Komt ooit (n)ooit?

Afgelopen week nam ik, gelokt door de naam ervan, deel aan een training ‘Strategie met Ballen’. Een training waarbij je werd uitgenodigd om over jezelf en je toekomst na te denken. Als aandenken kregen we drie grote en vier kleine ballen aan een koord. Iedere bal stond ergens voor. Zonder de gehele inhoud van de training te vertellen, wil ik inzoomen op de eerste kleine bal.

(n)ooit

Illustratie: dagjeweg.nl

De bal genaamd OOIT. Deze bal staat voor je wens: wat zou je echt willen? Alle deelnemers zaten er betaald door hun werkgever. Bijzonder waren de antwoorden op deze vraag. Van de ongeveer twaalf deelnemers was er maar één die hier iets noemde wat gerelateerd was aan zijn huidige werk. Deze training werd twee keer gegeven en navraag leerde, dat er bij de andere training niemand was die een OOIT noemde dat was gerelateerd aan zijn werk.

Natuurlijk is deze waarneming niet wetenschappelijk verantwoord. Dat vraagt onderzoek op basis van een gedegen hypothese. Maar toch. De uitkomst roept de vraag op wat dit over onze maatschappij zegt?

Sluit onze maatschappij dan nog wel aan bij onze wensen en dromen? Zouden stress, burn-out en andere werkgerelateerde problemen hierin hun oorzaak vinden? Wat betekent dit voor ons onderwijs? Zou het onderwijs niet te veel op de economie en de arbeidsmarkt gericht zijn? Zou het onderwijs niet veel meer gericht moeten zijn op de persoon van de leerling en zijn dromen en verlangens? Heb je hiervoor niet creativiteit, fantasie en inlevingsvermogen nodig? En zou het onderwijs zich daar niet veel meer op moeten richten?

Zouden we onze samenleving niet zo kunnen inrichten dat we onszelf de mogelijkheid bieden om onze dromen na te jagen? Zou de technologie en de robotisering geen kans kunnen bieden om dit te realiseren?

Dan zouden we de revenuen eerlijker moeten verdelen. Dan zouden we bijvoorbeeld een basisinkomen moeten invoeren. Maar ja, hoe reëel is dat? Nee, positief: hoe bereiken we OOIT?

Talentverspilling

In mijn vorige prikker schreef ik over talent. Dit met de zin laat geen talent verloren gaan als aanleiding. Ik stelde de vraag waarom er geen talent verloren mag gaan. In deze prikker een andere benadering. Hierbij ga ik ervan uit dat het inderdaad zo is dat we geen talent verloren mogen laten gaan en dat het inderdaad de taak is van het onderwijs om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Deze manier van denken is een vorm van utilitarisme. Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijk nut. Zet geld en middelen daar in waar het grootste maatschappelijke nut te verwachten is.

Talentverspilling(illustratie: craftlean.com)

Als we talent niet verloren mogen laten gaan, dan moet het vervolgens ook op die plekken worden ingezet waar het grootste maatschappelijke rendement te verwachten is. En zijn dat niet uitdagingen als eerlijke handel, wereldvrede, het klimaat, ongelijkheid, vergrijzing, gezondheidszorg enzovoort. Uitdagingen die veel fantasie, denkkracht en doorzetting vragen van ieder van ons en zeker van onze knapste koppen.

Zouden we dan niet veel kostbaar opgeleid talent dat nu wordt ingezet in managementfuncties, vrij moeten maken? Zouden we dan niet het vele talent dat nu binnen bedrijven, onderwijs en overheden door de protocollen, procedures en machtsspelletjes aan banden wordt gelegd, daarvan moeten bevrijden? Zouden we dan niet het vele talent dat nu werkloos langs de kant staat, omdat ze te oud zijn of waarvoor geen werk is, moeten benutten. Zouden we dan niet het vele talent dat nu wordt ingezet bij het ontwikkelen van computerspelletjes, apps en financieel risicovolle producten, een maatschappelijk nuttigere opdracht moeten geven? Deze beperking van de keuzevrijheid willen we niet.

Waarom ontwikkelen we talent om het vervolgens zo ‘verloren’ te laten gaan? Waarom mag het onderwijs dan geen talent verloren laten gaan?

Talent

talent 2(Illustratie: thelinncountyfair.wordpress.com)

In een eerder schrijven Talentontwikkeling heb ik ook al eens geschreven over talent en eindigde ik met de vraag of talentontwikkeling een manier is om mensen hun falen in de eigen schoenen te schuiven. Nu schrijft Hans Wansink in het commentaar in de Volkskrant: “Laat geen talent verloren gaan. Dat is al tientallen jaren het adagium van de Nederlandse onderwijspolitiek.” In dit commentaar bespreekt hij de toenemende tweedeling in het onderwijs. Het gaat mij niet om die tweedeling en wat daaraan gedaan kan en moet worden. Niet dat dit niet belangrijk is en geen aandacht vraagt. Het gaat mij om de eerste zin: Laat geen talent verloren gaan.

Talent is een natuurlijke begaafdheid of aanleg. Bij talent denken we al snel aan bijvoorbeeld sporters en muzikanten die zeer goed zijn. Of aan iemand met een wiskunde- of talenknobbel. Alleen blijkt dat talent meestal niet voldoende is voor bijvoorbeeld een voetballer. Een voetbaltalent zonder doorzettingsvermogen, inzet en geluk komt er niet. Hetzelfde geldt ook voor een muzikant of wiskundige. Talent wordt vaak afgemeten aan succes en succes aan geld verdienen. Een muzikaal talent dat zich ontwikkelt in een muzieksoort die niemand mooi vindt heeft pech. Daarvan wordt al snel gezegd dat hij zijn talent verspilt.

Wat maakt dat we geen talent verloren mogen laten gaan? En belangrijker, wat maakt dat ik mijn talent niet verloren mag laten gaan? Wat maakt het zo belangrijk dat al het talent wordt benut? Is het wel een taak van het onderwijs om talenten te ontdekken en ontwikkelen? Is de taak van het onderwijs niet kinderen kennis bijbrengen om zich in onze samenleving te kunnen redden? Is het ontwikkelen van een eventueel talent niet aan de bezitter van dat talent?

Lastige vragen, maar wel vragen waar we het over moeten hebben.

Talentontwikkeling

“Het motto: haal eruit wat erin zit! Danstalenten, zangtalenten, sportieve talenten, kinderen worden misbruikt, hun talenten worden tentoongesteld alsof het bezitten van talent hen mooiere of betere mensen maakt,” aldus Marcel Rözer in De Volkskrant in een artikel waarin hij de nadruk op talent in de huidige jeugdsport bespreekt en in het bijzonder het voetbal. Rözer spreekt over kinderen, maar geldt dat ook niet voor iedereen? Doet competentie- en talentmanagement in het bedrijfsleven niet hetzelfde met volwassenen?

talent(Illustratie: blenderartists.org)

Talent is het toverwoord van de laatste jaren. Iedereen moet op zoek naar zijn talent, moet dit ontwikkelen en ontplooien. Om talent hangt een positieve sfeer. Het voelt prettig. Maar toch …

Je bent zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je talent en je succes hangt alleen af van je eigen inzet. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Als dat zo is, ben je dan ook zelf verantwoordelijk voor je falen?

Stel ik heb een talent waarnaar geen ‘vraag’ is. Moet ik dan dat talent ontwikkelen en in de goot eindigen? Wat als ik een talent heb voor mislukking? Heeft iedereen wel een talent? Wat als ik geen talent heb? Wat als een groot gedeelte van de bevolking geen talent heeft? Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid voor het eigen succes of falen? Kunnen we mensen verantwoordelijk maken voor iets waar ze niets aan kunnen doen?

Is het hebben van een talent je eigen verdienste of is het een gevalletje van ‘toeval’? Van de juiste genen in de juiste omgeving? Zou het talent van Bill Gates hem ook hetzelfde succes hebben opgeleverd als hij was geboren als zoon van een ‘slumbewoner’ in een Indiase provinciestad?

Is de manier waarop naar talent wordt gekeken geen manier om mensen hun falen in de samenleving in de eigen schoenen te schuiven?

Prikker, maandag 19 oktober 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015

Perversiteit in onderwijsland

IQ

(Grafiek: www.wilderdom.com)

In de Volkskrant van zaterdag 6 juni 2015 stoort minister Bussemaker van Onderwijs zich eraan, dat iedereen alleen maar hogerop wil. Met een VWO diploma wil iedereen naar de universiteit.

Vreemd dat dit de minister stoort. VWO is een voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs, ze zou blij moeten zijn dat deze investering rendement oplevert.

Even een slag dieper. Zou dit geen gevolg kunnen zijn van jarenlang overheidsbeleid? Nederland wil, om Europese doelstellingen te halen, een concurrerende kenniseconomie zijn. Dit heeft zich vertaald in het streven om per 2020 meer dan 40% hoger opgeleiden te hebben. In 2013 was al 42% van de Nederlanders hoger opgeleid. Nu is er iets vreemds met deze doelstelling.

Opleidingsniveau correleert met intelligentie (IQ). Hoe intelligenter iemand is, hoe groter de kans dat hij hoger opgeleid is. Een IQ van honderd is gemiddeld. Dit betekent dat de helft van de bevolking er boven zit en de andere helft eronder. Van een gemiddeld IQ is sprake tussen 90 en 110. In deze categorie valt ongeveer de helft van de bevolking. Als we dan aannemen dat je IQ voor hoger onderwijs bovengemiddeld moet zijn, dan hebben we het over een IQ van 110 en hoger en in die categorie bevindt zich slechts 25% van de bevolking. Dit is fors minder dan de doelstelling.

Worden we intelligenter of is het niveau verlaagd? Ik hoop het eerste, maar vrees het laatste. Als we terugkijken naar de jaren negentig van de vorige eeuw dan valt op dat het opleidingsniveau toen de verdeling van het IQ weerspiegelde. Zou het gedaalde niveau van de opleidingen de oorzaak ervan kunnen zijn, dat universitair onderwijs voor steeds meer jeugdigen haalbaar is?

Stoort de minister zich, met andere woorden, niet aan een doelstelling die tot pervers beleid met perverse prikkels heeft geleid? Een doelstelling die mooi klinkt maar vloekt met de werkelijkheid.

Prikker, zaterdag 6 juni 2015

Zomerschool

“Slechts de helft van de zittenblijvers slaagt erin om later een diploma te halen op zijn schoolniveau. Daarmee is zittenblijven niet erg effectief, oordeelt de Onderwijsinspectie. Staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) denkt dat zomerscholen uitkomst kunnen bieden”, zo valt te lezen in een bijzonder artikel in De Volkskrant. Bijzonder omdat het vol staat met dubieuze bewering en redeneringen.

De kinderen zelf geven aan dat persoonlijke begeleiding zou kunnen helpen. Maar die moet er alleen zijn voor de unieke leerling (is niet ieder kind uniek?) en volgens minister Dekker voor toptalent. Lezen we hier een pleidooi voor ongelijke behandeling?

Zomerschool

(Foto: strabrecht.nl)

Minister Dekker denkt het op te kunnen lossen met zomerscholen. Hij weet dit al voordat ze er zijn.  Hoe zit het met zaterdagscholen, meer leraren voor de klas en andere mogelijkheden? Halen de kinderen trouwens wel een diploma als ze niet blijven zitten?

Ah, daar is al naar gekeken. Iets verderop valt te lezen dat zomerscholen de goedkoopste oplossing zijn. Kleinere klassen zijn te duur en ‘vaardigere’ docenten komen pas als de salarissen stijgen. Dus de zittenblijvers gaan naar zomerscholen en worden daar door minder vaardige docenten begeleid? Vervolgens hopen we dat dit werkt. Zouden vaardigere docenten niet meer opleveren? Die zijn dan immers voor alle leerlingen beschikbaar.

Dan heeft het Centraal Planbureau berekend dat zittenblijven 500 miljoen kost en 900 miljoen minder belastinginkomsten oplevert. En daarmee kom ik bij het belangrijkste punt: wat is het doel van onderwijs? Is dat de ontwikkeling van kinderen tot zelfstandige burgers? Of is dat het zo goedkoop mogelijk leveren van loonslaven. Is het onderwijs er voor het kind en de samenleving of voor de economie? Daar moeten we het over hebben. Want als het is om loonslaven op te leiden, dan kunnen we daar beter mee stoppen en de kinderen onwetend laten.

Prikker, woensdag 15 april 2015

Waartoe zijn wij op aarde?

“Volgens een onderzoeksrapport van het CPB dat zaterdag verscheen, kost zittenblijven de schatkist jaarlijks 500 miljoen euro aan directe kosten. Dit komt naast de geschatte 900 miljoen aan indirecte kosten door het later betreden van de arbeidsmarkt.” Dit valt te lezen in de Volkskrant en is afkomstig uit een onderzoeksrapport van het CPB. In dit artikel geeft de leraar van het jaar 2014, Jasper Rijpma, zijn visie op hoe het beter kan.

zitten blijven

(illustratie: Joris Snaet)

Het gaat mij hier niet over de ideeën van Rijpma. Het gaat mij om wat we hier zeggen. En met zeggen bedoel ik niet de letterlijke boodschap over de miljoenen, maar het wereldbeeld achter een dergelijke formulering. Wat hier wordt gezegd komt erop neer dat de economie het allerbelangrijkste en dat de mens een productiemiddel is. In de ogen van neoliberalen in deze wereld zal dit heel normaal zijn. Voor hen is de markt heilig en moet alles hieraan ondergeschikt worden gemaakt. In hun wereld moet onderwijs jeugdigen voorbereiden op hun  plek op de arbeidsmarkt, klaarstomen tot productiemiddel.

Laat ik altijd gedacht hebben dat we onze kinderen naar school laten gaan om hen kennis van de samenleving bij te brengen en vaardigheden die zij nodig hebben om deel te kunnen nemen aan deze samenleving. Laat ik altijd gedacht hebben dat de samenleving uit meer bestond dan alleen de economie. Laat ik altijd gedacht hebben dat het onderwijs onze kinderen moest ondersteunen bij het ontdekken en ontplooien van hun talenten. Laat ik altijd gedacht hebben dat onderwijs, net als kunst, een eigen intrinsieke waarde heeft.

Helaas, ik blijk ernaast te zitten. Om de catechismus te parafraseren: Waartoe zijn wij op aarde? Om de economie te laten groeien en daarvoor als grondstof te dienen. Tijd voor een nieuwe ‘ontkerkelijking’!

Prikker, woensdag 21 januari 2015