Inburgeren

Inburgeren(Illustratie: xiosvowinburgering.wikispaces.com)

Inburgeren, sinds het begin van dit millennium is dit een veel gebruikt woord. Wil je vanuit het buitenland naar Nederland migreren, dan moet je inburgeren. Hiervoor moet je zelfs een examen afleggen. Liefst al voor je naar Nederland komt. Ook als je als vluchteling een status krijgt, moet je inburgeren en moet je binnen drie jaar een inburgeringsexamen afleggen.

Ondanks al deze inspanningen, lijkt het voor nieuwkomers onmogelijk om er echt bij te horen. Van migrant of vluchteling wordt je allochtoon. En allochtonen horen er ook niet echt bij en moeten iets doen om als volwaardig burger te worden gezien. Zelfs als je familie hier al drie generaties woont en je hier geboren bent, dan nog ben je een ‘derde generatie’ allochtoon en hoor je er nog steeds niet echt bij. Het inburgering- en integratiebeleid bereikt zo haar doel niet.

Hoe kan het dat het voldoen aan alle verplichtingen en het halen van alle examens er nog niet toe leidt dat je volledig ingeburgerd bent? Haal je een examen dan ben je toch geslaagd? Hoe kan het dat je toch niet als volwaardig lid van de gemeenschap wordt gezien?

Inburgeren is opgenomen worden in een gemeenschap zo valt te lezen in de Van Dale. Deze beschrijving lezend, is er sprake van een tweezijdige handeling. Aan de ene kant het individu dat erbij wil horen en aan de andere kant de gemeenschap die een individu in haar midden opneemt. En in deze definitie ligt de nadruk op het opnemen.

Als nu dat individu alles doet wat er wordt gevraagd, het haalt alle ‘inburgeringsdiploma’s, zou het falen van de inburgering dan niet aan de gemeenschap kunnen liggen? Dat is immers de andere betrokkene. Zou het niet kunnen zijn dat die gemeenschap de nieuwkomer er eigenlijk niet bij wil hebben?

Integratie is betaald werk

“Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht?” Die vraag stelt bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos in een artikel waarin hij ingaat op de integratieproblemen van diverse vluchtelingengroepen. Hij constateert dat alle vluchtelingengroepen minder actief zijn op de arbeidsmarkt en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand. Het is natuurlijk jammer dat veel vluchtelingen geen werk hebben. Maar, er knelt iets.

werk(Illustratie: hi-re.nl)

Heeft hoogleraar Dagevos niet een erg beperkte kijk op het leven? Hij schrijft alleen maar over vluchtelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Is er niet meer in het leven dan (betaald) werk? Zou het niet over meer moeten gaan? Weten deze nieuwkomers hun weg te vinden in het verenigingsleven? Weten ze hun weg te vinden naar allerlei bedrijven en instanties die iets voor hen kunnen betekenen of omgekeerd, waarvoor zij iets kunnen betekenen? Hoe verloopt het contact en het samenleven met mensen die hier al langer zijn, die ‘autochtonen’ worden genoemd? Een vreemd woord trouwens. Ook dit is tweerichtingsverkeer en daarom zou ook bekeken moeten worden wat ‘autochtonen’ doen om in contact te komen en samen te leven met de nieuwkomers.

Dagevos beperkt ‘integratie’ tot het hebben van betaald werk. En als dat integratie is, zijn ‘autochtonen’ die geen betaald werk hebben dan ook niet ‘geïntegreerd’? Zet hij, door op deze manier te spreken, deze mensen niet in een hokje? En wat zegt hij hiermee over onze gepensioneerden? Ook die hebben geen betaald werk.

Integratie is, volgens Van Dale, het maken van of opnemen in een groter geheel. Bij Dagevos lijkt het grotere geheel alleen uit werkenden te bestaan.

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Emigranten en smokkelaars

“Om smokkelaars daar te treffen waar het pijn doet en migratiestromen dicht bij de bron op te vangen, moeten militaire acties in de eerste plaats gericht zijn op de bestrijding van smokkelaars, hun routes en criminele netwerken,” aldus VVD kamerlid Han ten Broeke in De Volkskrant. Bestrijden van mensensmokkel is een goede zaak, niets dan lof voor dit streven. Toch wringt er iets.

smokkelaars

(Foto: www.welingelichtekringen.nl)

De smokkelaars zijn eigenlijk een bijzonder soort ‘reisbureau’. De relevante vraag is of deze ‘reisbureaus’ voorzien in een behoefte of een behoefte creëren? Als ze een behoefte creëren dan kan bestrijden een optie zijn. De behoefte wordt dan immers niet meer gecreëerd en dat zou kunnen betekenen dat er niet meer gemigreerd wordt.

Als deze smokkelaars in een markt zijn gesprongen omdat er een behoefte is, dan is het maar de vraag of deze behoefte verdwijnt als er geen smokkel meer is. Ook als de smokkelaars de behoefte hebben gecreëerd is dit de vraag. Ervaringen in andere markten leren dat het zeer lastig is een eenmaal opgewekte behoefte te laten verdwijnen. Een smokkelaar, is niet meer dan een tussenpersoon. En zoals in elke andere branche kun je de tussenpersoon overslaan. Ook kunnen er nieuwe ‘reisdiensten’ worden ontwikkeld.

Bestrijden van de smokkelaar zal de migrant niet stoppen. Daarvoor moeten we iets doen aan de beweegredenen. Die kunnen gevonden worden in de politieke -, de veiligheids-, de economische – en de sociale situatie in het land van vertrek. Dat is de bron. Met name als het om de economische situatie gaat, is werken aan de bron ook werken aan onszelf, bijvoorbeeld door rechtvaardige handelsvoorwaarden. Voorwaarden die de landen van herkomst de mogelijkheid bieden om hun bedrijvigheid te beschermen.

Prikker, maandag 18 mei 2015