Uitgelicht

Kritiek op Israël en antisemitisme

“Nooit meer is geen slogan voor monumenten. Het is een opdracht voor vandaag. Sta op, spreek je uit!” Met die woorden eindigt een artikel van Gideon van der Sluis, zoon van een joodse onderduiker zoals hij zichzelf introduceert, op de site Opiniez. Waar we volgens Van der Sluis tegen op moeten staan is tegen Frans Timmermans. Die heeft zich, zo betoogt Van der Sluis Antisemitisch uitgelaten. Hij verbaast zich erover dat het “oorverdovend stil’ blijft na Timmermans’ uitspraak. Niet bij: “ Timmermans’ politieke tegenstanders, die stonden voorspelbaar klaar.” Nee bij Timmermans’ achterban en dan bedoelt Van der Sluis; “mediapersoonlijkheden, opiniemakers en influencers uit het linkse en het brede midden. Uit de hoek waar mijn vader zich thuisvoelde.” Laat ik al vast beginnen met te bevestigen dat ‘nooit meer’ geen slogan moet zijn voor op monumenten, maar dat het een opdracht is en dat iemand in deze affaire zich aan die opdracht houdt.

De ‘Gele lijn’ in Gaza. Bron: wikipedia

Wat heeft Timmermans gezegd? Als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) hem goed heeft geciteerd dan is dat, zo lees ik bij het artikel van Van der Sluis het volgende: “In het Midden-Oosten wordt momenteel een heel volk uitgeroeid. We kijken ernaar en we zwijgen terwijl de Palestijnen letterlijk de zee in worden gedreven – en erger. De redenering van rechts en extreem rechts in Israël: wij joden kunnen alleen maar overleven als de Palestijnen weg zijn. Dat is exact dezelfde redenering als die van de nazi’s destijds: wij – het Duitse volk , het Arische ras – kunnen alleen maar overleven als de joden weg zijn. Dat vind ik ronduit verbijsterend. Hun grootouders en overgrootouders is in de nazitijd iets verschrikkelijks overkomen: de Holocaust, waarbij ze werden vernietigd, en nu doen zij precies hetzelfde met een ander volk. Ik ben nog beladen met de geschiedenis, maar mijn kinderen snappen hier helemaal niks van. Zij zeggen: ‘Hoezo het bestaansrecht van Israël staat op het spel? Je kunt uit het bestaansrecht van een volk toch niet afleiden dat het een ander volk mag uitroeien?’”

Dit was dus tegen het zere been van Van der Sluis en niet alleen zijn been. Ook tegen het been van het Centraal Joods Overleg (CJO). Volgens deze organisatie is dit: “geen kritiek op beleid meer, maar is het op één lijn stellen van de Joodse staat met het naziregime, en van Joden met de daders van de Holocaust. Wij noemen dat ontoelaatbaar en antisemitisch.” Want: “Het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland, en het verwijt aan Joden dat zij de misdaden van de nazi’s herhalen, staan allebei genoemd in de internationale werkdefinitie van antisemitisme van de IHRA. Nederland heeft die definitie onderschreven.”

Even vooraf. Wat in alle verwijten aan Timmermans door elkaar loopt en voor velen in elkaar overloopt is het jodendom en de staat Israël. Trouwens niet alleen in dit geval. Dat speelt altijd op als er kritiek wordt geleverd op de staat Israël en vooral haar handelen. En dat speelt ook het IHRA en haar definitie parten.

Dan nu naar antisemitisme. Volgens de definitie van het IHRA waarnaar het CJO verwijst is antisemitisme: “een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” In Timmermans woorden is geen onvertogen woord over joden te ontdekken. Hij spreekt over rechts en extreemrechts in Israël, de stromingen die het nu in Israël voor het zeggen hebben.

Als dit de hele definitie was dan was de kous al af. Het wordt problematisch als de IHRA gaat toelichten en voorbeelden geeft. Een voorbeeld van antisemitisme dat niet wordt gegeven en op geen enkele manier in de definitie is te herkennen maar dat volgens het CJO wel antisemitisch is en waaraan Timmermans zich schuldig zou maken, is het joden ervan beschuldigen dat ze de misdaden van de nazi’s herhalen.

De definitie van het IHRA wordt fluïde als ze voorbeelden geeft van antisemitisme: “Er is bijvoorbeeld sprake van een uiting van antisemitisme wanneer de Staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven, in het vizier wordt genomen. Let wel: een kritische houding tegenover Israël die vergelijkbaar is met de kritiek die wordt geuit tegen gelijk welke andere staat, is niet als antisemitisch te bestempelen.” Timmermans neemt, zoals gezegd rechts en extreemrechts Israël op de korrel en doet dat niet vanwege hun joods zijn maar vanwege de ideeën die ze uitdragen en in de praktijk brengen. Hij neemt een kritische houding tegenover rechts en extreem rechts in Israël aan en die kritische houding is meer dan terecht. Dat die stromingen de regering vormen, doet daar niets aan af. Deze kritische houding is meer dan terecht omdat deze stromingen het kleineren, terroriseren, vermoorden en verdrijven van Palestijnen aanmoedigen en toejuichen en als deelnemers in de Israëlische regering ondersteunen en bedrijven. Hun doel is de Palestijnen te verjagen omdat dit in hun ogen voor het overleven van Israël noodzakelijk is. Precies zoals Timmermans het beschrijft. Een manier van denken en handelen die ook in nazi-Duitsland opgeld deed maar dan met andere slachtoffers, daders en methoden maar met eenzelfde onderliggende redenering.

Sinds het opstellen van die definitie in 2016 is er iets bijzonders gebeurd. In 2018 heeft Israël haar basiswet gewijzigd. Die basiswet is te vergelijken met een grondwet. Sinds dat jaar definieert Israël zich als joodse staat en het ‘historische thuisland van het joodse volk’. Ze benoemde zichzelf, om de woorden van het IHRA te gebruiken tot ‘een joods collectief gegeven’ en wordt volgens dit voorbeeld iedere kritiek op Israël antisemitisme en die kaart speelt de Israëlische regering grif uit.

Dat wordt nog versterkt als het IHRA spreekt over gedaanten die antisemitisme kan aannemen en er voorbeelden worden genoemd. Een van die voorbeelden luidt: “Het huidige beleid van Israël vergelijken met het beleid van de nazi’s.” Op basis van dit voorbeeld zou Timmermans antisemitisme bedrijven. Toch bijzonder dat voor ieder ander land een dergelijke vergelijking gemaakt mag worden, maar niet voor Israël. Israël krijgt zo een status aparte. Het wordt zo het enige land dat nazi-praktijken mag bedrijven zonder dat die als zodanig benoemd mogen worden. Dat is meten met twee maten. Over meten met twee maten gesproken. Ook dat kan antisemitisme zijn als: “van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.” Terecht dat van Israël geen ander gedrag wordt geëist dan van andere staten. Staten moeten hetzelfde worden behandeld. Dit verhoudt zich niet tot de hierboven genoemde status aparte. Gelijk behandelen betekent ook altijd gelijk behandelen.

Het CJO gaat verder en daarmee kom ik bij de ’nooit meer als opdracht voor vandaag’ waarmee Van der Sluis afsluit: “Wat Timmermans met deze uitspraak doet gaat nog verder. Hij ontkent de Holocaust niet, maar doet iets anders: door te stellen dat het “exact dezelfde redenering” is, plaatst hij het mechanisme van de Holocaust op één lijn met het handelen van de Joodse staat. Daarmee verkleint hij de systematische, industriële vernietigingsintentie van de nazi’s en holt hij de morele en historische uniciteit van de Shoah uit. Hij minimaliseert de Holocaust schromelijk.” Timmermans signaleert een denkwijze en redenering bij rechts en extreemrechts in Israël die gelijk is aan de redenering van de nazi’s. Met die constatering doet hij niets af aan de Holocaust noch minimaliseert hij de vernietigingspraktijken van de nazi’s. We weten nu welke denkwijze en redenering tot grote ellende leidt. Als die denkwijze en redenering wordt herkent dan is dat reden voor alarm. Zeker bij iedereen die ‘nooit meer als opdracht voor vandaag ziet’. Timmermans luidt hier de noodklok omdat hij constateert dat rechts en extreemrechts die in Israël aan de macht zijn, denkwijze en redenering van de nazi’s hanteren. En zo op het eerste, en ook het tweede, gezicht heeft hij goede gronden voor het luiden van die bel. De Holocaust was niet het begin van de ellende, dat was de denkwijze en redenering van de nazi’s. De vernietiging volgde veel later.

Het enige verwijt dat je Timmermans kunt maken is dat hij rijkelijk laat is met het luiden van de alarmbel. Rechts en extreem rechts in Israël is al een heel eind op streek met het verjagen, verdrijven en vermoorden van Palestijnen. Toen hij nog Kamerlid en fractieleider van GroenLinks-PvdA was had zijn bel luider geklonken. Timmermans staat daarmee in een Nederlandse traditie van staatslieden die na hun actieve carrière ineens het licht zien en zich inzetten voor zaken die ze als politicus liever lieten lopen.

Slaan en/of geslagen worden

Met grote en ronkende woorden geeft Keren Hirsch in een artikel in Het Parool zanger Douwe Bob onder uit de zak. Hirsch:“Als Douwe Bob echt voor verbinding was, was hij niet weggelopen. Dan had hij navraag gedaan, het gesprek gezocht, geluisterd – maar dat deed hij helaas niet.” De zanger, zo betoogt Hirsch, die bestuurslid is bij het Centrum voor Informatie en Documenten Israël (CIDI), veroordeelt: “ Iemand over een woord waarvan (…) (hij) niet de hele betekenis (…) (wwet). Enkel omdat (…) (hij denkt) de wijsheid in pacht te hebben.” En zij is niet de enige. Het CIDI blijkt zeer effectief in het bereiken van de krantenkolommen want in de Volkskrant een ingezonden brief van Nathan Bouscher van hetzelfde CIDI. Een trend want iedere keer als er kritiek wordt geleverd op Israël dan verschijnen er artikelen vanuit het CIDI in kranten. Bijzondere artikelen waarin de zanger wordt verweten door onwetendheid het verkeerde signaal te hebben afgegeven.

Eerst het betoog van Hirsch. “Kinderen stonden zondag klaar, vol verwachting, voor een optreden van een Nederlandse artiest. Kinderen die vaak naar zwaarbeveiligde scholen gaan, omdat hun Joods-zijn in Nederland al lang niet meer vanzelfsprekend veilig is. Kinderen die opgroeien met de wetenschap dat hun gemeenschappen beveiligd moeten worden bij feestdagen, culturele evenementen en uitjes. En ook Jom Ha Voetbal had beveiliging.” Helaas voor voor de kinderen: “In plaats van hen een vrolijk optreden te bezorgen, kregen ze een pijnlijk signaal: ‘Om wie jij bent, treed ik niet voor je op.’ Douwe Bob liep weg. Niet vanwege iets wat er werd gezegd of gedaan, maar vanwege een woord. Een woord dat voor veel Joden juist hun bestaansrecht uitdrukt.” Ze vervolgt: “Steeds weer worden Joodse Nederlanders verantwoordelijk gehouden voor het conflict in het Midden-Oosten. Steeds weer moeten ze uitleggen dat hun verbondenheid met Israël niet betekent dat ze voor oorlog of bezetting zijn. En steeds weer wordt hun Joodse identiteit verdacht gemaakt – via de achterdeur van antizionisme.” En: “Het wegzetten van zionisme als iets slechts draagt bij aan de dehumanisering van Joden. Het ontneemt ze hun recht op veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie. In een tijd van toenemend antisemitisme – online, op straat en in de politiek – is dat niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk.”

Bron: Flickr

In de Volkskrant betoogt Bouscher dat Douwe Bob door: “te kiezen om überhaupt niet op te treden (…) veel olie op het vuur (heeft) gegooid; hij had er ook voor kunnen kiezen in gesprek te gaan met de organisatoren.” Maar: “het echte punt zit in hoe Douwe Bob klaarblijkelijk aankijkt tegen zionisme. Zionisme is niets meer dan het streven naar een thuisland voor het Joodse volk en het bestaansrecht van Israël als Joodse staat. Voor de meerderheid van de Joden, van uiterst links tot rechts, is zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit.” Hij concludeert dat Douwe Bob door weg te lopen: “ de boodschap af dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël. Dit zal hij zo niet hebben bedoeld, maar dat is wel het kwalijke signaal dat is bijgebleven.” Om hun betoog kort samen te vatten: ‘Arme Douwe Bob, hij is onwetend en heeft door zijn onwetendheid verkeerd gehandeld. Had hij geweten wat zionisme werkelijk is, dan had hij anders gehandeld’.

Zionisme is geen religie. Het is een politieke ideologie. Een ideologie die haar oorsprong vindt in de negentiende eeuw. De eeuw van het nationalisme. De eeuw dat mensen duidelijk moest worden gemaakt dat ze toch echt Nederlander, Duitser of Fransman waren. Voor een huidige Nederlander is het wellicht moeilijk voor te stellen, maar het overgrote deel van de twee miljoen negentiende-eeuwse bewoners van wat nu Nederland is, konden zich bij Nederlander zijn, niets voorstellen. Ze woonden in een dorp of stad en zagen zich als inwoner van dat dorp of die stad, spraken de taal van dat dorp of die stad en als ze op de klok keken dan was de kans groot dat die iets anders liet zien dan de klok in een andere stad. En waar ik hier Nederlander schrijf, kun je ook Duitser, Fransman of welk huidig volk dan ook lezen.

Die identificatie als Nederlander is iets van de laatste 150 jaar. En hoe deden onze voorouders dat, iemand zich Nederlander laten voelen? Dat deden ze via een eenheidstaal en die noem je Algemeen Beschaafd Nederlands. Waarmee je iemand die een lokale taal spreekt meteen wegzet als ‘onbeschaafd’. Dat deden ze door een trots verhaal te creëren over het gebied en haar inwoners. In dat verhaal worden de Batavieren ineens Nederlanders avant la lettre. In dat verhaal word je trots op, om voormalig premier Balkenende aan te halen, ‘die VOC-mentaliteit’. Dat deden ze door er een volkslied in te stampen en andere liederen over daden van mensen die je net als de Batavieren Nederlander avant la lettre maakt. Dan wordt er gezongen over Piet Hein en de zilvervloot en wordt er trots verteld over Michiel de Ruyter en het grote wereldrijk dat die VOC-mentaliteit creëerde. En dat deden ze ook door zich tegen andere volkeren af te zetten. Die zijn anders en voor dat ‘ anders’ zoek je iets wat hen ‘anders’ maakt. En geloof is dan iets wat iemand al snel anders maakt. In de negentiende en zelfs tot het midden van de twintigste-eeuw was een Nederlander vooral Protestants en dan vooral Hervormd. Katholieken werden met de nek aangekeken want die gehoorzaamden niet Den Haag maar Rome.

Het nationalisme kende een burgerlijke en een semi-religieuze variant. De burgerlijke variant waarvan de aanhangers streefden naar een staat die al haar burgers gelijke rechten gaf. Nu wellicht lastig voor te stellen maar in de negentiende en ook de eraan voorafgaande eeuwen, waren mensen niet gelijk en werden zeker niet gelijk behandeld. En hoe verschillend dat verschilde per stad. De semi-religieuze kant van het nationalisme stelde, wat we tegenwoordig identiteit noemen, centraal. Bij deze vorm van nationalisme hoorde je bij de natie als je aan bepaalde vereisten voldeed op het gebied van taal, gedrag, gebruiken en religie. Deze laatste vorm van nationalisme zorgde en zorgt voor problemen.

Deze vorm was een groot probleem voor rijken zoals het Ottomaanse en het Oostenrijks Hongaarse waar veel echt van elkaar verschillende talen werden gesproken. En deze groepen woonden ook nog eens door elkaar. Die problemen kwamen er en zijn er nog steeds. Bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië. Dit is ook het nationalisme van bijvoorbeeld de PVV en andere partijen die spreken over het ‘ echte volk’ of de ‘echte Nederlander’. Deze vorm van nationalisme sluit mensen uit. Deze vorm van nationalisme speelt in op gevoelens van mensen en zet mensen tegen elkaar op. Vooral in tijden van spanning en crisis blijken mensen gevoelig voor deze vorm van nationalisme.

Dan terug naar het zionisme. In die negentiende eeuw kozen veel joden voor bijvoorbeeld de Franse, Duitse of Nederlandse nationaliteit en maakten gebruik van de rechten die ze, net als de andere inwoners van deze landen, kregen. Ze gingen meedoen in het zakenleven, de wetenschap en het bestuur van de landen waar ze woonden. Een ander deel wilde iets anders. Die vonden dat die emancipatie van joden was mislukt omdat zij geen eigen staat hadden in Europa. Ze wilden een joodse staat waar de religie geen rol speelt gebaseerd op de Hebreeuwse taal en de joodse cultuur. Omdat staatsvorming in Europa was mislukt, zochten de zionisten een andere plek en die plek werd Palestina. Dit is het zionisme van Hirscher en Bouscher. De seculiere variant.

Echter, net als bij alle vormen van nationalisme, kent ook het zionisme semi-religieuze varianten in verschillende gradaties. Deze varianten kennen veel aanhangers en onder de bewoners van de illegale kolonistennederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn veel aanhangers van de meest extreme vormen te vinden. De aanhangers van Smortrich en zijn Religieus Zionistische Partij en van Ben-Gvir en zijn op religieus zionistische snit gebaseede partij Otsma Jehudit. Een heel ander zionisme dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen. Zionisme is toch iets anders, of beter gezegd veel meer dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen.

Ik begon deze uiteenzetting over het zionisme met de opmerking dat het zionisme een politieke ideologie is. En op politieke ideologieën mag je kritiek hebben. Ze zijn niet neutraal, ze politiseren en polariseren. Dat gebeurt binnen de verschillende varianten van het zionisme. Het zionisme van Smotrich en Ben-Gvir bekritiseert de neutrale variant van Hirsch en Bouscher. En het zou zomaar kunnen dat deze beide auteurs ook kritiek hebben op het religieus zionisme van Smotrich en Ben-Gvir. Maar ook van buiten mag je kritiek hebben op een politieke ideologie. Socialisme, liberalisme, politiek islamisme, nationalisme, trumpisme ze mogen allemaal bekritiseerd worden. En het is het goede recht van iedere muzikant om niet op te willen treden als er reclame wordt gemaakt voor een politieke ideologie. Zeker als vooraf is aangegeven dat de artiest niet optreed als er sprake is van politieke reclame. Beide briefschrijvers verwijten Douwe Bob dat hij daarover niet het gesprek is aangegaan. Na zo’n gesprek, zo suggereren ze, had hij gewoon kunnen spelen want hun politieke reclame was ‘ goede’ politieke reclame. Daarmee vragen ze de zanger om te marchanderen met zijn principes en vooral met de gemaakte afspraken. Politieke reclame is politieke reclame.

Dat weigeren wil niet zeggen dat de artiest de politiek waarvoor reclame wordt gemaakt, als ‘slecht’ wegzet, zoals Hirsch beweert. Het zegt niets over die stroming en de mensen die haar aanhangen. Het geeft alleen aan dat de betreffende artiest geen politieke reclame wil maken. Dat Douwe Bob, na lang aandringen in een talkshow aangaf dat hij zich niet kon vinden in het ‘zionisme’ dat de huidige Israelische regering voorstaat, doet daar niets aan af. Deze artiest vervolgens woorden in de mond leggen dat hij: “Om wie jij bent, (…)ik niet voor je op(treed),” zoals Hirsch of dat de zanger: “ de boodschap af (geeft) dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël,” zoals Bouscher het verwoordt en door verschillende politici in soortgelijke en nog walgelijkere bewoordingen, is beneden alle peil. Dat is: “niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk,” om Hirsch’ eigen woorden te gebruiken.

Voor “ Joden, van uiterst links tot rechts (…) zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit,” schrijft Bouscher. Dat dit zo is, maakt echter nog niet dat joods en zionisme aan elkaar gelijk zijn. Dat het ene woord zo de plaats van het andere kan innemen. Veel joden, vooral orthodoxe, zien dat heel anders. Volgens deze groep heeft zionisme niets met hun identiteit te maken. Zij verwerpen het zionisme in welke vorm dan ook. Toch identificeren zij zich als joods. Brengen deze orthodoxe joden dan ook de: “veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie,” om de woorden van Hirsch te gebruiken, in gevaar? Of klopt haar stelling dat voor joden zionisme onlosmakelijk aan hun identeit is verbonden, niet?

“Keer op keer wordt ‘zionisme’ gebruikt als stok om de Joodse gemeenschap te slaan,” schrijft Hirsch. Dat zal in sommige gevallen best zo zijn. Maar of het werkelijk zo is? In een tijdsgewricht waar iemand zijn identeit steeds meer verbindt aan één kenmerk, is kritiek op dat kenmerk meteen existentieel. Als ‘zionist’ je hele identiteit is, dan zie je het besluit van Douwe Bob als een aanval op jou. Als zionist maar een onderdeel is van hoe je jezelf ziet, als het in welke vorm dan ook, alleen maar iets zegt over het politieke deel van je identeit, dan zou dat wel eens heel anders kunnen liggen.

Maar wie slaat er dan en wie wordt er geslagen? Zijn het in dit geval niet Hirsch en Bouscher die de stok hanteren? Ze hanteren een rammelend betoog en ongefundeerde beschuldigingen om zanger Douwe Bob mee te slaan en zij zijn daarin niet de enigen. Zij krijgen hierbij steun van politici en mediapersoonlijkheden. Dat heeft ertoe geleid dat de zanger wordt bedreigd en met zijn gezin het land uit is gevlucht. Ik hoop dat ze zich realiseren dat deze manier van handelen wel eens op hen kan terugslaan. Door iedere kritiek of andere mening meteen antisemitisch te noemen, wordt echt antisemitisme afgedekt. Om Trumpfluisteraar Steve Bannon aan te halen, door de zone met nepshit te overspoelen, wordt echte shit onzichtbaar. De kans is groot dat dergelijk geschreeuw een groot deel van de mensen imuun maakt voor antisemitisme.