Kater Byte en het moment

Recentelijk las ik het boek A natural history of human Morality van de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Michael Tomasello. Een boek dat, als je de achterflap mag geloven: “de meest gedetailleerde beschrijving tot nu toe van de evolutie van de menselijke morele psychologie,” biedt. Gebaseerd op: “uitgebreide experimentele gegevens van mensapen en mensenkinderen, reconstrueert Tomasello hoe vroege mensen geleidelijk ultracoöperatief en uiteindelijk een morele soort werden.[1] Ik moest hieraan denken na het lezen van het artikel Dump je ego, red de wereld: de eenvoudige mystiek van Eckhart Tolle van Bregje Hofstede.

Byte in het moment

Volgens Tolle, zo schrijft Hofstede zijn we: “mentaal ziek, daarom vernielen we onszelf, elkaar en de wereld.” We zondigen en dat is volgens Tolle: “de zin van het menselijk bestaan missen […] onvaardig en blind te leven en dus te lijden en lijden te veroorzaken.” Daar kunnen we wat aan doen door ons innerlijke zelf te veranderen. Ons innerlijke zelf veranderen we: “Door afscheid te nemen van ons ego, en ons bewust te worden van ons één zijn met het Leven / God / de Bron / Atman (of hoe je de mysterieuze, onzichtbare, eeuwige realiteit achter de zichtbare dingen maar wilt noemen.”  Het ego waar we afscheid van moeten nemen is: “alles waarmee je je identificeert: het verhaal dat je over jezelf vertelt, het zelfbeeld waaraan je vasthoudt (positief of negatief), en alles waar je dat zelfbeeld mee stut. Naam, beroep, gender, nationaliteit, voetbalclub, jeugdtrauma’s, opinies, herinneringen, voorkeuren, terugkerende gedachten – alles.” Daarvan moet je dus afscheid nemen en dat kan door je te richten: “op het huidige moment, dan verdwijnt Ego. Al je getob en je kopzorgen kun je afschrijven, als je in het nu verblijft.”

Na het lezen van die zin moest ik denken aan onze kater Byte. Die kan, dat is tenminste mijn indruk maar ik kan het verkeerd hebben want ik kan het hem niet vragen, uitstekend in het moment zijn. Dat moment lijkt vooral te bestaan uit liggen, slapen, bedelen om eten en af en toe een muis vangen. Die muis leefde dan waarschijnlijk teveel in haar moment waardoor ze niet voldoende alert was en niet in de gaten had dat het moment van kater Byte het muizenmoment kwam verstoren. Dit even terzijde maar toch niet helemaal.

Het redeneren van Tolle zoals door Hofstede geschetst, riep twee vragen bij mij op. Als eerste als je afscheid neemt van ‘dat verhaal over jezelf met voetbalclub en eventuele trauma’s’ wie ben je dan? En als tweede, in het verlengde van mijn om eten zeurende kater: Bij wie ga ik als mens dan zeuren als ik honger heb? Of gaat die honger vanzelf weg? Vallen de bommen dan niet meer op mijn hoofd? Hoef ik die rekening dan niet meer te betalen? Anders geformuleerd, lost leven in het nu werkelijk alle problemen op?

Die twee vragen brachten mij bij Tomasello en A natural history of human moralty. Wat ons volgens Tomasello bijzonder maakt, is dat we, in tegenstelling tot onze naaste verwanten, de mensapen, en andere zoogdieren juist het moment kunnen overstijgen. Het moment overstijgen en onszelf en anderen in dat moment te beschouwen en ook het welzijn in ogenschouw te nemen. Dit maakt het ons mogelijk om situationeel te handelen en de effecten van ons handelen op de relatie met anderen mee in ogenschouw te nemen.

Dat begon zo’n 2 miljoen jaar geleden toen onze verre voorvaderen van de genus Homo ten tonele verschenen. Daar begon een ontwikkeling die uiteindelijk tot iets wat we nu moraal noemen. Tomasello over die ontwikkeling: “Deze transformatie was zeer waarschijnlijk het product van drie met elkaar verstrengelde processen. Deze nieuwe vorm van paren (nieuw voor mensapen) had veel cascade-effecten op menselijke emoties en motivaties.  … Een tweede deel van het verhaal betrof een nieuwe bestaansstrategie. De meeste theoretici die het belang benadrukken van het gezamenlijk jagen op groter wild in de evolutie van de mens, erkennen een overgangsfase van foerageren. Individuen zouden gedwongen zijn geweest om samen te werken in een coalitie om de leeuwen of hyena’s weg te jagen die zich tegoed deden aan een karkas, voordat ze zelf konden foerageren. Elk individu dat al het vlees opeiste, zou het doelwit zijn geweest van een andere coalitie om hem tegen te houden. Ten derde, hoewel we niet precies weten wanneer het is geëvolueerd, is de mens de enige mensaap die gezamenlijk voor kinderen zorgt (ook bekend als samen fokken). … Het resultaat van deze drie voorbereidende processen was de evolutie van minder op dominantie gebaseerde sociale interacties en een zachtaardiger persoonlijk temperament.[2]

Zo’n 100.000 jaar geleden gingen onze voorouders ‘Out of Africa’ en trokken de wereld in. Die trek uit Afrika was een gevolg van het succes van onze voorvaderen. “Verplichte samenwerking gebaseerd op de losjes gestructureerde en relatief kleine sociale groepen van de vroege mens was een stabiele evolutionaire strategie, totdat het niet meer zo was. Het basisprobleem was dat het te succesvol was: de populatiegrootte van sommige groepen groeide totdat ze elkaar regelmatig begonnen tegen te komen, wat leidde tot groepsconcurrentie om middelen.”  Grotere groepen en dat vroeg twee dingen van het individu: “om al hun landgenoten binnen de groep te erkennen en door hen erkend te worden, zelfs degenen die ze nauwelijks kenden, en om al hun landgenoten binnen de groep van wie ze afhankelijk waren te helpen en te beschermen en door hen geholpen en beschermd te worden, wat, vooral naarmate de arbeidsverdeling toenam, neerkwam op eigenlijk iedereen in de groep.[3] Erkennen en erkend worden is lastig zonder ego. Zonder ‘dat verhaal over jezelf met voetbalclub en eventuele trauma’s’. Dit ‘erkennen en erkend’ worden ligt ook aan de basis van onze vooroordelen over anderen en daarmee aan discriminatie en racisme.

Met het ‘van je afzetten van je ego’ en in het moment verblijven, verdwijnen niet alleen je kopzorgen maar je gehele zelf. Of je daarmee de wereld redt, waag ik te betwijfelen. Uiteindelijk krijg je honger en wordt duidelijk dat het moment niet alles wegneemt. Dan ga je, net als onze kater Byte, zoeken naar eten om te voorkomen dat het moment waarin je verkeerde, je laatste moment wordt.


[1] Michael Tomasello, A natural history of human Morality, achterflap. Eigen vertaling.

[2] Idem, pagina 42-43 (eigen vertaling)

[3] Idem, pagina 88 (eigen vertaling)

#geenvrouwopstraat, ookgeenman

“Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd ze te herhalen,” een bekende uitspraak die we te danken hebben aan de Spaans-Amerikaanse schrijver, dichter en filosoof George Santayana. Het kennen van de geschiedenis is echter geen garantie dat ze niet wordt herhaald. Sterker nog, er zijn mensen die de geschiedenis willen herhalen om haar recht te zetten. Bregje Hofstede Correspondent Nieuw Feminisme bij De Correspondent lijkt zo iemand.

In een artikel doet zij verslag van een actie van haar actiegroep #meervrouwopstraat: “Om die scheve verhouding aan te kaarten, plakten we als symbolische eerste zet een E achter het bordje van De Dam om er een Dame van te maken, en waaierden vervolgens uit om Serafina en Jansie, Raden Adjeng Kartini, Suze Groeneweg, Beyoncé en acht andere vrouwen een plek te geven. Bij bewustwording begint het.” Want wat blijkt: “88 procent van de naar een mens genoemde straten in Amsterdam heeft een mannennaam.” Er niets mis met bewustwording alleen zullen er weinig  mensen zijn die zich er niet van bewust zijn dat de koek nog steeds niet eerlijk is verdeeld tussen man en vrouw. Sterker nog, ook binnen die groepen is de koek niet eerlijk verdeeld. 

Dan moeten er heel veel straten worden aangelegd om die scheefheid recht te trekken zo schreef ik haar. Alle straten die de komende jaren worden aangelegd moeten dan een ‘vrouwennaam’ krijgen. Als dat de bedoeling is ben je dan niet net zo eenzijdig bezig als onze voorouders? Hoe eerlijk ben je in het heden als je nu alle straten naar vrouwen gaat noemen? Er worden dan geen straten meer vernoemd naar recente ‘mannen’ die ook iets bijzonders hebben betekend. Zouden toekomstige ‘gelijkheidstrijders’ dan niet kunnen concluderen dat mannen in deze tijd ernstig werden gediscrimineerd? 

Gelukkig ziet Hofstede een alternatief: “Een mogelijkheid die weinig genoemd is tot nu toe: het meerendeel van de straten is helemaal niet naar een mens genoemd. Er zijn nogal wat eiken-, linden- en acacialanen, bijvoorbeeld. Wil je dus de bestaande mensennamen houden maar meer aandacht hebben voor tot nu toe vergeten mensen (met name vrouwen), dan zijn er veel opties.” Als die gelijkheid dan toch moet worden bereikt, is er nog een andere optie. Laten we dan alle straten die naar personen zijn vernoemd een andere naam geven. Hoeft er niet over gediscussieerd te worden of een persoon wel ‘voldoende’ heeft gedaan om een straatnaam te verdienen. Lopen we niet het risico dat onze nakomelingen ons over honderd jaar beschuldigen van het vereren van de verkeerde. En mannen, vrouwen, LHBTQIA en van welke kleur ook, worden gelijk behandeld en kunnen aanspraak maken op procentueel gezien evenveel straten, namelijk NUL.