Kosten-batenanalyses

MKBA(Illustratie: brusselsering.be)

“Tegenstanders zeggen dat het beprijzen van een mensenleven pertinent fout is. Voorstanders zeggen dat zo’n plafond ervoor zorgt dat geld in de gezondheidszorg beter uitgegeven wordt, zodat we per saldo meer levens redden dan nu het geval is. Een vorm van kosten-batenanalyse kan eraan bijdragen dat elke euro de meeste levensjaren redt.”  Dit schrijft Manuel Buitenhuis in De Correspondent in een artikel over het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses. In dit artikel legt hij uit hoe dit instrument werkt en wat er de voor- en nadelen van zijn.

De meeste levensjaren redden. Dat lijkt een redelijke eis. Maar een dergelijke analyse lijkt mij heel lastig. Stel er wordt iets nieuws uitgevonden dat zeer duur (bijvoorbeeld € 250 miljoen per geval) is en maar in een paar gevallen te gebruiken is. Dan zul je op basis van een kosten-baten analyse tot de conclusie komen dat je van dit geld duizenden mensen kunt helpen. Eén leven tegenover deze duizenden. Ik zou het wel weten!

Of toch niet? Een dergelijke analyse maken voor het heden, is nog wel te doen. Maar hoe nemen we de verdere doorontwikkeling van dit dure nieuwe mee? Stel dat die doorontwikkeling leidt tot een 100% genezing van kanker tegen de prijs van een pakje margarine? Maar zonder die eerste stap komt deze doorontwikkeling er niet. Als we dat nu zouden weten, zouden we dan nog steeds kiezen voor de duizenden?

Absurd? Veel van onze huidige hightech hulpmiddelen zijn ontstaan als spin-off van zeer dure overheidsinvesteringen. Investeringen waarvan op voorhand niet duidelijk was of het iets zou opleveren, maar die ons internet, mobiele telefonie, GPS en nog veel meer opgeleverd hebben. Investeringen die er met een kosten-batenanalyse niet waren gekomen.

De wereld van Uber

Uber de ‘taxidienst’ biedt mensen zonder een eigen auto de mogelijkheid om een auto met korting te huren. Zo kunnen ook zij aan de slag voor het bedrijf. “Voor ruim 28 euro per dag hebben ze een maand lang een auto, benzinekosten niet inbegrepen. Volgens Uber is dat bedrag makkelijk terug te verdienen: wie op de juiste tijden de weg op gaat, kan 120 euro per dag ophalen. Daar gaan wel nog bemiddelingskosten voor Uber (bijna 25 procent) vanaf. Ook moeten de chauffeurs belasting afdragen over hun inkomsten.*

Uber

(foto: onwardstate.com)

Je kunt dus makkelijk € 120 per dag ophalen.  Daar moet als eerste de 25% bemiddelingskosten vanaf, € 24. Vervolgens de huur van de auto, € 28. Blijft er € 68 over. Oh nee, de benzinekosten moeten er vanaf. Een taxi van een centrale rijdt gemiddeld 18 kilometer per uur**. Dat is bij een werkdag van acht uur ongeveer 145 kilometer. Bij een verbruik van 1 op 14 is dat 10 liter benzine van €1,70 per liter, dus €17 kosten. Zo blijft €51 over. Dat is € 6,375 per uur. Bijna € 2,30 minder dan het minimumloon bij een veertigurige werkweek.

Met een werkdag van acht uur per week, een werkweek van 40 uur en dat 52 weken per jaar, haalt de chauffeur een inkomen van € 13.260. Dus zonder vakantie. En daar moet nog belasting over worden betaald. €1.700 meer dan een alleenstaande bijstandsgerechtigde. Heeft de chauffeur een partner, dan is dit €3.200 minder dan hij aan bijstand zou ontvangen. Inderdaad is die huur makkelijk terug te verdienen, echter zonder er een boterham mee te verdienen.

Uber is een van die innovatieve bedrijven waarvoor de wet- en regelgeving niet meer past. Wellicht moeten we ons eerst afvragen in welke wereld we willen leven.

Prikker, dinsdag 28 juli 2015