Tautologie met gevolgen

“Als we iedereen erbij willen betrekken, moet het democratische proces dat al meer dan 150 jaar oud is echt gemoderniseerd worden.”  Dit bepleit SCP-directeur Kim Putters in Trouw. Hij constateert een niet bestaand probleem. Niet bestaand omdat juist door de verkiezing (van de Tweede kamerleden, Statenleden en Gemeenteraadsleden) ‘iedereen’ bij de besluitvorming betrokken is. Toch wordt er een probleem ‘gevoeld’ en als het wordt gevoeld dan is er iets aan de hand.

Een gemeenteraad heeft tegenwoordig drie rollen, de:

  1. kaderstellende rol;
  2. controlerende rol;
  3. volksvertegenwoordigende rol.

Die derde rol is iets van de laatste twee decennia en is ook op landelijk en provinciaal waarneembaar. Zou het niet kunnen zijn dat de rol van ‘volksvertegenwoordiger’ die de volksvertegenwoordigers erbij hebben gekregen de oorzaak van het probleem is? Een bijzondere tautologie. Juist in die ander twee rollen zit immers het ‘vertegenwoordigen’ van het volk.

tautologie

Zou die ‘tautologie’ ertoe hebben bijgedragen dat volksvertegenwoordigers zich zijn gaan afzetten tegen de overheid? Een kloof zijn gaan ervaren tussen zichzelf als volksvertegenwoordiger in de klassieke zin, eentje die besluit door, voor en namens het volk. En aan de andere kant zichzelf als spreekbuis van het volk? Want dat is de manier waarop die andere kant wordt ingevuld

Zijn door de explicitering van deze rol, en vooral door de ‘spreekbuis’ invulling ervan, de volksvertegenwoordigers misschien in de kloof van de geloofwaardigheid gevallen? De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis.

De kloof die onvermijdelijk is in een vertegenwoordigende democratie. De kloof die we eens per vier jaar (de laatste tijd wat vaker) op de dag van de verkiezingen overbruggen.

Prikker, maandag 21 september 2015

Uitsluiten met woorden 2

“Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn.” Dit schreef ik in mijn vorige ‘prikker’ Daar behandelde ik het begrip participatiesamenleving. Nu wil ik stilstaan bij de  begrippen ‘integratie’ en het ermee samenhangende ‘inburgering’.  Het in in deze woorden roept een beeld op van samenheid, erbij horen op. Een positief beeld. Waar zit dan die uitsluiting?

Integratie betekent het opnemen in een groter geheel. Als er wordt gesproken over integratie dan wordt bedoeld het opnemen van migranten in de samenleving. Zoals ik in de vorige prikker al schreef, horen migranten alleen al door er te zijn bij de samenleving. Dit maakt dat de ‘integratie’ bij de aankomst in feite al is voltooid.

Door van migranten te eisen dat ze integreren in de samenleving, zeg je eigenlijk dat ze niet bij de samenleving horen waar ze naar toe gemigreerd zijn. Zo wordt een soort tweedehands burger gecreëerd. Tweedehands burgers waaraan eisen opgelegd worden zoals de eis tot inburgering,

apartheid(illustratie: www.fotolibra.com)

Probleem is echter dat die inburgering nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot integratie van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.

Sterker, juist door het integratiedenken en het inburgeren zullen de migranten er nooit bijhoren. Achter deze woorden zit een beeld dat iedereen hetzelfde moet zijn en dat zal nooit lukken. Iedere mens is immers anders. Bij deze woorden staan verschillen centraal. Zoekend naar verschillen, vind je verschillen. Zo is er altijd iets waaraan de migrant moet werken. Geen samenheid maar apartheid.

Prikker, dinsdag 21 juli 2015

Uitsluiten met woorden

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

uitsluiten(illustratie: nl.123rf.com)

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

Prikker, maandag 20 juli 2015