor u de toekomst van het vroegere mandaatgebied Palestina eruit?” Die vraag stelde ik onder een bijdrage van de directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) Naomi Mestrum op LinkedIn. In een artikel in de Volkskrant waarin hij verslag deed van de toespraak van de Israëlische premier Netanyahu duidde Peter Giesen op die vraag: “Netanyahu zei niets over de Palestijnse kwestie.” De cruciale zin in Giesens artikel.

bron: Wikipedia

Netanyahu en in zijn kielzog Mestrum betogen dat Israël geen keus heeft dan  door te vechten en Hezbollah en Hamas te vernietigen; “Israël moet Hezbollah in Libanon verslaan,” aldus Netanyahu. Dat is nodig: “om te voorkomen dat de organisatie een 7 oktober-achtige terreuraanval uitvoert.”  Volgens Netanyahu is het simpel: “De oorlog in Gaza kan snel beëindigd worden als Hamas de wapens neerlegt en de gijzelaars vrij laat. Als ze dat niet doen, zullen wij vechten tot de totale overwinning.” Mestrum zegt het hem na: “Wanneer iemand zweert dat hij uit is op jouw vernietiging, kan je dat maar beter geloven. Om die reden heeft Israël geen andere keuze dan Hezbollah uit te schakelen.”

Ik heb geen glazen bol, ben geen helderziende die net als Nostradamus in kwatrijnen de toekomst voorspelt. Dat hoef je ook niet te zijn om te kunnen voorzien dat de vernietiging van Hezbollah en Hamas de oorlog niet zal beëindigen. Ja, het zal een einde maken aan de huidige gevechten in Gaza en Libanon en als je dat als ‘de oorlog’ definieert, en dat is wat Israël en in haar kielzog het gros van de westerse regeringsleiders doet, dan kan het de oorlog beëindigen. Voor het grootste deel van de rest van de wereld in de islamitische landen in het algemeen, de Arabische in het bijzonder en zeer in het bijzonder de Palestijnen zijn de huidige gevechten niet dé oorlog maar een zoveelste slag in een oorlog die al meer dan honderd jaar woedt. De precieze begindatum is moeilijk te geven. Oorlogen beginnen meestal niet met een verklaring en vaak wordt pas achteraf naar een beginpunt gezocht. Zo wordt de Slag bij Heiligerlee van 23 mei 1568 als beginpunt van de Tachtigjarige oorlog gezien terwijl de onrust al van veel eerder datum is en er ook al eerder slagen werden uitgevochten zoals die bij Oosterweel van 13 maart 1567.  Wel duidelijk is dat de twee zijden die elkaar in Gaza bestrijden toen nog niet bestonden. Hamas is van 1987 en Israël van 1948.

Bij het zoeken naar een begindatum van deze oorlog is 2 november 1917, in mijn ogen, een goed te verdedigen beginpunt. Op die dag schreef de Britse minister van Buitenlandse zaken Arthur Balfour een brief aan lord Rothschild, een van de leiders van de Britse joodse gemeenschap met het verzoek die door te geven aan de zionistische federatie van Groot-Brittannië. Een briefje dat bekend werd als de Balfour Declaration en dat een week later werd gepubliceerd in diverse kranten. Een brief waarmee de Britten de steun van de joodse zionisten hoopten te verwerven in hun strijd tegen het Duitse keizerrijk. Een briefje waarmee de Britten de zionisten een thuisland in Palestina in het vooruitzicht stelden. Bijzonder hierbij is dat de Britten hier land aanboden dat niet van hen was. Palestina maakte al sinds het sultanaat van Selim I in het begin van de zestiende eeuw deel uit van het Ottomaanse Rijk.

Daar ligt de oorsprong van het probleem dat uitliep in een nu al meer dan honderd jaar durende oorlog. En hoewel antisemitisme aan de basis ligt van het conflict is het in de basis geen religieuze oorlog tussen joden aan de ene zijde en moslims aan de andere. Het antisemitisme dat aan de basis van het conflict ligt, is christelijk antisemitisme. Christelijk antisemitisme vermengd met zionisme.  Zionisme is: “het streven van een bep. Joodse groepering om een eigen staat te stichten en te behouden.” Zionisme is een nationalistische stroming die ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. De eeuw van het ontluikend nationalisme. Een stroming waar Theodor Herzl min of meer de ideologische vader van is. Herzl verwoordde zijn ideeën in zijn boek Der Judenstaat uit 1896. Herzl zag ‘een eigen staat’ als enige oplossing voor de in de negentiende eeuw weer oplaaiende haat tegen joden. Het oplaaien van de haat tegen joden werd mede veroorzaakt door het ontluikende nationalisme in Europa. Velen beantwoordden de vraag of joden tot het Franse, Engelse, Nederlandse Hongaarse, Duits enzovoorts volk behoorden met nee. Nee omdat ze geen christen waren en dat betekende dat joden gevaar liepen.

De Balfour Decleration werd zo ongeveer integraal opgenomen in het mandaatverdrag van de Volkenbond aan de Britten. Dat verdrag gaf de Britten de opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.[1]  In deze woorden ligt de basis voor de aparte behandeling, of beter gezegd de voorkeursbehandeling van de naar het gebied migrerende joden. De historicus Kahalidi verwoordt dit treffend:Veelzeggend was dat de overgrote Arabische meerderheid van de bevolking (rond de 94% in die tijd) door Balfour niet werd genoemd, behalve op een indirecte manier als de ‘bestaande niet joodse gemeenschappen in Palestina’. Ze werden omschreven als wat ze niet waren, en zeker niet als een natie of een volk – de woorden ‘Palestijn’ of ‘Arabier’ komen in de zevenenzestig woorden tellende verklaring niet voor. De overgrote meerderheid van de bevolking werd alleen ‘burgerlijke en religieuze rechten’ beloofd, geen politieke of nationale rechten. Bij wijze van contrast kende Balfour nationale rechten toe aan ‘het joodse volk, zoals hij het noemde, dat in 1917 een kleine minderheid – 6 procent van de inwoners van het land vormde.[2]”   

In 1920 woonden er ongeveer 720.000 mensen in Palestina waarvan ongeveer 40.000 de joodse religie aanhing. De migratie van zionisten leidde al snel, in 1920, tot botsingen en de eerste doden en gewonden. Niet vreemd want die frictie zien we ook in Europa met de komst van migranten. Zeker als die migranten jouw land zien als het hunne en dus jou als een lastige bijkomstigheid. En dat was de manier waarop de nieuwkomers, zionisten, naar de wereld keken. De huidige gevechten zijn de zoveelste in een zeer lange rij. Een zeer lange rij waarbij de joodse zijde tot nu toe op de steun en sympathie van de westerse regeringen in het algemeen en de militaire grootmacht in het bijzonder kon rekenen. Die militaire grootmacht waren eerst de Britten en nu de Verenigde Staten. Nu moeten Hamas en Hezbollah worden vernietigd. Daarvoor was het de PLO. Daar weer voor waren het de Arabische buurlanden. En ligt de volgend ‘belemmering voor vrede’, Iran, al weer op de loer. Steeds zijn er nieuwe ‘vijanden’ die eerst moeten worden verslagen zodat, om Natanyahu speech aan te halen: “onze burgers naar huis kunnen terugkeren.”

Nu wonen er zo’n 14 miljoen mensen waarvan ongeveer de helft de joodse religie aanhangt. Die helft heeft volledige burgerrechten. De andere helft iets tussen geen rechten en tweederangs burgers. De basis van die ongelijkwaardigheid heb ik hierboven beschreven. Daarnaast leven er in de buurlanden nog zo’n 3,5 miljoenen Palestijnen van wie de ouders in 1948 wegvluchtten in de buurlanden. Het grootste deel in Jordanië, de rest in Libanon, Syrië en Egypte. Mensen die stateloos zijn en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Zij hebben een unieke status gebaseerd op VN resolutie 302 van december 1949. Uniek omdat de status met goede redenen anders is dan andere vluchtelingen. Ook deze mensen willen liefst naar huis terugkeren.

Wat er sinds 1917 allemaal is gebeurd, is niet terug te draaien. Maar, zou lijfsbehoud niet beginnen met het opheffen van die ongelijkwaardigheid? Is er niet pas echt vrijheid in het vroegere mandaatgebied Palestina als alle er wonende mensen dezelfde volwaardige burgerrechten en plichten hebben? Zou dat niet de meest effectieve manier zijn om Hamas en Hezbollah te bestrijden? Als die al meer dan honderd jaar durende oorlog ons iets leert, dan is het dat vechten niet tot een oplossing leidt. Vechten leidt, behalve tot dood en verderf, alleen maar tot meer haat. Dus met een antwoord op de vraag naar de toekomst van het vroegere mandaatgebied Palestin. Met een oplossing voor de Palestijnse kwestie. Zonder oplossing van die kwestie komt er geen einde aan de nu al meer dan honderd jaar durende oorlog.


[1] The British Mandate For Palestine

[2] Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 39-40