Onbegrijpelijk begrip! Dat was mijn eerste reactie toen ik las wat de nieuwe minister van buitenlandse zaken Tom Berendsen te berde bracht met betrekking tot de Amerikaans-Israëlische oorlogsdaad tegen Iran. “Het kabinet heeft begrip voor de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, zegt minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken). Wel zijn er “terechte vragen” of die volgens het internationaal recht gebeuren, maar dat is niet het enige “kader” voor de situatie.” Zo is te lezen bij nu.nl. Soms bedriegt de eerste indruk. Deze keer niet: onbegrijpelijk begrip.

De kersverse minister beweert hier dat er naast het internationaal recht nog andere ‘kaders’ zijn om de actie langs af te wegen. Nee, beste minister, er is geen ander kader voor deze situatie. Er is een kader, en dat is het internationaal recht of er is geen kader en dan kloot iedereen maar wat aan. Dat zijn in deze de twee smaken. Beweren dat er een ander kader is is beweren dat het internationaal recht ‘ook maar een mening’ is. De Nederlandse rechter ziet mij aankomen als ik iemand voor de harsens heb geslagen en ik beweer dat mijn daad toch echt langs het kader van de lelijkheid van het hoofd of de stinkende adem van de ander, moet worden afgewogen en dat die kaders mijn daad rechtvaardigen.
Dat het: “bewind in Iran (…) een moorddadig regime,” is, is geen reden om een oorlog te beginnen. Zeker niet voor het Israëlische ‘regime’ dat qua moorddadigheid met Iran kan wedijveren. Trouwens ook niet voor het Amerikaanse regime onder Trump dat in korte tijd ook al een aardig trackrecord op dit gebied aan het opbouwen is en daarbij kan voortbouwen op enkele van zijn voorgangers.
Het Iraanse gevaar wordt, net als vijfentwintig jaar geleden het Iraakse gevaar, tot mythische proporties opgeblazen. Als we het dan toch over: “grote risico’s voor de regio,” hebben en: “het kernwapenprogramma,” dan mag de blik toch zeker ook op Israël worden gericht. Dat land is een kernmogendheid en laat zich daarbij door niets of niemand controleren. Het land heeft het non-proliferatieverdrag niet ondertekend en bombardeert naar believen landen in de regio. Gedrag waarbij het op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten kan rekenen. Israël heeft, net als de Verenigde Staten onder Trump, volkomen lak aan mensenrechten en het internationaal recht. Bijzonder daarbij is dat Trump in zijn eerste termijn een overeenkomst met Iran over nucleaire zaken in de prullenbak gooide. Het is dan nogal een gotspe om van Iran te eisen dat zie zich wel aan de regels moeten houden waar Israël en de Verenigde Staten hun achterste mee afvegen.
De vraag of er sprake is van een actie in strijd met het internationaal recht, die durven Berendsen en het kabinet niet te beantwoorden: “De vragen beantwoorden is aan de VS en Israël. Niet alle informatie is nu beschikbaar.” Bijzonder want beweert hij nu werkelijk dat de misdadiger de rechter is in zijn eigen strafzaak? Dat het aan de dader is om te beoordelen of er sprake is van een misdaad? Dat lijkt mij het recht op z’n kop. Dat het internationaal recht hier wordt geschonden is evident. Er wordt een land aangevallen. Toen Rusland hetzelfde deed met Oekraïne was de wereld te klein en oordeelde de Nederlandse regering onmiddellijk dat het internationaal recht was geschonden. Toen werd het oordeel niet uitbesteed aan dader Rusland.
“We geloven en hopen op een wereldorde die gebaseerd is op het internationaal recht. Tegelijkertijd zullen we moeten constateren dat de wereldorde en het internationaal recht onder druk staan,” aldus Berendsen op de vraag of het kabinet het internationaal recht deels heeft verlaten. Hij ziet geen ‘blauwdruk voor hoe om te gaan met het internationaal recht: “We zien gewoon dat de wereld in beweging is. Welke kant dat uiteindelijk zal worden, is nu lastig te beoordelen. Tegelijkertijd zien we een aantal grootmachten die de taal van de macht spreken. Wij als Nederland zullen een manier moeten vinden om ons te verhouden tot de wereldorde die zich om ons heen vormt.” Een bijzonder antwoord op een bijzondere vraag.
Een bijzondere vraag omdat je gelooft in het internationaal recht, of je gelooft er niet in. Er deels in geloven staat gelijk aan er niet in geloven. Dat maakt het internationaal recht tot een soort keuzemenu en dus ‘ook maar een mening’ en dus waardeloos. Een bijzonder antwoord omdat ‘geloven in een wereldorde op basis van internationaal recht’ je juist wel een ‘blauwdruk’ voor je handelen geeft. Die blauwdruk bestaat eruit om iedere schendig ervan krachtig te veroordelen en via de daartoe ingerichte internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof, aan te kaarten. Door die veroordeling vergezeld te laten gaan van strafmaatregelen tegen de overtreder. Die blauwdruk doet de: “mist van de nieuwe wereldorde,” waar we volgens Berendsen door moeten varen, verdwijnen. Die blauwdruk is precies daarop gericht waar we ons volgens Berendsen op moeten richten en dat is: “ op het Nederlands belang in het buitenland.”
Het ‘begrip’ van Berendsen en de Nederlandse regering kan alleen maar met onbegrip worden bekeken. Het getuigt van onnavolgbare gedachtekronkels. Het ontbeert elke vorm van zuiver argumenteren en logica.