Een Euro kun je maar een keer uitgeven. Dan ben je hem kwijt en als het goed is heb je er iets voor teruggekregen. Sinds begin maart roepen politici in Den Haag om verlaging van benzineaccijnzen of maximum prijzen. Of een noodfonds voor mensen die de energierekening niet meer kunnen betalen. “Voor premier Rob Jetten betekent het een abrupte overgang van ‘het kan wel’ naar ‘het kan misschien toch niet’. Bij aanvang zei hij ‘te willen gaan bouwen aan vooruitgang’,” schrijven Caspar Thomas en Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer. Immers: “Een recessie zou betekenen dat de regering-Jetten eerst – en misschien wel enkel – een heel wat minder aangename opdracht wacht: klappen opvangen en steunberen plaatsen.” Zou het? Of zijn er mogelijkheden om juist wel een vooruitgang te bouwen dit geheel conform het adagium ‘never waste a good crisis”? Kun je de ‘steunberen’ niet zo plaatsen dat je bouwt aan vooruitgang?

Met het verlagen van accijnzen, minimumprijzen en noodfondsen om de energierekening te betalen plaats je steunberen op de verkeerde plaatsen. Met dergelijke ‘steunberen’ vergemakkelijk je het gebruik van fossiele brandstoffen. Stimulering die weer tot hogere prijzen leidt waardoor er nog meer ‘steun’ nodig is. Daarmee ondersteun je een gebouw dat hoognodig grondig gerenoveerd moet worden. Een renovatie waarbij de fundering van het erop staande gebouw moet worden aangepast.
Onze samenleving drijft op energie en dat is nu nog voor een belangrijk deel fossiele energie en dat is onhoudbaar. Onhoudbaar omdat het gebruik van fossiele energie bijdraagt aan de opwarming van het klimaat. En als je daar niet in gelooft, het is ook onhoudbaar omdat het ons afhankelijk maakt van andere landen met dubieuze regimes. Landen die ons ermee kunnen chanteren. Er zijn goede, schone alternatieven die ons ook nog eens onafhankelijk maken van landen met dubieuze regimes. Een fonds dat de ontwikkeling naar deze alternatieven versnelt, zou een goede steunbeer zijn. Zeker als daarbij ook wordt ingezet op energiebesparende maatregelen zoals isolatie van woningen en energieneutraal bouwen van nieuwe woningen.
‘Maar,’ zo hoor ik je nu denken: ‘dat is voor de wat langere termijn, op de korte termijn kan ik de rekening niet betalen.’ Dat klopt en daarom moet er ook voor die korte termijn wat gebeuren. ‘Dus toch iets met prijzen en een energiearmoedefonds’? Nee, niets met prijzen en energiearmoedefondsen. Er is in Nederland geen sprake van energiearmoede, net zoals er geen sprake is van menstruatiearmoede, hongerarmoede of welke …armoede dan ook. Er is voor een deel van de bevolking sprake van te weinig geld om deze zaken te betalen. Te weinig geld omdat het sociaal minimum te laag is. Dat moet structureel worden verhoogd tot een niveau dat je ervan kunt leven. Als dat betekent dat de hele onderkant van het loongebouw omhoog moet, dan ook dat. Beter echter dan dat, is die sociaal minimum van voldoende niveau aan iedereen uit te keren als een basisinkomen. Dit zorgt voor steun op de korte termijn. Steun op een eenvoudig uit te voeren manier die bovendien allerlei andere uitkeringen en inkomensondersteuningen voor minima overbodig maakt en dus flink bespaart op de uitvoeringskosten van onze sociale zekerheid. Of, en dat zou niet verkeerd zijn en dus een volgende steunbeer’, die bespaarde kosten worden ingezet om de uitvoering door de overheid op ander plekken te versterken. Te versterken door, zoals Catherine de Vries in haar boek De symfonie van onvrede schrijft, de overheid om te vormen tot een nabije overheid: “smal aan de voorkant, breed aan de achterkant.” Een smalle voorkant die bestaat uit: “iemand (die) je aankijkt, of een huisarts die tijd heeft om te luisteren. … Daar moeten de lijnen kort zijn, moet de toon menselijk, de drempel laag. Daarachter mag de backoffice groot zijn.”1
‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken: ‘dan profiteert ook de directeur met een vet inkomen, want die krijgt dan ook dat basisinkomen’. En ja dat klopt. Ook die krijgt dat basisinkomen. Maar die krijgt ook iets anders en dat is een belastingaanslag. Want tegelijk met het invoeren van dat basisinkomen passen we het systeem van inkomstenbelastingen aan. En wel zo dat het met een laag tarief begint maar vervolgens sterk progressief oploopt en eindigt met uiteindelijk een tarief van bijvoorbeeld 95% voor inkomens boven de twee ton en dus voor die directeur met het vette inkomen. Enne, bij het inkomen worden ook inkomsten uit vermogen meegeteld. Die worden tegen hetzelfde tarief belast.
‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken; ‘hoge belastingen zijn slecht voor de economie. Die remmen de economische groei.’ Nee, dat klopt niet zo laten de dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zien. Die combineerden hoge inkomstenbelastingen met flinke economische groei en toenemende welvaart. In Nederland werd toen tot 73% belasting geheven op inkomen en in de Verenigde Staten 95% en het Verenigd Koninkrijk tot wel 97%.
Met deze steunberen versnellen we de transformatie van onze energiehuishouding en steunen we de mensen die het nodig hebben. Bijkomend voordeel is dat er iets wordt gedaan aan de inkomensongelijkheid. Het is niet meer aantrekkelijk om een CEO een salaris van vele miljoenen toe te kennen omdat het gros van die miljoenen als belasting worden afgedragen. Ook wordt het uitkeren van dividend en het opkopen van eigen aandelen minder aantrekkelijk omdat het extra inkomen dat de ontvanger van het dividend of de verkoper van het aandeel hierdoor ontvangt, via de inkomstenbelasting wordt belast. Belangrijkste bijkomend voordeel, of beter gezegd beoogd effect, is dat we met deze steunberen en vooral met een basisinkomen bouwen aan een systeem dat uitstraalt dat iedereen erbij hoort, een systeem gebaseerd op vertrouwen. En als onze democratie iets kan gebruiken dan is het vertrouwen. Als iets populistische partijen de wind uit de zeilen neemt dan is het vertrouwen.
Dus laat het kabinet deze crisis niet verspillen door te kiezen voor ‘het kan misschien toch niet’ maar door te kiezen voor vooruitgang. Door de steunberen zo te plaatsen dat het huis wordt gerenoveerd. Want een crisis bestrijden door te kiezen voor vooruitgang kan wel. Het kan wel.
1Catherine de Vries, De symfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 180