De boer en de pastoor

De Oostvaardersplassen en dan vooral de grote grazers die er rondlopen houden de gemoederen flink bezig. Om het wat cru te formuleren was de ene groep natuuractivisten druk bezig met het bedreigen van parkwachters en het bijvoeren van verhongerende grazers. De dieren laten verhongeren was immers dierenmishandeling, net als het afschieten van bijna verhongerde dieren. De andere groep was druk met het overtuigen van de ene groep dat bijvoeren toch echt dierenmishandeling was en dat afschieten een diervriendelijke daad was. Nu het voorjaar goed is ‘uitgebroken’ en het gras weer groeit, hoeft er niet meer bijgevoerd te worden. Toch blijft het gebied de aandacht opeisen.

Tarwe

Foto: Pixabay

Nu door het rapport van de Begeleidingscommissie beheer Oostvaardersplassen onder leiding van Pieter van Geel. Die stelt ander beheer voor omdat, zo valt in de Volkskrant te lezen: “Het (…) maatschappelijk niet breed (wordt) geaccepteerd dat dieren zichtbaar vermageren en dat een groot deel daarvan vervolgens sterft, door afschot of op een natuurlijk wijze.” Door de natuur zoals die ontstaan was, stonden Natura 2000-doelen onder druk en dat kan natuurlijk niet. De natuur moet wel voldoen aan de richtlijnen van de mens. Dus gaat de mens weer aan de slag: “Om de dieren beter te beschermen tegen de winterse omstandigheden, moet het graasgebied (circa 2.000 hectare) voorzien worden van 300 hectare aan extra beschutting. Ook moet 500 hectare alsnog nat worden. Hierdoor wordt het graasgebied verkleind tot ongeveer 1.000 hectare, groot genoeg voor de maximaal 1.500 dieren.”

Toen ik dit las, moest ik denken aan de pastoor die bij een boer op bezoek kwam. De boer gaf de pastoor een rondleiding langs zijn velden. Bij een veld met suikerbieten aangekomen zei de pastoor dat de bieten er prachtig bijstonden. Daarop vertelde de boer vol trots hoe hij dat met hard werken, veel schoffelen en wieden voor elkaar had gekregen. De pastoor vulde aan: “met gods hulp.”  Vervolgens kwamen ze bij een veld met tarwe en ook daar kreeg de boer een compliment van de pastoor. Daarop vertelde de boer weer vol trots hoe hij dat met hard werken voor elkaar had gekregen, waarop de pastoor weer aanvulde: “met gods hulp.” Het geheel herhaalde zich bij een veld met aardappelen. Als laatste liepen ze langs een braakliggend perceel dat vol stond met onkruid. De pastoor keek de boer verbaasd aan en vroeg hoe het kon dat dit perceel zo’n zooitje was. De boer antwoordde: “Hier heb ik god alleen aan laten klooien.” 

Exotisch inheems of inheems exotisch?

Het vriest een paar dagen en dan begint het weer. De roep om de Elfstedentocht? Ja, die ook, maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over het bijvoeren van de grazers in de Oostvaardersplassen. Van honger en kou stervende dieren dat kunnen we niet laten gebeuren. Die moeten we helpen en dus bijvoeren. De aaibaarheidsfactor van de grote grazers zal daar zeer zeker aan bijdragen. Zou er ook zoveel commotie zijn als in de grond wroetende wormen of mestkevers van honger om dreigen te komen? Of aaseters die leven van dode grazers? Hoe zouden die trouwens bijgevoerd moeten worden?

Nederland_1916_rus.jpg

Illustratie: Wikimedia Commons 

In de Volkskrant verschillende reacties, ook een van Martijn de Jonge. Volgens De Jonge zijn: “in de Oostvaardersplassen levende konikpaard als het heckrund ‘bedachte’ dieren.” Daarom: “Het zou goed zijn om eens de bakens qua denken te verzetten en de ingevoerde grote grazers te beschouwen als invasieve exoten. Daar voldoen ze geheel aan, want: 1. ze zijn door de mens ingevoerd, 2. ze vermeerderen zich ongebreideld, 3. ze hebben geen natuurlijke vijanden, 4. ze vernielen de biotoop en 5. ze verdrijven de autochtone flora en fauna zoals egel, mol, muizen, hazen en reeën.” Een duidelijk verhaal. Alleen eigentijdse inheemse dieren zijn welkom. De dierlijke variant van ‘eigen dieren eerst’ om het wat cru uit te drukken. Van die ‘exotische’ grote grazers moeten dan maar een groot deel worden afgeschoten.

Maar toch, welk dier behoort inheems op die plek? Honderd jaar geleden was het nog gewoon Zuiderzee. Er zwommen vissen en er leefden andere waterdieren. Die zijn allemaal uitgestorven op die plek omdat dat deel van de Zuiderzee door de mens werd drooggelegd. Zijn alle dieren ook de egels, mollen, muizen, hazen en reeën daarmee niet invasieve dieren? Zijn ze op die plek niet allemaal bedacht? Net als trouwens alle planten en de mensen die in de rest van het gebied dat bekend staat onder Flevoland wonen en rondlopen?