Uitgelicht

Onbegrijpelijk begrip

Onbegrijpelijk begrip! Dat was mijn eerste reactie toen ik las wat de nieuwe minister van buitenlandse zaken Tom Berendsen te berde bracht met betrekking tot de Amerikaans-Israëlische oorlogsdaad tegen Iran. “Het kabinet heeft begrip voor de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, zegt minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken). Wel zijn er “terechte vragen” of die volgens het internationaal recht gebeuren, maar dat is niet het enige “kader” voor de situatie.” Zo is te lezen bij nu.nl. Soms bedriegt de eerste indruk. Deze keer niet: onbegrijpelijk begrip.

Bron: Flickr

De kersverse minister beweert hier dat er naast het internationaal recht nog andere ‘kaders’ zijn om de actie langs af te wegen. Nee, beste minister, er is geen ander kader voor deze situatie. Er is een kader, en dat is het internationaal recht of er is geen kader en dan kloot iedereen maar wat aan. Dat zijn in deze de twee smaken. Beweren dat er een ander kader is is beweren dat het internationaal recht ‘ook maar een mening’ is. De Nederlandse rechter ziet mij aankomen als ik iemand voor de harsens heb geslagen en ik beweer dat mijn daad toch echt langs het kader van de lelijkheid van het hoofd of de stinkende adem van de ander, moet worden afgewogen en dat die kaders mijn daad rechtvaardigen.

Dat het: “bewind in Iran (…) een moorddadig regime,” is, is geen reden om een oorlog te beginnen. Zeker niet voor het Israëlische ‘regime’ dat qua moorddadigheid met Iran kan wedijveren. Trouwens ook niet voor het Amerikaanse regime onder Trump dat in korte tijd ook al een aardig trackrecord op dit gebied aan het opbouwen is en daarbij kan voortbouwen op enkele van zijn voorgangers.

Het Iraanse gevaar wordt, net als vijfentwintig jaar geleden het Iraakse gevaar, tot mythische proporties opgeblazen. Als we het dan toch over: “grote risico’s voor de regio,” hebben en: “het kernwapenprogramma,” dan mag de blik toch zeker ook op Israël worden gericht. Dat land is een kernmogendheid en laat zich daarbij door niets of niemand controleren. Het land heeft het non-proliferatieverdrag niet ondertekend en bombardeert naar believen landen in de regio. Gedrag waarbij het op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten kan rekenen. Israël heeft, net als de Verenigde Staten onder Trump, volkomen lak aan mensenrechten en het internationaal recht. Bijzonder daarbij is dat Trump in zijn eerste termijn een overeenkomst met Iran over nucleaire zaken in de prullenbak gooide. Het is dan nogal een gotspe om van Iran te eisen dat zie zich wel aan de regels moeten houden waar Israël en de Verenigde Staten hun achterste mee afvegen.

De vraag of er sprake is van een actie in strijd met het internationaal recht, die durven Berendsen en het kabinet niet te beantwoorden: “De vragen beantwoorden is aan de VS en Israël. Niet alle informatie is nu beschikbaar.” Bijzonder want beweert hij nu werkelijk dat de misdadiger de rechter is in zijn eigen strafzaak? Dat het aan de dader is om te beoordelen of er sprake is van een misdaad? Dat lijkt mij het recht op z’n kop. Dat het internationaal recht hier wordt geschonden is evident. Er wordt een land aangevallen. Toen Rusland hetzelfde deed met Oekraïne was de wereld te klein en oordeelde de Nederlandse regering onmiddellijk dat het internationaal recht was geschonden. Toen werd het oordeel niet uitbesteed aan dader Rusland.

“We geloven en hopen op een wereldorde die gebaseerd is op het internationaal recht. Tegelijkertijd zullen we moeten constateren dat de wereldorde en het internationaal recht onder druk staan,” aldus Berendsen op de vraag of het kabinet het internationaal recht deels heeft verlaten. Hij ziet geen ‘blauwdruk voor hoe om te gaan met het internationaal recht: “We zien gewoon dat de wereld in beweging is. Welke kant dat uiteindelijk zal worden, is nu lastig te beoordelen. Tegelijkertijd zien we een aantal grootmachten die de taal van de macht spreken. Wij als Nederland zullen een manier moeten vinden om ons te verhouden tot de wereldorde die zich om ons heen vormt.” Een bijzonder antwoord op een bijzondere vraag.

Een bijzondere vraag omdat je gelooft in het internationaal recht, of je gelooft er niet in. Er deels in geloven staat gelijk aan er niet in geloven. Dat maakt het internationaal recht tot een soort keuzemenu en dus ‘ook maar een mening’ en dus waardeloos. Een bijzonder antwoord omdat ‘geloven in een wereldorde op basis van internationaal recht’ je juist wel een ‘blauwdruk’ voor je handelen geeft. Die blauwdruk bestaat eruit om iedere schendig ervan krachtig te veroordelen en via de daartoe ingerichte internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof, aan te kaarten. Door die veroordeling vergezeld te laten gaan van strafmaatregelen tegen de overtreder. Die blauwdruk doet de: “mist van de nieuwe wereldorde,” waar we volgens Berendsen door moeten varen, verdwijnen. Die blauwdruk is precies daarop gericht waar we ons volgens Berendsen op moeten richten en dat is: “ op het Nederlands belang in het buitenland.”

Het ‘begrip’ van Berendsen en de Nederlandse regering kan alleen maar met onbegrip worden bekeken. Het getuigt van onnavolgbare gedachtekronkels. Het ontbeert elke vorm van zuiver argumenteren en logica.

De Palestijnse kwestie

“Even een vraag. Hoe ziet voor u de toekomst van het vroegere mandaatgebied Palestina eruit?” Die vraag stelde ik onder een bijdrage van de directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) Naomi Mestrum op LinkedIn. In een artikel in de Volkskrant waarin hij verslag deed van de toespraak van de Israëlische premier Netanyahu duidde Peter Giesen op die vraag: “Netanyahu zei niets over de Palestijnse kwestie.” De cruciale zin in Giesens artikel.

bron: Wikipedia

Netanyahu en in zijn kielzog Mestrum betogen dat Israël geen keus heeft dan  door te vechten en Hezbollah en Hamas te vernietigen; “Israël moet Hezbollah in Libanon verslaan,” aldus Netanyahu. Dat is nodig: “om te voorkomen dat de organisatie een 7 oktober-achtige terreuraanval uitvoert.”  Volgens Netanyahu is het simpel: “De oorlog in Gaza kan snel beëindigd worden als Hamas de wapens neerlegt en de gijzelaars vrij laat. Als ze dat niet doen, zullen wij vechten tot de totale overwinning.” Mestrum zegt het hem na: “Wanneer iemand zweert dat hij uit is op jouw vernietiging, kan je dat maar beter geloven. Om die reden heeft Israël geen andere keuze dan Hezbollah uit te schakelen.”

Ik heb geen glazen bol, ben geen helderziende die net als Nostradamus in kwatrijnen de toekomst voorspelt. Dat hoef je ook niet te zijn om te kunnen voorzien dat de vernietiging van Hezbollah en Hamas de oorlog niet zal beëindigen. Ja, het zal een einde maken aan de huidige gevechten in Gaza en Libanon en als je dat als ‘de oorlog’ definieert, en dat is wat Israël en in haar kielzog het gros van de westerse regeringsleiders doet, dan kan het de oorlog beëindigen. Voor het grootste deel van de rest van de wereld in de islamitische landen in het algemeen, de Arabische in het bijzonder en zeer in het bijzonder de Palestijnen zijn de huidige gevechten niet dé oorlog maar een zoveelste slag in een oorlog die al meer dan honderd jaar woedt. De precieze begindatum is moeilijk te geven. Oorlogen beginnen meestal niet met een verklaring en vaak wordt pas achteraf naar een beginpunt gezocht. Zo wordt de Slag bij Heiligerlee van 23 mei 1568 als beginpunt van de Tachtigjarige oorlog gezien terwijl de onrust al van veel eerder datum is en er ook al eerder slagen werden uitgevochten zoals die bij Oosterweel van 13 maart 1567.  Wel duidelijk is dat de twee zijden die elkaar in Gaza bestrijden toen nog niet bestonden. Hamas is van 1987 en Israël van 1948.

Bij het zoeken naar een begindatum van deze oorlog is 2 november 1917, in mijn ogen, een goed te verdedigen beginpunt. Op die dag schreef de Britse minister van Buitenlandse zaken Arthur Balfour een brief aan lord Rothschild, een van de leiders van de Britse joodse gemeenschap met het verzoek die door te geven aan de zionistische federatie van Groot-Brittannië. Een briefje dat bekend werd als de Balfour Declaration en dat een week later werd gepubliceerd in diverse kranten. Een brief waarmee de Britten de steun van de joodse zionisten hoopten te verwerven in hun strijd tegen het Duitse keizerrijk. Een briefje waarmee de Britten de zionisten een thuisland in Palestina in het vooruitzicht stelden. Bijzonder hierbij is dat de Britten hier land aanboden dat niet van hen was. Palestina maakte al sinds het sultanaat van Selim I in het begin van de zestiende eeuw deel uit van het Ottomaanse Rijk.

Daar ligt de oorsprong van het probleem dat uitliep in een nu al meer dan honderd jaar durende oorlog. En hoewel antisemitisme aan de basis ligt van het conflict is het in de basis geen religieuze oorlog tussen joden aan de ene zijde en moslims aan de andere. Het antisemitisme dat aan de basis van het conflict ligt, is christelijk antisemitisme. Christelijk antisemitisme vermengd met zionisme.  Zionisme is: “het streven van een bep. Joodse groepering om een eigen staat te stichten en te behouden.” Zionisme is een nationalistische stroming die ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. De eeuw van het ontluikend nationalisme. Een stroming waar Theodor Herzl min of meer de ideologische vader van is. Herzl verwoordde zijn ideeën in zijn boek Der Judenstaat uit 1896. Herzl zag ‘een eigen staat’ als enige oplossing voor de in de negentiende eeuw weer oplaaiende haat tegen joden. Het oplaaien van de haat tegen joden werd mede veroorzaakt door het ontluikende nationalisme in Europa. Velen beantwoordden de vraag of joden tot het Franse, Engelse, Nederlandse Hongaarse, Duits enzovoorts volk behoorden met nee. Nee omdat ze geen christen waren en dat betekende dat joden gevaar liepen.

De Balfour Decleration werd zo ongeveer integraal opgenomen in het mandaatverdrag van de Volkenbond aan de Britten. Dat verdrag gaf de Britten de opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.[1]  In deze woorden ligt de basis voor de aparte behandeling, of beter gezegd de voorkeursbehandeling van de naar het gebied migrerende joden. De historicus Kahalidi verwoordt dit treffend:Veelzeggend was dat de overgrote Arabische meerderheid van de bevolking (rond de 94% in die tijd) door Balfour niet werd genoemd, behalve op een indirecte manier als de ‘bestaande niet joodse gemeenschappen in Palestina’. Ze werden omschreven als wat ze niet waren, en zeker niet als een natie of een volk – de woorden ‘Palestijn’ of ‘Arabier’ komen in de zevenenzestig woorden tellende verklaring niet voor. De overgrote meerderheid van de bevolking werd alleen ‘burgerlijke en religieuze rechten’ beloofd, geen politieke of nationale rechten. Bij wijze van contrast kende Balfour nationale rechten toe aan ‘het joodse volk, zoals hij het noemde, dat in 1917 een kleine minderheid – 6 procent van de inwoners van het land vormde.[2]”   

In 1920 woonden er ongeveer 720.000 mensen in Palestina waarvan ongeveer 40.000 de joodse religie aanhing. De migratie van zionisten leidde al snel, in 1920, tot botsingen en de eerste doden en gewonden. Niet vreemd want die frictie zien we ook in Europa met de komst van migranten. Zeker als die migranten jouw land zien als het hunne en dus jou als een lastige bijkomstigheid. En dat was de manier waarop de nieuwkomers, zionisten, naar de wereld keken. De huidige gevechten zijn de zoveelste in een zeer lange rij. Een zeer lange rij waarbij de joodse zijde tot nu toe op de steun en sympathie van de westerse regeringen in het algemeen en de militaire grootmacht in het bijzonder kon rekenen. Die militaire grootmacht waren eerst de Britten en nu de Verenigde Staten. Nu moeten Hamas en Hezbollah worden vernietigd. Daarvoor was het de PLO. Daar weer voor waren het de Arabische buurlanden. En ligt de volgend ‘belemmering voor vrede’, Iran, al weer op de loer. Steeds zijn er nieuwe ‘vijanden’ die eerst moeten worden verslagen zodat, om Natanyahu speech aan te halen: “onze burgers naar huis kunnen terugkeren.”

Nu wonen er zo’n 14 miljoen mensen waarvan ongeveer de helft de joodse religie aanhangt. Die helft heeft volledige burgerrechten. De andere helft iets tussen geen rechten en tweederangs burgers. De basis van die ongelijkwaardigheid heb ik hierboven beschreven. Daarnaast leven er in de buurlanden nog zo’n 3,5 miljoenen Palestijnen van wie de ouders in 1948 wegvluchtten in de buurlanden. Het grootste deel in Jordanië, de rest in Libanon, Syrië en Egypte. Mensen die stateloos zijn en vallen onder de verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties. Zij hebben een unieke status gebaseerd op VN resolutie 302 van december 1949. Uniek omdat de status met goede redenen anders is dan andere vluchtelingen. Ook deze mensen willen liefst naar huis terugkeren.

Wat er sinds 1917 allemaal is gebeurd, is niet terug te draaien. Maar, zou lijfsbehoud niet beginnen met het opheffen van die ongelijkwaardigheid? Is er niet pas echt vrijheid in het vroegere mandaatgebied Palestina als alle er wonende mensen dezelfde volwaardige burgerrechten en plichten hebben? Zou dat niet de meest effectieve manier zijn om Hamas en Hezbollah te bestrijden? Als die al meer dan honderd jaar durende oorlog ons iets leert, dan is het dat vechten niet tot een oplossing leidt. Vechten leidt, behalve tot dood en verderf, alleen maar tot meer haat. Dus met een antwoord op de vraag naar de toekomst van het vroegere mandaatgebied Palestin. Met een oplossing voor de Palestijnse kwestie. Zonder oplossing van die kwestie komt er geen einde aan de nu al meer dan honderd jaar durende oorlog.


[1] The British Mandate For Palestine

[2] Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 39-40