Werken en leven of leven en werken?

“Minder cv-pimpcursussen, meer Deltawerken,” met die woorden sluit Jesse Frederik zijn artikel op De Correspondent af. In dit artikel pleit hij ervoor om het oude Keynesiaanse conjunctuurbeleid weer van stal te halen. Beleid waarbij de overheid in tijden van crisis investeert om werkgelegenheid te behouden en minder in te zetten op het nu in de mode zijnde ‘employability’.

werken en leven

(Foto: hetbeterewerken.nl)

Werk, en dan vooral betaald werk, is de afgelopen decennia heilig verklaard. Werk is, of beter gezegd wordt gezien, als de hoogste vorm van maatschappelijke participatie (Participatiewet) en de beste manier om in te burgeren. Zonder werk neem je niet deel aan de samenleving. Werk zorgt voor structuur in het leven van mensen. En zo kan ik doorgaan met het benoemen van eigenschappen die we verbinden aan het hebben van werk. We stemmen het onderwijs erop af, kinderen voorbereiden op hun plek op de arbeidsmarkt, dus op werk. Volwassenen moeten een leven lang leren om hun employability te vergroten.

Door al deze zaken exclusief te verbinden aan betaald werk, lijkt werk onmisbaar te worden voor het goede leven van een mens. Inderdaad werk zorgt voor structuur, kan sociale contacten opleveren, kan je eigenwaarde een boost geven, kan bijdragen aan het veroveren van je plek in de samenleving. Dat kan allemaal. Participeren, inburgeren, deelnemen aan de samenleving, structuur hebben in je leven, het kan allemaal ook zonder werk.

Leven we om te werken, zoals het nu wordt uitgelegd, of werken we om te leven?

In een tijd waar volledige werkgelegenheid, door steeds verdergaande automatisering in toenemende mate buiten bereik raakt en groepen mensen al bijvoorbaat kansloos zijn op de arbeidsmarkt, is deze vraag een maatschappelijke discussie waard.

Prikker, woensdag 27 mei 2015

Zomerschool

“Slechts de helft van de zittenblijvers slaagt erin om later een diploma te halen op zijn schoolniveau. Daarmee is zittenblijven niet erg effectief, oordeelt de Onderwijsinspectie. Staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs) denkt dat zomerscholen uitkomst kunnen bieden”, zo valt te lezen in een bijzonder artikel in De Volkskrant. Bijzonder omdat het vol staat met dubieuze bewering en redeneringen.

De kinderen zelf geven aan dat persoonlijke begeleiding zou kunnen helpen. Maar die moet er alleen zijn voor de unieke leerling (is niet ieder kind uniek?) en volgens minister Dekker voor toptalent. Lezen we hier een pleidooi voor ongelijke behandeling?

Zomerschool

(Foto: strabrecht.nl)

Minister Dekker denkt het op te kunnen lossen met zomerscholen. Hij weet dit al voordat ze er zijn.  Hoe zit het met zaterdagscholen, meer leraren voor de klas en andere mogelijkheden? Halen de kinderen trouwens wel een diploma als ze niet blijven zitten?

Ah, daar is al naar gekeken. Iets verderop valt te lezen dat zomerscholen de goedkoopste oplossing zijn. Kleinere klassen zijn te duur en ‘vaardigere’ docenten komen pas als de salarissen stijgen. Dus de zittenblijvers gaan naar zomerscholen en worden daar door minder vaardige docenten begeleid? Vervolgens hopen we dat dit werkt. Zouden vaardigere docenten niet meer opleveren? Die zijn dan immers voor alle leerlingen beschikbaar.

Dan heeft het Centraal Planbureau berekend dat zittenblijven 500 miljoen kost en 900 miljoen minder belastinginkomsten oplevert. En daarmee kom ik bij het belangrijkste punt: wat is het doel van onderwijs? Is dat de ontwikkeling van kinderen tot zelfstandige burgers? Of is dat het zo goedkoop mogelijk leveren van loonslaven. Is het onderwijs er voor het kind en de samenleving of voor de economie? Daar moeten we het over hebben. Want als het is om loonslaven op te leiden, dan kunnen we daar beter mee stoppen en de kinderen onwetend laten.

Prikker, woensdag 15 april 2015

Ingehaald door de geschiedenis

“Na de opstand van de Griekse kiezers die vorige week Syriza aan de macht hielpen, was het dit weekend de beurt aan Podemos,” aldus het Commentaar in De Volkskrant van dinsdag 3 februari 2015.  Een korte zin, waarmee Hans Wansink het commentaar opent. Kort, maar wel een bijzonder zin.

Griekse crisie

(Foto: wonenwerkengriekenland.com)

Bijzonder, omdat er in Griekenland gewoon verkiezingen zijn gehouden op een manier zoals ze dat daar altijd doen. En verkiezingen vormen het enige moment in de democratie dat het volk, tenminste het deel dat mag en gaat stemmen, zich uitspreekt. De rest van de tijd is het volk vertegenwoordigd door het parlement en afwezig. Het volk doet dat als kiezer en heeft gewoon gekozen. Vanwaar dan opstand?

Het woord opstand suggereert een volgend soort redenering: ‘Wij (maar wie die wij zijn is niet duidelijk) hebben voor jullie arme Grieken bepaald wat goed voor jullie is. Kom ons nu maar bedanken voor wat wij voor jullie hebben bedacht door allemaal het kruisje op de juiste plaats te zetten.’ In het kort: wij zijn de baas en jullie ons stemvee. Een nogal paternalistische manier van denken. Wellicht is het wel dit paternalisme dat de Griekse kiezer heeft doen besluiten om anders te kiezen. En dat is het goed recht van de Grieken. Een opstand is het echter niet. Dat zou het zijn als Syriza een staatsgreep had gepleegd.

Dat de kiezer de traditionele partijen vaarwel zegt, zal er zeker mee te maken hebben dat zij allemaal dezelfde oplossing bieden. De door Wansink genoemde bezuinigingspolitiek, geformuleerd vanuit eenzelfde neoliberale denken dat de problemen heeft veroorzaakt.

Zou het zijn dat het probleem niet wordt gevormd door de kiezers, maar de traditionele partijen zonder alternatieve ideologie, ideeën en oplossingen. Partijen die Thatcher parafraseren als ze zeggen dat er geen andere oplossing is dan bezuinigen. Dat deze partijen zijn ingehaald door de kiezer en door de geschiedenis en dus overbodig zijn?

Prikker, dinsdag 3 februari 2015

Waartoe zijn wij op aarde?

“Volgens een onderzoeksrapport van het CPB dat zaterdag verscheen, kost zittenblijven de schatkist jaarlijks 500 miljoen euro aan directe kosten. Dit komt naast de geschatte 900 miljoen aan indirecte kosten door het later betreden van de arbeidsmarkt.” Dit valt te lezen in de Volkskrant en is afkomstig uit een onderzoeksrapport van het CPB. In dit artikel geeft de leraar van het jaar 2014, Jasper Rijpma, zijn visie op hoe het beter kan.

zitten blijven

(illustratie: Joris Snaet)

Het gaat mij hier niet over de ideeën van Rijpma. Het gaat mij om wat we hier zeggen. En met zeggen bedoel ik niet de letterlijke boodschap over de miljoenen, maar het wereldbeeld achter een dergelijke formulering. Wat hier wordt gezegd komt erop neer dat de economie het allerbelangrijkste en dat de mens een productiemiddel is. In de ogen van neoliberalen in deze wereld zal dit heel normaal zijn. Voor hen is de markt heilig en moet alles hieraan ondergeschikt worden gemaakt. In hun wereld moet onderwijs jeugdigen voorbereiden op hun  plek op de arbeidsmarkt, klaarstomen tot productiemiddel.

Laat ik altijd gedacht hebben dat we onze kinderen naar school laten gaan om hen kennis van de samenleving bij te brengen en vaardigheden die zij nodig hebben om deel te kunnen nemen aan deze samenleving. Laat ik altijd gedacht hebben dat de samenleving uit meer bestond dan alleen de economie. Laat ik altijd gedacht hebben dat het onderwijs onze kinderen moest ondersteunen bij het ontdekken en ontplooien van hun talenten. Laat ik altijd gedacht hebben dat onderwijs, net als kunst, een eigen intrinsieke waarde heeft.

Helaas, ik blijk ernaast te zitten. Om de catechismus te parafraseren: Waartoe zijn wij op aarde? Om de economie te laten groeien en daarvoor als grondstof te dienen. Tijd voor een nieuwe ‘ontkerkelijking’!

Prikker, woensdag 21 januari 2015