Een eigen land

Zorg en ondersteuning voor hulpbehoevenden, het runnen van gemeenschapshuizen, het schoonhouden van de buurt. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten het liefst inwoners inschakelen. En er is wat nieuws. Als inwoners denken het beter te kunnen, dan kunnen ze de overheid uitdagen: “Dit heet Right to Challenge (het recht om uit te dagen). Het initiatief verschuift dan van overheid naar burger: meedoen, eigen initiatief nemen en met dit Right krijgen bewoners ook de middelen en verantwoordelijkheid.” De bewoners moeten aangeven hoe ze een dienst zelf denken uit te voeren. Dit wordt beoordeeld en na instemming kunnen de bewoners aan de slag. Goed om zo gebruik te maken van de kracht van de inwoners.

Challenge

Illustratie: www.iewm.net

Stel een groep mensen richt een zorgcorporatie op, een van de voorbeelden op de site. Een corporatie op streng christelijke, stalinistische of wahabistische grondslag. Die corporatie mag een dienst in een wijk of buurt gaan leveren. Welke keuze heb ik dan als vrijdenker? Of een groep neemt het park over naast mijn huis en beheert dat op een manier waarin ik en meerdere andere mensen zich helemaal niet kunnen vinden. Bij wie kunnen we dan terecht? Of kunnen we de uitdagers ook weer uitdagen?

Wie beoordeelt de uitdagingen trouwens? En op basis van welke bevoegdheid? In Eindhoven doet een ‘beoordelingscommissie’ dit, volgens de site en het college mag dan alleen toetsen op de financiën. Wie zitten er dan in die commissie die het inhoudelijke besluit neemt? Wie benoemt die personen? En wie controleert die commissie? Kan ik trouwens die commissie ‘uitdagen’ als ik denk dat ik het beter kan?

Kan ik het gemeentebestuur uitdagen als ik denk dat ik dat beter kan? En nu we toch bezig zijn, waarom niet ook Rijkstaken? Ik denk dat ik een veel beter belastingregime kan ontwerpen en ook veel beter ben in het innen van de belastingen. Waar kan ik mijn ‘uitdaging’ indienen? Kan ik het buitenlandbeleid uitdagen? Of het gehele landsbestuur als ik denk dat ik het beter kan?

Absurd? Wellicht wel. Maar waarom stoppen bij het reinigen van de straat of het organiseren van dagbesteding voor oudjes? Of is er een andere reden voor dit nieuwe ‘recht’? Wellicht een plattere die te maken heeft met geld?

Kosten-batenanalyses

MKBA(Illustratie: brusselsering.be)

“Tegenstanders zeggen dat het beprijzen van een mensenleven pertinent fout is. Voorstanders zeggen dat zo’n plafond ervoor zorgt dat geld in de gezondheidszorg beter uitgegeven wordt, zodat we per saldo meer levens redden dan nu het geval is. Een vorm van kosten-batenanalyse kan eraan bijdragen dat elke euro de meeste levensjaren redt.”  Dit schrijft Manuel Buitenhuis in De Correspondent in een artikel over het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses. In dit artikel legt hij uit hoe dit instrument werkt en wat er de voor- en nadelen van zijn.

De meeste levensjaren redden. Dat lijkt een redelijke eis. Maar een dergelijke analyse lijkt mij heel lastig. Stel er wordt iets nieuws uitgevonden dat zeer duur (bijvoorbeeld € 250 miljoen per geval) is en maar in een paar gevallen te gebruiken is. Dan zul je op basis van een kosten-baten analyse tot de conclusie komen dat je van dit geld duizenden mensen kunt helpen. Eén leven tegenover deze duizenden. Ik zou het wel weten!

Of toch niet? Een dergelijke analyse maken voor het heden, is nog wel te doen. Maar hoe nemen we de verdere doorontwikkeling van dit dure nieuwe mee? Stel dat die doorontwikkeling leidt tot een 100% genezing van kanker tegen de prijs van een pakje margarine? Maar zonder die eerste stap komt deze doorontwikkeling er niet. Als we dat nu zouden weten, zouden we dan nog steeds kiezen voor de duizenden?

Absurd? Veel van onze huidige hightech hulpmiddelen zijn ontstaan als spin-off van zeer dure overheidsinvesteringen. Investeringen waarvan op voorhand niet duidelijk was of het iets zou opleveren, maar die ons internet, mobiele telefonie, GPS en nog veel meer opgeleverd hebben. Investeringen die er met een kosten-batenanalyse niet waren gekomen.

De wereld van Uber

Uber de ‘taxidienst’ biedt mensen zonder een eigen auto de mogelijkheid om een auto met korting te huren. Zo kunnen ook zij aan de slag voor het bedrijf. “Voor ruim 28 euro per dag hebben ze een maand lang een auto, benzinekosten niet inbegrepen. Volgens Uber is dat bedrag makkelijk terug te verdienen: wie op de juiste tijden de weg op gaat, kan 120 euro per dag ophalen. Daar gaan wel nog bemiddelingskosten voor Uber (bijna 25 procent) vanaf. Ook moeten de chauffeurs belasting afdragen over hun inkomsten.*

Uber

(foto: onwardstate.com)

Je kunt dus makkelijk € 120 per dag ophalen.  Daar moet als eerste de 25% bemiddelingskosten vanaf, € 24. Vervolgens de huur van de auto, € 28. Blijft er € 68 over. Oh nee, de benzinekosten moeten er vanaf. Een taxi van een centrale rijdt gemiddeld 18 kilometer per uur**. Dat is bij een werkdag van acht uur ongeveer 145 kilometer. Bij een verbruik van 1 op 14 is dat 10 liter benzine van €1,70 per liter, dus €17 kosten. Zo blijft €51 over. Dat is € 6,375 per uur. Bijna € 2,30 minder dan het minimumloon bij een veertigurige werkweek.

Met een werkdag van acht uur per week, een werkweek van 40 uur en dat 52 weken per jaar, haalt de chauffeur een inkomen van € 13.260. Dus zonder vakantie. En daar moet nog belasting over worden betaald. €1.700 meer dan een alleenstaande bijstandsgerechtigde. Heeft de chauffeur een partner, dan is dit €3.200 minder dan hij aan bijstand zou ontvangen. Inderdaad is die huur makkelijk terug te verdienen, echter zonder er een boterham mee te verdienen.

Uber is een van die innovatieve bedrijven waarvoor de wet- en regelgeving niet meer past. Wellicht moeten we ons eerst afvragen in welke wereld we willen leven.

Prikker, dinsdag 28 juli 2015