Plato en het kabinet

De afgelopen decennia hebben we een keur aan politieke avonturiers voorbij zien komen. Vaak kwamen ze op de slippen van een gevestigde partij de Kamer of het kabinet binnen, soms op eigen kracht. Meestal halen ze het niet. Aan een van die avonturiers moest ik denken toen ik in de Volkskrant las dat minister Schouten een voorgenomen maatregel met betrekking tot het veevoer weer introk. Ik moest eraan denken omdat dit de ‘zoveelste’ maatregel in korte tijd is die wordt aangekondigd en vervolgens weer ‘verwaait’ in de storm van de publieke opinie. Minister de Jonge ging haar zeer recent nog voor met een aangekondigde ‘verplichte quarantaine. Ik moest denken aan Jan Dijkgraaf de lijsttrekker van GeenPeil. Een partij die in 2017 zonder succes aan de verkiezingen deelnam. En ik moest denken aan Plato.

File:Plato. Etching by D. Cunego, 1783, after R. Mengs after Raph ...
Bron: https://wellcomecollection.org/works?query=plato

Eerst Dijkgraaf. Dijkgraaf werkte als journalist voor diverse media en is nu actief als columnist bij The Post Online alwaar hij ‘briefjes’ schrijft aan iemand die er in zijn ogen weer een puinhoop van maakt. In 2016 besloot hij dat hij ook wel de politiek in wilde en werd lijsttrekker van de partij GeenPeil. Het bijzondere van de partij GeenPeil was dat zij geen plannen, ideeën, visies of wat dan ook had. Nee, de partij zou haar stem in de Kamer laten afhangen van een snelle poll op haar site. Als de meerderheid van de deelnemers aan de poll ‘voor’ een voorstel zou zijn, dan zouden de fractieleden van GeenPeil ook ‘voor’ stemmen. Dijkgraaf en Geenpeil brachten daarmee het zijn van Kamerlid terug tot ‘Ja-knikker of Nee-schudder’. Maar dan wel een duurbetaalde want een Kamerlid vangt momenteel minimaal € 116.000 per jaar. Dit exclusief de vergoedingen voor reis-, verblijf- en beroepskosten.

Ik moest aan Dijkgraaf en GeenPeil denken omdat de handelswijze van het kabinet verdacht veel lijkt op de werkwijze van Dijkgraafs GeenPeil. Een werkwijze die erop neerkomt dat er een maatregel wordt aangekondigd en vervolgens wordt er gekeken hoe die in de samenleving valt. Is er veel verzet, dan gaat het niet door. Dan wordt de maatregel schielijk ingetrokken zoals Schouten en De Jonge recentelijk deden. Een kabinet dat het beleid afhankelijk maakt van de hardst schreeuwende. Dit zagen we ook afgelopen maart rond de sluiting van de scholen vanwege COVID-19. Onder druk van bezorgde docenten en ouders werden de scholen gesloten terwijl er volgens deskundigen geen aanleiding voor was. Bedrijven piepen en meteen wordt er iets geregeld waarbij de hardste schreeuwers (bijvoorbeeld de KLM) het eerste worden geholpen. Schreeuw hard en je krijgt je zin.

Ik moest vervolgens aan Plato denken. Aan zijn boek De ideale staat waarover ik al eerder schreef naar aanleiding van zijn omschrijving van de ‘ideale politicus’. Even vooraf Plato was geen aanhanger van de democratie. Nee, hij was voorstander van een aristocratie, wat voor hem betekende een regering van de besten. Plato: “Wanneer een democratische samenleving met zijn dorst naar vrijheid in handen valt van minderwaardige politieke slijters en zich bedrinkt aan drank met een onverantwoord hoog vrijheidspercentage, zal men de regering aanvallen als die niet de uiterste soepelheid toont en de bevolking een enorme vrijheid laat, en haar beschuldigen van een vuige reactionaire mentaliteit. … Mensen die met de regeringspolitiek instemmen verwijt men slaafse houding en men scheldt ze uit voor onbenullige meelopers. Zowel in het maatschappelijk als in het persoonlijk leven is dan het streven gericht op een nivellering, waarbij niet meer duidelijk is wie leiding geeft en wie leiding krijgt, en men bewondert leiders die zich als ondergeschikten gedragen.” Zo schreef Plato bijna vijfentwintighonderd jaar geleden. Deze passage kwam in mij op. Want vertoont ze niet enige gelijkenis met de Nederlandse politiek van nu?

Hofje van Bakenes

Een bejaardenhuis, ook wel rusthuis genoemd. In nog vroeger tijden werden ze ook wel oudemannenhuizen en oudevrouwenhuizen genoemd. Nog niet zo lang geleden kon je ernaartoe als je redelijk verzorgd van je ‘oude dag’ wilde gaan genieten. Het was wonen gecombineerd met vormen van zorg. Er werd voor je gepoetst. Als je wilde kon je naar een gemeenschappelijke ruimte voor activiteiten al dan niet begeleid door een activiteitenbegeleider en je kreeg er te eten. Tegenwoordig, met de Wet maatschappelijke ondersteuning, noemen we die zorg ‘ondersteuning’ want ‘zorg’ reserveren we voor zaken met een meer medische noodzaak. 

Hofje van Bakenes. Bron: Wikimedia Commons

In Nederland lijken ze de laatste tien vijftien jaar uit de gratie geraakt. Mensen willen ‘langer zelfstandig’ wonen en niet worden betutteld, zo heet het in beleidstermen. Mensen willen zelf de regie voeren over hun leven. Dat ‘langer zelfstandig’ wonen en ‘eigen regie’ geld moeten besparen is een tweede, niet minder belangrijke, reden. Of het werkelijk goedkoper is? Ja, door de verantwoordelijkheden op te knippen wordt het lastig om te vergelijken. Wonen, zorg en ondersteuning hebben allemaal een eigen ‘baas’.

Nu luisterde ik vandaag naar een aflevering van 1 op 1 met minister Hugo de Jonge over de personeelsproblemen in de zorg. In de randen van dit thema werd er ook gesproken over gemeenten die grond beschikbaar moesten stellen om woningen te bouwen. Woningen voor ouderen in een soort van ‘hofje’ en voorzien van goede ondersteuning en zorg. Ouderen zouden naar die ‘hofjes’ moeten verhuizen zodat hun gezinswoningen vrijkomen voor anderen die een woning zoeken.

Voor het gemak zal ik verder even geen aandacht besteden aan de bijzondere redenering dat ouderen hun ‘thuis’ moeten verlaten als ze naar zo’n ‘hofje’ willen. Hoezo langer thuis? Als we even teruggaan in de geschiedenis dan is dit niets nieuws. Een van de eerste bejaardenhuizen avant la lettre was het ‘hofje van Bakenes’ voor oude vrouwen. Wat is zo’n ‘hofje’ anders dan een moderne uitgave van een rusthuis of bejaardenhuis? Een clustering van oude van dagen die het mogelijk maakt om efficiënt zorg en ondersteuning te organiseren? 

Oude wijn in nieuwe zakken? Passender: oude van dagen in nieuwe hofjes.