Klimaat en klimaat

Ik schrijf al een paar jaar ‘Prikkers’ om mensen aan het denken te zetten. Prikkers die je kunt zien als kritiek op iets of iemand. Na het lezen van een artikel van Tim Engelbart bij DDS vraag ik me af of dat eigenlijk wel mag. Waarom? Wie ben ik om iemand de maat te nemen?

Illustratie: Pixabay

Volgens Engelbart mag ‘weerman’ Gerrit Hiemstra geen kritiek leveren op Thierry Baudet van het Forum voor Democratie. Engelbart: “klimaatverandering bestaat en wordt door de mens een weinig opbeurend handje geholpen. Dat zijn gewoon de feiten, en het is inderdaad onverantwoordelijk van Thierry Baudet dat hij zich tegen deze wetenschappelijke consensus keert.” Maar, zo beweert Engelbart: “het is niet de taak van de NOS om hele politieke partijen door het slijk te halen. Daarvoor zijn weer andere politieke partijen, maar niet de weermannen van het Achtuurjournaal. Schoenmaker, blijf bij je leest!” Gelukkig ben ik Ballonnendoorprikker die zichzelf de opdracht heeft gegeven om rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak te stellen. Dus bij deze.

Hiemstra mag geen kritiek leveren op de ‘klimaat en milieuanalyse’ van Baudet want hij is geen politieke partij. Sterker nog, hij is ‘de NOS’ en dat moet een ‘bolwerk van politieke neutraliteit zijn. Een vreemde redenering om drie redenen.

Als eerste wordt Hiemstra vereenzelvigd met de NOS. Dus iemand die voor een bedrijf werkt is dat bedrijf. Iemand die twee baantjes heeft is dus twee bedrijven. Een bijzondere redenering. Dit zou betekenen dat onze premier Nederland is. Onze koning trouwens ook, net als de koningin. 

Als tweede, omdat Hiemstra ‘de NOS’ is, moet hij zijn mond houden. De NOS moet immers neutraal zijn en dat betekent, als ik Engelbart goed begrijp, dat de mensen die er werken geen mening mogen uiten. Als zij hun mening uiten dan schenden ze de neutraliteit van de NOS. Neutraliteit is het hebben van geen mening? Zou neutraliteit niet ook kunnen betekenen dat je verschillende ‘meningen’ een platform geeft om met elkaar in gesprek te gaan? 

Dan het derde en belangrijkste punt. Volgens Engelbart mogen alleen politici andere politici de maat nemen en aanspreken op eventuele ‘onzin’ die ze uitkramen. Laten we het eens omdraaien. Mag Baudet zich dan wel uitspreken over klimaatverandering? Is klimaatverandering dan niet het exclusieve terrein van klimaatwetenschappers? De geschiedenis het exclusieve terrein van historici en stukadoren van stukadoors? Daarom vroeg ik mij af of ik eigenlijk wel stukjes mag schrijven.

Zijn de samenleving, het maatschappelijk klimaat, de wetenschap, het klimaat en vooral de politici er niet juist bij gebaat dat mensen van divers pluimage met elkaar in gesprek gaan? Dat een klimaatdeskundige, historicus of natuurkundige een politicus aanspreekt? Dat zij zich in het debat mengen en dit voorzien van de wetenschappelijke inzichten?

Het kind en het badwater

Pegida, de beweging die zich keert tegen vluchtelingen, migranten en de islam, demonstreerde in Den Haag. Een demonstratie waarbij tientallen mensen zijn opgepakt. Zij werden door de politie aangehouden, omdat er een ordeverstoring dreigde. Volgens de berichtgeving bij de NOS ging het hierbij voornamelijk om tegendemonstranten.

Demonstratie Pegida tegen de huidige vluchtelingenstroom

Foto: nos.nl

Van Dale beschrijft de openbare orde als: ”de maatschappelijke rust en orde,” waarbij orde begrepen moet worden als “een regelmatige plaatsing of schikking van iets.” Verstoring van de openbare orde is dan iets wat de normale regelmatigheid verstoort en daarmee de maatschappelijke rust. Aangezien een demonstratie niet tot de ‘normale regelmatigheid’ behoort, is er bij een demonstratie dus al sprake van een verstoring van die openbare orde. Maar in onze democratie hebben we het recht om onze mening te uiten en dat kan ook in een demonstratie, maar dan moet je wel een vergunning hebben om te demonstreren.

Een demonstratie, of uiting van een mening door een grote groep, kan ertoe leiden dat de omstanders aanstoot nemen aan die mening en hun afkeer van die mening duidelijk laten horen. Dat moet kunnen in een gezonde democratie. Het wordt pas een probleem als het tot een handgemeen of erger een vechtpartij komt. Pas dan is de openbare orde in de klassieke zin, in het geding. Dan wordt het recht met geweld in eigen hand genomen en dat kan niet, omdat de overheid immers het geweldsmonopolie heeft. Dan moet de overheid optreden.

Gaat de overheid niet te ver als zij het laten horen van een tegengeluid bij een demonstratie ziet als een verstoring van de openbare orde? Belemmert de overheid daarmee niet het publieke debat? Zeker als “Agenten … een linkse activist die met Pegida-aanhangers in discussie ging,” arresteerden. Is het in gesprek gaan, of het voeren van een discussie een (dreigende) verstoring van openbare orde?

Wordt zo een gesprek, discussie of debat tussen mensen met verschillende opvattingen niet onmogelijk? En moet een sterke democratie het niet juist van een gesprek, die discussie of dat debat hebben? Gooit, de overheid door zo te handelen, het democratische kind niet met het badwater weg?