De tragedie en de klucht

  “De Taliban hebben vanmiddag een akkoord gesloten met de Verenigde Staten over het terugtrekken van troepen uit Afghanistan. Daarmee komt het eind aan de langste militaire interventie in de Amerikaanse geschiedenis in zicht.” Zo is te lezen op nos.nl. Goed nieuws voor de Afghanen. Alhoewel, als ik lees dat: “Na dit vredesakkoord (…) de Taliban met de Afghaanse regering onderhandelen over hoe nu verder, maar daar trekt de VS de handen van af,” dan zou ik me als Afghaan en zeker als lid van die Afghaanse regering toch nog eens achter de oren krabben. 

Met als aanleiding het door de Amerikaans legertop over het optreden in Afghanistan opgestelde rapport  Lessons Learned, schreef ik een tijdje geleden een Prikker. In die Prikker vergeleek ik de Amerikaanse  bemoeienis in Afghanistan met die van de Britten en de Sovjets eerder, maar ook met de het Amerikaans wedervaren in Vietnam. Dit aan de hand van wat Max Hastings hierover schrijft in zijn boek Vietnam, een tragedie 1945-1975. Het beeld dat uit die vergelijking naar voren kwam, was dat in Afghanistan dezelfde fouten waren gemaakt als in Vietnam. Dat het ‘lerend vermogen’ redelijk beperkt is. 

Net zoals in Afghanistan, waren de Amerikanen de oorlog in Vietnam al lange tijd moe. Enige probleem was, net zoals nu in Afghanistan, het ‘beëindigen’ ervan met ‘opgeheven hoofd’. Of beter gezegd, hoe je ‘verlies’ te verkopen als een ‘soort van overwinning.’ Als ik nu lees hoe dat in Afghanistan gebeurt, dan kan ik een gevoel van déja vu niet onderdrukken. Ook in Vietnam sloten de VS een overeenkomst met de ‘vijand’, de Noord-Vietnamese communisten. De derde partij, de Zuid-Vietnamese regering, of wat daarvoor door moest gaan, zat niet aan tafel. Die kreeg de ‘vredesakkoorden van Parijs’ door de strot geduwd en moest het daarna maar zelf uitzoeken met de communisten uit het Noorden.

“De Verenigde Staten erkennen de huidige regering van de Republiek Vietnam (Zuid Vietnam) nog altijd als enige rechtmatige regering van Zuid-Vietnam. Binnen de voorwaarden van het akkoord zullen we hulp blijven verlenen aan Zuid-Vietnam en het Zuid-Vietnamese volk ondersteunen bij zijn pogingen voor het vinden van een vreedzame oplossing voor zijn problemen.” Deze woorden sprak president Nixon uit op 23 januari 1973 in een toespraak tot het Amerikaanse volk.  Zo is te lezen in Hastings boek op pagina 703.

Waar die hulp uit zou bestaan, is iets verderop op de bladzijde te lezen als zijn veiligheidsadviseur Kissinger zijn angst uitspreekt dat het communistische Noord-Vietnam al binnen het half jaar het Zuiden zal binnen vallen. Nixon zegt dan iets later tegen zijn stafchef Ben Haldeman: “Weet je Henry heeft helemaal gelijk. We moeten er voorlopig alles aan doen om ervoor te zorgen dat (de Parijse vredesakkoorden) voorlopig overeind blijven. Als we eenmaal een paar jaar verder zijn, zal het iedereen een rotzorg zijn wat er met dat verrekte Vietnam gebeurt.” Alleen liep het zo niet. De gevechten gingen vrijwel onmiddellijk door. De enige steun die Zuid-Vietnam kreeg was in de vorm van wapens en munitie. Alleen werd het bedrag dat de Amerikanen daaraan besteedden al in augustus 1973 teruggebracht van $1 miljard naar $ 700 miljoen. Dat in tijden van stevige inflatie.

‘l’Histoire se répète’, zeggen de Fransen de filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel na. Karl Marx vulde Hegel aan met de woorden: eerst als tragedie en daarna als klucht’. Of zou Afghanistan de welbekende ‘uitzondering op de regel’ worden? 

Lessons Learned? Not!

“We hadden geen idee wat we aan het doen waren.’ ‘Elk gegeven werd zo aangepast zodat we een zo gunstig mogelijk beeld konden schetsen.’ ‘We hebben duidelijk gefaald.’” Dit schijnen de conclusies te zijn van de evaluatie die de Amerikaanse legertop heeft gehouden over de oorlog in Afghanistan. Ten minste, dat valt te lezen in de Volkskrant. Lessons Learned schijnt de titel van het rapport te zijn. De hoofdlijnen uit het rapport, zo lees ik in de Volkskrant: “ Een gebrek aan strategie (na het verslaan van Al-Qaida), een gebrek aan begrip, een corruptie-bevorderende hoeveelheid geld en, allesoverkoepelend, een totaal gebrek aan eerlijkheid. Generaals, diplomaten en presidenten spraken allemaal in veel te rooskleurige termen over de oorlog, zozeer zelfs dat sommige geïnterviewden van ‘moedwillige misleiding’ spreken.”  Schokkend? Ja. Verrassend? Eigenlijk niet.

Bron: WikimediaCommons

Het machtigste en militair sterkste land van de wereld zou toch geen moeite moeten hebben met Afghanistan? Nu zijn de Amerikanen niet de eersten die zijn vastgelopen in het onherbergzame stammengebied. Als we een kleine 180 jaar terug gaan in de tijd, naar 1838, dan zien we dat het toen machtige Britse rijk een poging doet om het gebied onder haar controle te krijgen. De Britten vallen binnen om er een voor hen vriendelijker gezind staatshoofd aan de macht te krijgen. Dat leek even te lukken maar in 1841 brak over het gehele land de pleuris (opstanden) uit en een jaar later trokken de Britten zich terug. In 1878 waagden ze een tweede poging met min of meer hetzelfde verloop. De Britten zetten het hoofd van het land af en even is het rustig. In 1880 verlieten ze, na een forse nederlaag met de staart tussen de benen het land. Een volgende wereldmacht die zich op de taaiheid van de Afghanen verkeek, was de Sovjet Unie. Eind 1979 vielen de Sovjets Afghanistan binnen. Of, zoals ze het zelf zouden zeggen: schoten ze de bevriende communistische heerser te hulp nadat die erom had gevraagd. In 1989 verlieten ook zij met de staart tussen de benen het land.

In de negentiende eeuw was het Britse rijk het machtigste land van de wereld en eind jaren tachtig was de Sovjet Unie, op de Verenigde Staten na, het machtigste land. Beide machtige landen verslikten zich in de taaie Afghanen met hun sterke tribale inslag. ‘Eigenlijk niet’ dus omdat dit allemaal bekend is. Afghanistan staat bekend als het ‘kerkhof van wereldrijken’. Als de Verenigde Staten de geschiedenis hadden bestudeerd dan had dat hen misschien op andere gedachten gebracht. Als ze hun geschiedenislessen hadden geleerd, dan hadden ze kunnen weten dat ze zich in een wespennest gingen begeven.

Nu is er een connectie tussen de Amerikaanse poging om het land ‘verder te helpen’ van de afgelopen achttien jaar en de eerdere Sovjet inval. In deel drie van mijn vierluik met als titel Wat was en IS van begin dit jaar besteedde ik daar al aandacht aan. De Amerikanen steunden alle groepen die zich tegen de Sovjets verzetten. Dit met als adagium: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Een van die ‘vrienden’ was Osama Bin Laden. Na de terugtrekking van de Sovjets verloren de VS hun interesse in Afghanistan en lieten hun ‘vrienden’ vallen. Een deel van die vrienden onder leiding van Bin Laden beschouwden vervolgens de wereld als haar strijdtoneel voor de ‘ware islam’. Dit met de aanslagen van 11 september 2001 als gevolg. De aanslagen die leidden tot de Amerikaanse inval.

Afghanistan is niet de eerste keer dat de Verenigde Staten erop vertrouwden dat hun militaire macht ‘alles’ zou oplossen. “Als een dorp vijf of zes keer gewapenderhand wordt ingenomen, sneuvelen er een hoop burgers. Hun hele patroon van leven zal veranderen (…) Hoe langer de oorlog duurt, hoe meer we het doel vernietigen waar we voor vechten.”  Woorden van de Amerikaanse generaal James Gavin in 1968. Ik neem ze over uit het boek Vietnam een tragedie 1945-1975 van Max Hastings (pagina 774). Net voor dit citaat is de volgende passage te lezen: “De beslissingen van opeenvolgende Amerikaanse regeringen om het conflict te laten escaleren, zijn vooral achteraf verbijsterend, omdat de sleutelfiguren de onbekwaamheid erkenden van het regime in Saigon, dat ze slechts in stand hielden als de voor hen noodzakelijke Vietnamese façade van een Amerikaans bouwwerk.” En iets onder het eerste citaat: “De Amerikaanse beleidsmakers (…) hadden in de eerste plaats al geen oog voor de economische en culturele impact van een omvangrijk buitenlands leger op een Aziatische boerenmaatschappij. Een Vietnamese secretaresse in dienst van USAID verdiende meer dan een ARVN-kolonel (het Zuid-Vietnamese leger). Bulldozers en containers, antennes en pantservoertuigen, wachttorens, zandzakken en rollen prikkeldraad brachten al schade toe aan de omgeving nog voordat de kanonnen vuurden, de helicopters de lucht doorkliefden, de rijzige Amerikaanse soldaten de liefde kochten van de zoveel kleinere Vietnamese vrouwen. (…) De voetafdruk die zij (de communistische strijders van de Vietcong en het Noord-Vietnamese leger) achterlieten was licht in vergelijking met die van de Amerikanen, wier stappen vergeleken konden worden – en dat door ontwikkelde Vietnamezen ook werden – met die van een reus uit een of andere sciencefictionfilm die door het landschap dendert, de rust verstoort en alles op zijn pad wat kwetsbaar is gedachteloos vernietigt.”  De beschrijvingen van het rapport Lessons Learned in de Volkskrant lijken sprekend op de beschrijving die Hastings geeft van de manier waarop de Amerikanen in Vietnam opereerden en de bijna ‘moedwillige misleiding’ waarmee ze die oorlog aan de wereld en hun landgenoten in het bijzonder, verkochten.

Bron Pixabay

De historica Barbara Tuchman noemt ,in haar boek De mars der dwaasheid, de Vietnamoorlog als een voorbeeld van dwaasheid. Tuchman geeft drie criteria waaraan het handelen moet voldoen om voor haar dwaas genoemd te mogen worden. Als eerste moet de gevoerde politiek destijds ook als averechts zijn onderkend en niet pas achteraf. Het tweede criterium is dat er geschikte alternatieve gedragslijnen beschikbaar moesten zijn. Het laatste criterium is dat het de politiek van een groep moet zijn geweest die langer heeft geduurd dan een politieke levensduur en niet van een individuele heerser. Voldoet de Amerikaanse aanpak in Afghanistan niet ook aan deze criteria? 

“Lessons Learned” luidt zoals gezegd de titel van het Afghanistan-evaluatie. Het enige wat mij te binnen schiet is: NOT!