De kronkels van Cliteur

“Maar bewijzen De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam daarmee niet dat zij zelf in de ban verkeren van een racistische opvatting? De opvatting namelijk dat alleen witte mensen niet voor hun eigen achtergestelde status mogen opkomen maar zwarte mensen en gele mensen wel?” Die vragen stelt Paul Cliteur in een artikel bij De Dagelijkse Standaard. En in zijn bijzondere betoog komt hij tot de conclusie dat er: “ten aanzien van de verdeling van rechten tussen zwart blank (of, zoals de wokies willen: zwart en wit) (…) geen verschil (zou) moeten zijn. Maar dat verschil maken zij dus wel. Dus discrimineren zij.”

Cliteur schrijft zijn bijzondere artikel naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van Haro Kraak over de veroordeling van twee, zoals Kraak hen noemt White Lives Matter-extremisten. “Tjonge, dus de jongens die White Lives Matter op de Erasmusbrug projecteerden zijn “extremisten”. Eén, twee, drie, vier – bij het vierde woord zitten we al in de partijdige verslaggeving door De Volkskrant,” verzucht Cliteur en gaat verder: “Vinden Haro Kraak en De  Volkskrant de Amsterdamse demonstraties voor “Black Lives Matter” van enkele jaren geleden (waar zelfs de burgemeester aan meedeed) ook “extremisten”?” Cliteur verwijt Kraak en de Rotterdamse rechtbank dat ze discrimineren en zoekt de verklaring daarvoor in zelfhaat: “kennelijk is er een moment gekomen waarop deze mensen zijn gaan denken: “we moeten onszelf zo gaan haten dat we onszelf moeten gaan ‘discrimineren’.”  Hij komt tot de conclusie dat: “als je vindt dat “Black Lives Matter” (…). Als je vindt dat “Yellow Lives Matter” (…). Dan moet je ook vinden dat “White Lives Matter” (…).” In de basis heeft hij gelijk want alle leven doet ertoe. Daarbij doet huidskleur er niet toe. Of zoals ik een jaar of acht geleden schreef: All lives matter.

Nu vraag je je wellicht af wat er dan zo bijzonder is aan het betoog van Cliteur. Het bijzondere is dat Cliteur niet verder kijkt dan de woorden: als Black Lives Matter niet discriminerend is, dan is White Lives Matter ook niet discriminerend, Iedereen mag immers, zo betoogt hij terecht: “voor hun eigen achtergestelde status (…) opkomen.”  Hij betoont zich hier een uitstekende leerling van de intersectionele leer. De leer die betoogt dat verbeteringen beginnen bij het verbeteren van de situatie van de meest achtergestelde.

“Nu weet ik ook wel wat het antwoord is van De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam op mijn kritiek. Het is het antwoord dat zij op elke vorm van redelijke kritiek geven. Dat antwoord is: “maar die jongens zijn extreemrechts, antisemitisch, neonazistisch, fascistisch, racistisch”. Enfin, de hele riedel wordt van stal gehaald.” En gaat hij verder: “Oké, ik ga daar even for the sake of argument in mee. Niet dat ik dat echt denk, want wat ik echt denk is dat het hier om marginale groepjes gaat. Inderdaad, niet een echt groot gevaar.” Dan is de aanpak van de rechter en Kraak verkeerd, zo betoogt hij en vervolgens geeft hij zijn oplossing: “zorg dat je deze “extreemrechtse” groeperingen geen kans geeft om groter te worden. En die kans geef je hen wél door hen discriminatoir te behandelen. Immers dan toon je door je eigen gedrag aan dat zij in feite wel een punt hebben. Waar geen extreemrechts bestaat stimuleer je het dan.”

Die vlieger gaat echter niet op. Black Lives Matter vraagt aandacht voor de achtergestelde positie van niet blanken. De organisatie wil die achterstelling opheffen en komen tot een samenleving waar iedereen gelijkwaardig is, waar je huidskleur of afkomst niet bepalend zijn voor de manier waarop je in heden wordt behandeld en voor de manier waarop je je toekomst vorm kunt geven. White Lives Matter daarentegen, voert geen strijd om de achtergestelde positie van blanken te verbeteren. De club strijdt voor het behoud van de blanke machtspositie en blanke dominantie. Dat is, niet alleen for the sake of argument een strijd voor ongelijkwaardigheid, voor discriminatie op basis van huidskleur en afkomst en daarmee extreemrechts, neonazistisch, fascistisch, racistisch.

Om deze reden kan Black Lives Matter wel en White Lives Matter niet. Het zijn niet de woorden die door de Rotterdamse rechter zijn gewogen maar de denkbeelden van de mensen die deze woorden gebruiken. Die denkbeelden zijn niet gelijk. White Lives Matter anders behandelen dan Black Lives Matter is daarmee geen discriminatie maar juist het bestrijden van discriminatie. Of deze manier van bestrijden de juiste is, dat is een heel andere vraag. Toch bijzonder dat een rechtsfilosoof als Cliteur dit niet ziet of wil zien en zich bediend van zo’n kronkelige redenering.