Het leven wordt vooruit geleefd en achteruit verklaard

Het heden is een punt waar verleden en toekomst elkaar raken. Een punt dat even actueel is en dan in het verleden verdwijnt. Aan het eind van een jaar lijken we ons hiervan bewuster te zijn. Dat is immers de tijd van de lijstjes en de voorspellingen. Iets breder bekeken, is het heden de tijd waarin wij leven. Een tijd die bestaat uit de ervaringen uit het recente verleden en de verwachtingen voor de nabije toekomst. Een mens leeft in dat heden. Dat heden is voor hem belangrijker en bijzonderder dan alles wat in het verdere verleden was en ook belangrijker dan alles wat in de verre toekomst zal zijn. 

Illustratie: Pixabay

Een mens die leefde in 1438 vond waarschijnlijk ook dat het toenmalige heden de meest belangrijke en bijzondere periode was. Een mens die in 2238 leeft, zal dat waarschijnlijk ook vinden van de jaren dertig van de 23ste eeuw. Ook zij vinden de periode waarin zij leven de belangrijkste periode uit de geschiedenis van de mensheid. Een tijd die ze, zoals velen nu doen, omschrijven als de meest dynamische waarin de ontwikkelingen elkaar in een razend tempo opvolgen. 

Ieder mens leeft in zijn tijd niet in een verleden of toekomende tijd. Het is immers de periode waarin hij leeft en daarmee de enige periode die hij aan den lijve ondervindt. Dit maakt vergelijken lastig. Door het verleden te bestuderen kun je je een beeld vormen van of inleven in het verleden. Door je fantasie te gebruiken kan dat ook van en in de toekomst. Ontbreekt het je aan die fantasie dan biedt het sciencefiction genre uitkomst. Alleen moet daarbij worden aangetekend dat deze auteurs of filmmaker moeten verkopen en dat betekent dat ze overdrijven. Het leven in de sciencefiction toekomst is zelden saai. Iets wat het normale leven wel vaak is.

Er is nog een andere reden die maakt dat vergelijken lastig is. De gemiddelde Westerse mens denkt in vooruitgang, in ontwikkeling. Dat denken maakt de huidige tijd altijd tot het logische hoogtepunt van die ontwikkeling. Beschrijvingen van de geschiedenis met als doel om mensen trotst te laten zijn op het verleden van een land, zijn hiervan goede voorbeelden. Zo proberen zij de ‘successen’ te claimen van mensen die honderden jaren geleden leefden. Maar ook omgekeerd, geschiedschrijvers die vinden dat we ons moeten schamen voor ‘ons verdorven verleden’. Die ons de daden van mensen die honderden jaren geleden leefden in de schoenen schuiven. Twee vormen van geschiedschrijving die het verleden in dienst plaatsten van het heden. Die vanuit het heden terugkijken en vervolgens momenten selecteren die in hun verhaal te pas komen. 

Sommige denkers, Marx was er een van, gaan nog een stap verder. Die schetsen een ideale wereld. Een ideale wereld in de toekomst en ze delen de geschiedenis vervolgens op in ‘stappen’ op weg naar dat ideaal. Het heden is dan een logische stap tussen het verleden en die ideale toekomst. Het verleden en heden staan, om het zo te zeggen, in dienst van die toekomst.

Iemand die de geschiedenis bestudeert, ziet al snel dat het niet alleen maar ‘vooruit’ gaat. De geschiedenis van de mensheid is een bijzonder kronkelig pad. Soms lijkt het op een Echternach processie, soms op een sprintwedstrijd en dan weer een zeilregatta zonder wind. Soms zo spannend als het laatste kwartier van de wedstrijd tussen Ajax en Bayern München van 12 december 2018 en soms net zo saai als kijken naar het groeien van gras. Een kronkelig pad en een ‘road to nowhere’ om de song van The Talking Heads aan te halen.

Neem de geschiedenis van de stad Rome, een stad met nu ruim 2,5 miljoen inwoners en zo’n 4 miljoen met de ‘ommelanden’ erbij. Tweeduizend jaar geleden was het de kern van een van de  sterkste politiek, bestuurlijke constellaties die de wereld ooit heeft gezien. Een stad met toen al meer dan een miljoen inwoners. In 1870 werd het de hoofdstad van Italië, telde toen zo’n 200.000 inwoners en was in grootte de derde stad van Italië. In de jaren tussen de val van het Romeinse Rijk en het ontstaan van het land Italië viel de stad zelfs terug naar ongeveer 15.000 inwoners. Een stad met een schaduw die groter was dan de werkelijke betekenis van de stad en die schaduw is nu nog steeds groter. 

Wat Rome voor heeft op vele andere grote, belangrijke steden uit het verleden, steden zoals Babylon, is dat er nu nog mensen wonen. Dat de stad nu nog steeds een, zij het veel bescheidener, rol speelt. De enige rol die Babylon in het recente verleden nog heeft gespeeld, is een rol als militair kampement na de Irakoorlog van 2003 voor Amerikaanse en later Poolse militairen. Om het cru te zeggen: als parkeerplaats voor legertrucks, helikopterlandingsplaats en vulling voor zandzakken. 

Wat nu is, zegt niets over de toekomst. Wellicht is Babylon dan weer een belangrijke stad en zwemmen er vissen door Rome. Wat nu is en daarmee onderdeel uitmaakt van de tijd waarin wij leven, kan morgen weg zijn. Dat zorgt even voor onzekerheid maar al vrij snel maakt die nieuwe situatie deel uit van de tijd. Neem de val van het Oostblok in het algemeen en de Sovjet-Unie in het bijzonder. In 1988 speelde het Nederlands elftal de finale van het Europees Kampioenschap voetbal tegen de Sovjet-Unie. Nederland won door doelpunten van Gullit en dat prachtige schot van Marco van Basten. Op dat moment was er niemand  die zich een wereld zonder Sovjet-Unie kon voorstellen. Een jaar later viel de Berlijnse muur en nog twee jaar later bezweek de Sovjet-Unie. Trouwens in 1914 en zelfs in 1917 kon niemand zich een wereld met Sovjet-Unie voorstellen.

Foto: Wikimedia Commons

Dat wat nu is, morgen weg kan zijn hindert ons niet bij het voorspellen van, en plannen voor de toekomst. Neem het Centraal Plan Bureau. Dat werkt met prachtige scenario’s waarbij verleden, heden en toekomst netjes in elkaar overlopen. Stop de gegevens over het verleden en heden erin en de ‘toekomst’ rolt er gewoon uit. Totdat er iets gebeurt wat afwijkt van het model. Of de voorspelling van het aantal inwoners voor Nederland. 18,6 miljoen in 2060, volgens de laatste voorspelling. Ook bij deze voorspelling vloeit het verleden via het heden naadloos over in de toekomst. Vooral zo rond een jaarwisseling zien we hiervan vele voorbeelden. Het afgelopen jaar wordt nog eens bekeken en vervolgens wordt bekeken wat dit zegt over het komende jaar.

Een uitbraak van een dodelijke ziekte, kan deze voorspelling zo naar de prullenbak verwijzen. Neem bijvoorbeeld de uitbraak van de pest in de veertiende eeuw. Die maakte dat de bevolking fors kromp en pas rond 1600 was de bevolking weer op het peil van voor de uitbraak. Een verandering van het klimaat kan desastreuze gevolgen hebben. Ook daarvan is de geschiedenis doorspekt. Neem de grote volksverhuizing of de veroveringen door de Mongolen. Een verandering van het klimaat, bij de Mongolen de kleine ijstijd, maakte dat zij op zoek moesten naar nieuwe weidegebieden voor hun vee. Dit leidde tot schermutselingen en oorlogen met andere volken en uiteindelijk tot de idee dat de Mongoolse Khan (waarschijnlijk was Dzjengis hierin de eerste en dus veroorzaker) de ‘natuurlijke heerser’ van de wereld was. Een idee dat weer leidde tot bijpassend gedrag, zoals veroveringstochten.

De Mongoolse Khan was trouwens niet de eerste heerser die zijn rijk en vooral zichzelf als middelpunt van het universum zag. Vele heersers van rijken waren hem hierin al voorgegaan. Chinese keizers die vanuit hun paleizen aan de top stonden van de ‘hemels orde’, Egyptische farao’s die werden gezien en zichzelf zagen als goden op aarde, om twee voorbeelden uit een hele rij te noemen, gingen Dzjengis hierin voor. Koningen en keizers van Europese rijken en landen waren dan net niet ‘goddelijk’, maar toch zeker wel de eerste plaatsvervanger van god op aarde. En al die koningen en keizers vonden van zichzelf dat die andere ‘koningen’ die hetzelfde over zichzelf beweerden, toch zeker één treetje lager op de hiërarchie stonden dan zijzelf. 

Illustratie: Flickr

Een student van het verleden zal hieruit concluderen dat succes al snel leidt tot zelfoverschatting van de eigen positie en de positie van het ‘eigen volk’. Iets wat niet alleen eigen is aan ‘autocratische’ heersers. Nee, dat iets lijkt eigen aan macht en succes. Historica Barbara Tuchman heeft hierover een verhelderend boek geschreven met als titel De mars der dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam. 

Diezelfde student zal concluderen dat naast Tuchmans ‘mars der dwaasheid’, toeval en geluk een heel belangrijke rol spelen. Eigenlijk een veel grotere rol dan de ‘grote en sterke mannen’ die nu vaak de belangrijkste plek innemen. Die zal concluderen dat die ‘grote sterke mannen’ boven komen drijven door de dwaasheid van anderen. Anderen die de post overnamen van voorvaderen die in hun tijd door toeval en geluk en dwaasheid van anderen aan de macht kwamen. 

Neem de eerder genoemde Dzjengis Kahn. Zijn leven wordt, geromantiseerd, opgetekend in de film Mongol. Toch laat die film zien dat er voldoende momenten waren dat het heel anders had kunnen aflopen. Dan hadden we nooit gehoord van Dzjengis Kahn, zelfs niet van Temudjin, zijn eigenlijke naam. Of daarmee ook het Mongoolse rijk dat hij stichtte er niet zou zijn geweest is de vraag. 

Zo zijn er in de levens van alle ‘sterke mannen’ momenten dat het heel anders had kunnen lopen. Dat toeval of geluk hen een handje hielp. Achteraf zullen veel biografen en bewonderaars van ‘sterke mannen’ dit verklaren uit de keuzes van deze mannen. Keuzes waaruit hun ‘grootsheid’ blijkt. Zij zullen zich verdiepen in hun levens en bij alle kritische momenten die ‘grootsheid’ zien, al is het in een notendop. Achteraf zijn dat immers logische stappen op weg naar die grootsheid. Alleen wordt het leven vooruit geleefd.

Wat de grootse nationale geschiedenis, de schandelijke geschiedenis en de biografieën van ‘grote mannen’ gemeen hebben, is dat zij een verhaal vertellen. Een verhaal vertellen dat mensen bindt en hun leven zin geeft. Een verhaal dat laat zien wie bij de groep hoort en wie niet. En daarmee kom ik bij Yuval Noah Harari en zijn boek 21 Lessen voor de 21ste eeuw. Hoofdstuk 20 van dit boek handelt over de plaats van verhalen in het leven en heeft als titel Het leven is geen verhaal. Aan het einde van dit hoofdstuk (op pagina 374) geeft Harari de volgende waarschuwing: “ Pas op als politici in mythische bewoordingen gaan spreken. Dat kan namelijk een poging zijn om het echte leed te gaan verhullen en rechtvaardigen door het te verpakken in moeilijke, onbegrijpelijke termen. Wees vooral op je hoede voor de volgende vier woorden: opoffering, eeuwigheid, zuiverheid en verlossing. Als je een van die woorden hoort, sla dan meteen alarm. En als je toevallig in een land woont waarvan de leider regelmatig dingen zegt als: ‘Hun offer zal de zuiverheid van onze eeuwige natie waarborgen en ons naar de verlossing leiden’, besef dan dat je een groot probleem hebt. Als je een beetje bij je verstand wilt blijven, moet je altijd proberen zulke lulkoek te vertalen naar de werkelijkheid: een soldaat die het uitschreeuwt van pijn, een vrouw die geslagen en aangerand wordt, een kind dat beeft van angst.”

Iedere tijd zijn eigen strijd

“Die vlag klinkt misschien een beetje triviaal, maar het staat voor iets groters. Kijk naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Ook zij hebben hoofdstukken gekend van geweld, van aanslagen. Maar die vlag, dat is de trots op hun samenleving als geheel.” Een uitspraak van Akwasi Owusu Ansah, opgenomen in een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent.  Mulder sprak Ansah om te spreken over het belang van volledige geschiedenis. Aanleiding tot het gesprek was het boek Roofstaat van Ewald Vanvugt. Een boek over de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis dat binnenkort verschijnt.

slavernijIllustratie: www.averbode.be

En door volledige geschiedenis kan iedereen zich gerepresenteerd voelen. Ansah: “Het grootste probleem van het ontbreken van de zwarte randen in onze geschiedvertelling, is dat het ervoor zorgt dat minderheden in Nederland zich niet gerepresenteerd voelen.” Maakt Ansah hier niet dezelfde fout die aan de basis ligt van het probleem? Namelijk de zoektocht naar aan passende nationale geschiedenis die ons in het heden goed uitkomt? Is dat er niet de oorzaak van dat: “gevierde historische figuren die … verschrikkelijke daden op hun geweten hebben…” eenzijdig zijn belicht? Wordt de geschiedenis zo niet in dienst gesteld van het heden? Zouden we daar niet mee uit moeten kijken? Is die gezochte trots niet juist verblindend?

Zou er niet juist ruimte komen voor het verleden in al haar aspecten, als het wordt bestudeerd om haar eigen waarde? Neem een belangrijk onderwerp van het gesprek tussen Mulder en Ansah, de slavernij. In de huidige discussie overheerst het beeld van de foute blanke die de zwarte in slavernij hield. Waren er in de loop der geschiedenis alleen zwarten slaven en alleen blanken slavenbezitters? Of zouden er ook blanken slaven zijn geweest en zwarte bezitters? Was het lijfeigenschap niet ook een vorm van slavernij? Hoe is de slavernij uiteindelijk afgeschaft? Speelden daar niet zowel zwarten als blanken en wellicht ook wel Chinezen of Indiërs een rol in?

Zou dat kunnen betekenen dat samenlevingen vroeger ook grijs waren? Dat er dus goede en slechte mensen waren en vooral een hele grote groep ertussen in?

Slavernij is dan wel verboden, dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat. Moeten we ons niet veel drukker maken om hedendaagse vormen van slavernij en achterstelling? Want zullen ze ons over 100 jaar niet beoordelen op onze daden en veel minder op discussies over het verleden? Waarmee niet is gezegd dat kennis van het verleden onbelangrijk is, in tegendeel. Iedere tijd wordt herinnerd om zijn eigen strijd, wat is de huidige strijd?

Hoe zouden ze over 100 jaar over onze tijd spreken? Welke ‘held’ van nu zal er dan bij het vuilnis worden gezet en welke schlemiel zal held worden? Hoe zou er worden geoordeeld over bijvoorbeeld de omgang met vluchtelingen in de jaren tien van de eenentwintigste eeuw?