If you can’t stand the heat

In de Volkskrant las ik een artikel van Joris Roelofs over ‘cancel culture’. Aanleiding voor het artikel was een documentaire van Medialogica die handelde over de ophef rond BredaPhoto in september van dit jaar. Aan die commotie besteedde ik al eerder aandacht. Commotie over het kunstwerk van Erik Kessels Destroy my Face dat fel protest opleverde van een groep die zich wearenotaplayground noemt. Een protest dat wereldwijde aandacht trok. De documentairemakers reconstrueren de ophef en stellen zich de vraag of er sprake is van cancelcultuur en/of zelfreinigend vermogen in de kunstwereld. De twee initiators van wearenotaplayground, Mechteld Jungerius en Rachel Morón, reageren op Instagram weer op de documentaire waarin ze zelf deelnemen. Zij houden er, zo blijkt uit hun bijdrage op Instagram, een bijzondere definitie van in dialoog gaan op na.

Keuken, Koken, Vlam, Voedsel, Ali, Menselijke
Bron: Pixabay

Na iets meer dan negentien minuten in hun bijdrage halen de initiators aan dat kunstenaar Kessels zich erover beklaagde dat er geen dialoog was. Waarop een van de initiators zegt: “Just look at our Instagram account. Look at what has happend. The only reason that you’re in the documentary is that the dialogue has been held. The whole entire time. Just because you don’t want to aknowledge that social media is a form of dialogue doesn’t mean that there is no dialogue.” Een wel heel bijzonder redenering.

Een dialoog is een gesprek tussen verschillende mensen waarin gedachten worden uitgewisseld en waarbij de deelnemers tot nieuwe inzichten komen die ze zonder dat gesprek niet zouden hebben gekregen. Nu is er een kant, kunstenaar Kessels, die aangeeft dat de initiators van de actie niet met hem in gesprek zijn gegaan. De documentaire laat zien dat dit ook niet is gebeurd. Hoe kan je met iemand een dialoog voeren zonder dat die persoon deelneemt aan het gesprek? Instagram mag dan volgens de beide initiators, een manier zijn om een dialoog te voeren. Om die dialoog te kunnen voeren moet de ander daar dan wel aan deelnemen.

Trouwens bij het ‘dialogiserend karakter’ van de sociale media kun je grote vraagtekens plaatsen. Ik heb zelden een gesprek via sociale media gezien waarin partijen nieuwe inzichten opdeden van een andere deelnemer. Gesprekken op sociale media gaan over het algemeen twee kanten op. Als alleen de eigen bubbel deelneemt, dan is het een zelfbevlekking met het eigen gelijk. Nemen er mensen uit verschillende bubbels deel dan is het enige wat je met een zeer grote mate van zekerheid kunt zeggen dat hoe langer een online gesprek duurt, hoe groter de kans is dat Hitler en de Nazi’s ten tonele verschijnen. Inderdaad de wet van Godwin. Als de documentaire iets laat zien, dan is het dat het ook in deze casus het geval was. De tijdlijnen van Kessels, BredaPhoto en het skatepark stroomden vol met gescheld en verwensingen. En zelfs de initiators gaven aan dat ook zij de nodige verwijten te slikken hebben gekregen. Dat zijn niet echt de kenmerken van een dialoog.

Een dialoog wordt erdoor gekenmerkt dat de deelnemers een open en vragende houding hebben. Ze willen nieuwe kennis op doen. Als de reconstructie iets laat zien dan is het dat Kessels gelijk heeft en het tot op heden nooit tot een gesprek is gekomen tussen de initiators aan de ene en BredaPhoto, Kessels en Skatepark aan de andere kant. Ook niet in deze documentaire. De eerste ‘communicatie’ vond plaats via een ‘open brief’ met beschuldigingen en eisen. Niet bepaald de voor een dialoog benodigde open en vragende houding.  Vervolgens nodigde BredaPhoto de initiators uit om gedurende het festival met Kessels en de organisatoren in gesprek te gaan. Een gesprek dat als onderdeel van het festival zou worden opgenomen. Dit werd geweigerd. De initiators wilden wel praten maar niet met Kessels omdat het hen niet om het kunstwerk ging, maar om de ‘structuur’ en niet publiek. Een wat vreemde redenering. Vreemd omdat ze in hun open brief Kessels aardig wat verwijten. En vooral zeer vreemd omdat ze zelf starten met een publieke actie, namelijk een open brief. Ze wilden wel in gesprek maar dan op hun voorwaarden, want, en nu zeg ik het in mijn eigen woorden maar eigenlijk in die van Calimero: ‘zij zijn groot en wij zijn klein en dat is niet eerlijk’. Zij zijn klein omdat ze net van de kunstacademie komen en Kessels een gearriveerd kunstenaar is en BredaPhoto een toonaangevend festival.

Op Instagram hebben ze het over ‘verantwoordelijkheid nemen’, beste initiators van wearenotaplayground, als je met een actie die voor de hele wereld is te zien ergens aandacht voor vraagt, betekent verantwoordelijkheid nemen dat je vervolgens ook in de openbaarheid met de ander in gesprek gaat. Dan is je verschuilen achter je jong en onbekend zijn een zwaktebod. Mijn advies grow up! En anders: If you can’t stand the heat stay out of the kitchen.

Open vizier

Het tweejaarlijkse fotofestival BredaPhoto is dit jaar het middelpunt van een rel. Een van de bijdragen, het kunstwerk Destroy my Face van Erik Kessels, is na een actie van online activisten die zichzelf We Are Not a Playground  noemen, verwijderd. “De opstellers van de Engelstalige brief wilden anoniem blijven, omdat ze, zo verklaarden ze later, hun professionele leven niet in gevaar wilden brengen,” zo is te lezen in een artikel van Anna van Leeuwen in de Volkskrant. Een bijzondere wens.

File:Hide and seek game.jpg
Foto: Fatma Hasham (WikimediaCommons)

Wat is er aan de hand? Kessels werk bestond uit: “grote foto’s (…) van door algoritmen samengestelde gezichten van vrouwen (en een enkele man) die veel plastische chirurgie hadden ondergaan. Doordat erover geskatet zou worden, zouden de portretten beschadigd raken.” Dit was tegen het zere been van de actievoerders. De oproep van de actiegroep werd ondertekend door 2.444 personen. Een van de ondertekenaars, Alina Lupu hierover: “Het is een slap excuus om te zeggen dat die foto’s zijn samengesteld door algoritmen. Algoritmen discrimineren. En juist vrouwen ervaren de druk om er op een bepaalde manier uit te zien, en die druk komt vooral van mannen.” De actie van de groep heeft tot verontwaardiging in de ‘kunstwereld’ geleid. Kunstenares Tinkebell (Katinka Simonse) over de actie: “Ze denken dat ze de waarheid in pacht hebben, echt choquerend. Een kunstwerk weg willen halen is zwak. Dan zeg je: dit mag geen deel uitmaken van de kunstcommunity.” In die reactie kan de Ballonnendoorprikker zich vinden, maar daar gaat het nu niet om.

Het gaat mij erom dat de ‘opstellers anoniem willen blijven omdat ze hun professionele leven niet in gevaar willen brengen’. Een bijzondere redenering. De opstellers willen anoniem blijven om hun eigen carrière niet te schaden, maar hebben er geen moeite mee om de carrière van een ander, in dit geval Kessels, te schaden. Ik ben niet van de bijbel maar hierbij moet ik toch denken aan het gebod ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’. Ook hebben ze er geen moeite mee om zich achter de 2.444 ondertekenaars te verschuilen. Ik vraag me trouwens af wie er een openbrief ondertekent terwijl de auteur of auteurs ervan er hun naam niet aan durven te verbinden. Of zouden de opstellers zich tussen de ondertekenaars verschuilen?

Beste actievoerders van We Are Not a Playground, als jullie een punt willen maken, je wilt verzetten tegen iets of iemand, ga je gang. Maar …, maak jullie namen bekend zodat Kessels en anderen weten met wie ze in gesprek kunnen gaan. Aan wie ze om een toelichting kunnen vragen. Of beter nog, ga eerst het gesprek aan met degene waarmee je van mening verschilt voordat je aan actie begint. Stop met, om het bij het spelen te houden, ‘verstoppertje spelen’ en strijd met open vizier. Als je werkelijk meent dat je voor de goede zaak strijdt, dan hoef je je toch geen zorgen te maken over je latere ‘professionele leven’?