‘Pak ze waar het pijn doet’

“Formaties duren voort totdat VNO-NCW en hun grote leden tevreden zijn.” Dit schrijft Syp Wynia in Elsevier in een artikel waarin hij de dominante invloed van de grote bedrijven op het kabinetsbeleid bekritiseert. “zo daalde de vennootschapsbelasting in Nederland deze eeuw van 35 procent naar 25 procent en gaat het derde kabinet-Rutte daar weer 4 procent vanaf halen. Daarbovenop wordt de dividendbelasting afgeschaft, uitsluitend om de multinationals en hun buitenlandse aandeelhouders te plezieren.” De slachtoffers? “Het midden- en kleinbedrijf verpietert onder de lobby- en chantagekracht van VNO-NCW,” en: “de welvaart van een land als Nederland.” De leidende politici winnen omdat ze: “als (ze) uitgeregeerd zijn, (…) plaats(nemen) in de lobbymachine van de multinationals. Zo zijn de Nederlandse manieren.” 

johan-falk-tyst-diplomati.36448

Illustratie: Subscene

Dat dit niet alleen de Nederlandse manier is, lieten Joseph Stiglitz in The Price of Inequality en Joseph Vogl in Het Financiële regime al zien. Vogl voegde er voor de financiële sector al een historische component aan toe door terug te gaan naar de tijden van de Republiek. Een historische component die in De onzichtbare hand van Bas van Bavel centraal staat. Een boek dat ik kort geleden behandelde. Het afschaffen van de dividendbelasting is hiervan een mooi voorbeeld. Geen onderwerp van welk verkiezingsprogramma dan ook en wel een van de eerste maatregelen die een nieuw kabinet neemt. Als kiezer en burger sta je machteloos. Je enige kans ligt bij de volgende verkiezingen alleen duurt het nog een jaar of vier voordat het zover is en wie denkt er dan nog aan?

Nu keek ik gisteren een aflevering van de Zweedse politieserie Johan Falk. Een serie waar iedere aflevering ongeveer de lengte heeft van een speelfilm. In deze aflevering was de stiefdochter van politieman Johan Falk gegijzeld door Estse criminelen die haar biologische vader afpersten. Als kijker weet je dan dat ze dat beter niet hadden kunnen doen. ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet’, sprak de leider van de politie-eenheid van Falk. Dat bleken drugs te zijn, zo bleek uit informatie van een Zweedse crimineel die inmiddels als informant voor de politie werkte. Hij wist te vertellen dat de Esten het grote geld verdienden met drugs en dat er een grote zending onderweg was per veerboot.

Hoe het afliep, vertel ik niet. Waar het mij om gaat is de uitspraak: ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet.’ Zou dat niet ook voor die multinationals gelden? Als kiezer en burger is onze macht beperkt, maar hoe zit het met onze macht als consument? Hoe zouden die multinationals reageren als we hun producten inruilen voor die van een ander? Voor producten van kleine lokale bedrijven?

Spekken aandeelhouders

Als begunstiger van De Correspondent krijg je iedere dag een berichtje over nieuwe en soms ook wat oudere artikelen die op dit medium zijn verschenen. Vandaag las ik het volgende in dat bericht: “Het Europees Parlement wil de Europese begroting flink laten groeien, merkte correspondent Tomas Vanheste. Mede om – voor het eerst in de geschiedenis van de Unie – de defensie-industrie een impuls te geven.” Het artikel meldt dat de Europese begroting  met 30% groeit. Een belangrijk deel van dat geld is bestemd voor defensie en voor komende twee jaar is alvast 500 miljoen uitgetrokken voor steun aan de Europese defensie-industrie.

war-618899_960_720

Foto: Pixabay

Vanheste: “Voor Europese samenwerking op defensiegebied is zonder twijfel iets te zeggen. Zolang je geen volbloed pacifist bent, lijken zaken als gezamenlijk inkopen van materieel en slim verdelen van de taken zeer verstandig. Maar moet je daarvoor een financiële injectie geven aan de wapenindustrie? Is die dan niet winstgevend genoeg om de eigen research te financieren, waar het geld voor bedoeld is?” Terechte vragen lijkt mij. Zeker als je bedenkt dat het Europese project tot nu toe geen defensiepoot had.

Nu moest ik bij het lezen van dit artikel denken aan het boek De onzichtbare hand van Bas van Bavel, dat ik gisteren besprak. Van Bavel onderzocht markteconomieën en zag dat ze allemaal ten onder gingen en dat in de fase voor de neergang, kapitaal vooral in de financiële markten wordt geïnvesteerd. Vooral, maar niet als enige. Een andere sector die het in deze fase voor de wind gaat, is de militaire sector. Om hun machtspositie te behouden investeerden de overheden van die markteconomieën veel geld in oorlogen, onderdrukking en bewapening. Die investeringen bekostigden ze met leningen op de kapitaalmarkt en die leningen werden terugbetaald uit belastinginkomsten. Gevolg hiervan was dat er nog meer geld uit de reële economie werd getrokken en via de rente op de leningen ten goede kwam aan de extreem vermogenden.

Zou het kunnen dat dit ook in de Europese Unie aan de hand is? Dat de gewone belastingbetaler de beurs moet trekken om de rendementen van de vermogende aandeelhouders nog verder te spekken?

Markteconomieën

De afgelopen weken maakte politiek en opiniërend Nederland zich druk om de salarissen van topmensen uit het bedrijfsleven. Dit keer was een forse verhoging van het salaris van ING topman Hamers de aanleiding. Dat salaris moest ‘promoveren van de eerste naar de eredivisie’. Ik moest hieraan denken toen ik het naschrift bij het boek De onzichtbare hand van Bas van Bavel las.

Schema Van Bavel.jpg

Illustratie: Bas van Bavel, De onzichtbare hand, pagina 384-385

“Gevoelsmatig is deze aandacht (voor dergelijke salarisverhogingen die ‘graaien’ en ‘immoreel’ worden genoemd) misschien begrijpelijk, maar voor de grote fundamentele ontwikkelingen is deze focus grotendeels misplaatst,” aldus Van Bavel. Hij ziet een breder probleem dan immoreel handelen van individuen. Het is “een probleem dat eigen is aan de dynamiek van de markteconomie zelf, dus aan het systeem als geheel.” 

Waar de focus wel op zou moeten liggen? “Vermogensongelijkheid krijgt nauwelijks publieke aandacht, maar is voor de fundamentele ontwikkeling van economie en samenleving zeer relevant, niet vanwege de oneerlijkheid, maar vanwege de cruciale rol in de verwerving van maatschappelijke en politieke macht door de nieuwe marktelite.” Eenzelfde boodschap verkondigt de Amerikaans econoom Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality.

Van Bavel voegt er een historische dimensie aan toe. In zijn boek onderzoekt Van Bavel markteconomieën uit het verleden en zoekt en vindt er een patroon in. Al deze markteconomieën doorliepen een soortgelijke cyclus. Gedurende de fases groeit het aantal armen en daalt het aantal vermogenden. Het vermogen van die vermogenden neemt wel steeds sneller toe.

Die cyclus (zie illustratie) begon met onrust en opstanden die leidden tot een grote mate van gelijkheid, vrijheid, zelforganisatie en sociale verbondenheid. Na verloop van tijd worden die zelforganisaties ondermijnd en wordt de markt de dominante manier voor het toewijzen van grond, arbeid en kapitaal. Mensen worden afhankelijk van de markt. Uiteindelijk gaat de financiële markt overheersen en wordt kapitaal vooral geïnvesteerd in financiële producten zoals staatsschulden. Die financiële producten leveren meer rendement op dan investeringen in de ‘productieve’ sector.

Via de staatsschuld hebben die vermogenden een stevige invloed op het bestuur van stad of land. Invloed die wordt vergroot door het ‘kopen’ van overheidsposities. Posities die vervolgens worden gebruikt om de regels van het spel naar eigen voordeel aan te passen. Daarnaast besteedt die nieuwe marktelite haar geld aan uiterlijk vertoon zoals grote huizen en kunst. “De marktelite is,” zo omschrijft Van Bavel het, “praktisch gezien de nieuwe feodale elite geworden. Machtsmiddelen worden ingezet om markten te vervormen naar eigen belang.”

Een interessante analyse waardoor je met andere ogen naar het heden kijkt.

Middeleeuws Irak

In de Volkskrant een interessant interview met econoom Bas van Bavel. Van Bavel heeft een boek geschreven met als titel De onzichtbare hand. Een boek over hoe markteconomieën  opkomen en neergaan, zo valt in de krant te lezen. Die neergang was: “niet op de eerste plaats het werk (…) van bemoeizuchtige overheden, buitenlandse rivalen of verwende werknemers. Het verval komt van binnenuit: de markt helpt zichzelf om zeep.” Van Bavel heeft hiervoor economisch historisch onderzoek gedaan en het wedervaren van de Italiaanse stadstaten, onze eigen pruikentijd en het Middeleeuwse Irak bestudeerd: “Stuk voor stuk zijn het markteconomieën. En elk vielen zij na een indrukwekkende bloeiperiode ten prooi aan de onvermijdelijke stagnatie.”

Sykes_picot

Illustratie: Wikimedia Commons

Ik heb het boek (nog) niet gelezen, dus een oordeel kan ik niet vellen over het onderzoek en de conclusies. Wat ik wel kan is mijn verbazing uitspreken over zijn onderzoek naar Middeleeuws Irak. Menig ‘islamhater’ zal betogen dat Irak, net als alle islamitische landen nog steeds in de Middeleeuwen verkeert, maar dat is een hele andere discussie die ik hier niet wil voeren. Van Bavel bedoelt het Irak ten tijde van het Europees historische tijdvak de Middeleeuwen. De periode van grofweg 500 tot 1500. Een Irak in die periode? Ja, de stad Bagdad kende een gouden periode. Het was een belangrijk knooppunt van handelsroutes vanuit China, het Indisch subcontinent en het eilandenrijk dat nu Indonesië heet, aan de ene kant en het Middellandse zeegebied en West- Europa aan de andere kant. In 1920 werd het de hoofdstad van het Britse mandaatgebied Mesopotamië en pas in 1921 ontstond het koninkrijk Irak, nog steeds onder Brits bewind. Pas toen ontstond Irak.

De grenzen van dat mandaatgebied werden bepaald via koehandel tussen de Britten en de Fransen. Koehandel tijdens de Eerste Wereldoorlog waarbij de Britten en Fransen het Ottomaanse rijk verdeelden alvorens het was verslagen. Namens de Britten speelde Mark Sykes en namens de Fransen Georges Picot hierbij een hoofdrol.

Hoe kun je de economie van een land bestuderen dat nog niet bestond? De Abbasiden waren er de baas, de Seltsjoeken, de Mongolen en daarna het Ottomaanse Rijk. Allemaal rijken die veel groter waren dan het huidige Iraakse gebied. Hoe kun je dan spreken over Irak? Net zoals je ook niet kunt spreken over Nederland in de Gouden Eeuw. Wellicht doet het aan de economische conclusies van Van Bavel geen afbreuk. Historisch rammelt het.