Uitgelicht

Weten zonder kennen

“Ik hou er niet van om leed te vergelijken. Overal gebeuren altijd vreselijke dingen.” Schrijft Phaedra Haringsma bij De Correspondent i naar aanleiding van een reactie van een lezer op haar artikel. Haringsma vraagt zich in haar artikel af: “wat is herstel precies, en hoe ziet het eruit? “Immers: “Dat blijkt de trillion dollar question, waarop bewustwording en betalingen maar een deel van het antwoord zijn.” De lezer plaatst wat vraagtekens bij dat herstel want: “er is zoveel onrecht geweest in het verleden,” en: “Ik ben er niet zo zeker van dat slaven (vooral huisslaven) het altijd slechter hadden dan de landarbeiders in Zeeland of de sloppenbewoners van Amsterdam in de 19e eeuw.” Interessante vragen waarop het antwoord alleen maar via ‘leedvergelijking’ is te geven.

Haringsma is niet van de leedvergelijking: “Maar vanwege uw vergelijking met Zeeland en Amsterdam, waar slavernij verboden was, vind ik het nodig om Anton de Koms passage uit 1934 met u te delen: ‘Claas Badouw, directeur van de plantage La Rencontre, beschuldigde zijn slaaf Pierro ten onrechte een poging gedaan te hebben hem te vergiftigen. Pierro werd in het kookhuis gebracht, waar men hem de tien vingers en de tien tenen afhakte met een scherpe beitel. Vervolgens dwong men hem deze op te eten. Badouw nam daarop zelf een mes en sneed een oor van de slaaf af, dat hij eveneens op moest eten. Toen sneed de blanke gentleman met een scheermes Pierro’s tong af en gelastte hem deze in te slikken. Stervende van de pijn stamelde Pierro met het stompje van zijn tong enkele klanken. Badouw geraakte hierdoor in een zodanige woede, dat hij met een nijptang ook het overige stuk van zijn tong uitrukte. Men bracht Pierro vervolgens naar de kade van de rivier, bond hem aan een oude tentboot vast en poogde hem levend te verbranden door droge kantras in brand te steken. Daar de kantras geen vlam wilde vatten, gaf Badouw het bevel om de arme slaaf los te maken, goed te geselen en hem levend in een kuil te begraven, hetgeen dan ook volgens de orders van deze beschavingsbrenger is geschied. Als enige straf werd Badouw als directeur ontslagen en uit het land verbannen.’”

Iedereen die dit leest zal oordelen dat de behandeling die Pierro kreeg gruwelijk was. Dit is echter geen historische vergelijking. Want waarmee wordt de behandeling van Pierro vergeleken? Niet met de manier waarop de landarbeiders in Zeeland of de sloppenbewoners in Amsterdam werden behandeld. Haringsma geeft een anekdote maar wat zegt dit ene geval over de behandeling van slaven? Handelt de behandeling van Pierro wel over de omgang met slaven? Dat Pierro een slaaf was, wil niet zeggen dat de behandeling die hij kreeg kwam vanwege die hoedanigheid. Pierro werd door zijn eigenaar beschuldigd van een poging tot vergiftiging (moord). Wat zien we als we de behandeling van Pierro vergelijken met de omgang met van misdaad verdachte personen? Nu is mij niet precies duidelijk in welke tijd Pierro werd mishandeld en dat maakt een goede vergelijking lastig. Pierro was slaaf en dan moet het voor 1863 zijn geweest.

Op twee maart 1757 wordt Damiens veroordeeld tot ‘openbare schuldbelijdenis voor het hoofdportaal van de Notre-Dame van Parijs: daarheen zal hij worden gevoerd, gereden op een kar, slechts gekleed in een hemd, met een brandende, twee pond zware toorts in zijn hand’ Daarna: ‘ op genoemde kar, en op een schavot dat op de Place de Grève is opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid; de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelharsen een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” Met deze passage opent Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis van Michel Foucault. Damiens was Robert-François Damiens. De ‘vadermoord’ die hij had begaan bestond uit een mislukte aanslag op het leven van koning Lodewijk XV. Het mes dat Damiens had gebruik om op de koning in te steken was amper door de zware kledij van de koning gedrongen. Dat de Franse koning het slachtoffer was, zal hebben meegewogen in de strafmaat. Dat maakt dat dit voorbeeld niet maatgevend is voor straffen in de achttiende eeuw.

Voor een meer algemeen beeld het volgende. In die achttiende eeuw, en ook de eeuwen ervoor, bestond het strafproces uit een verhoor. Nee dat bestond niet uit een rechercheur die je een kopje koffie aanbood en vervolgens verschillende keren op een andere manier naar hetzelfde vroeg. Dat bestond uit een ‘tortuur’ of te wel een foltering met als doel om je een bekentenis af te dwingen. Je werd en soms ook echt letterlijk op de pijnbank gelegd. Na die bekentenis kreeg je een straf opgelegd. Als dat nog nodig was want geregeld overleefde iemand het verhoor niet. Die strafoplegging kon bestaan uit, van licht naar zwaar: de schandpaal, geseling, brandmerking, verminking (het afhakken van ledematen, het uitsteken van ogen. Hierbij werd vaak ‘oog om oog’ toegepast) en als laatste de doodstraf (via verwurging, onthoofding). Het tortuur werd in de Republiek in 1798 afgeschaft. Lijfstraffen (met uitzondering van geseling) werden in Nederland pas in 1854 afgeschaft.

Zonder slavernij of de bestraffing van misdadigers te plaatsen in haar historische context vel je op basis van je huidige referentiekader een oordeel over een fenomeen in het verleden. Alleen als je handelingen van onze voorouders in hun tijd beziet, kun je erover oordelen en kun je begrijpen waarom ze handelden zoals ze handelden. Daarvoor moet je ‘leed vergelijken’. ‘Leed vergelijken’ of zoals de filosoof R.G. Collingwood het noemt ‘her-denken’. Collingwood wilde het verleden begrijpen. Begrijpen, niet om er onvermijdelijke wetmatigheden in te ontdekken en zo de toekomst te voorspellen. Nee, hij wilde begrijpen waarom mensen in het verleden handelden zoals ze handelden. Voor Collingwood is alle geschiedenis, geschiedenis van denken, van gedachten. Hoe dat werkt? Collingwood: “De historicus van de filosofie probeert bij het lezen van Plato te weten wat Plato dacht toen hij zichzelf in bepaalde woorden uitdrukte. De enige manier waarop hij dat kan doen, is door het zelf te denken. Dit is in feite wat we bedoelen als we spreken van het ‘begrijpen’ van de woorden. Zo probeert de historicus van de politiek of oorlogvoering die een verslag van bepaalde handelingen van Julius Caesar onder ogen krijgt, deze handeling te begrijpen, dat wil zeggen door te ontdekken welke gedachten in Caesars geest hem ertoe brachten ze te verrichten. Dit houdt in dat hij voor zichzelf de situatie onder ogen ziet waarin Caesar zich bevond en voor zichzelf te denken wat Caesar omtrent de situatie dacht en de mogelijke manieren om zich ermee in te laten. De geschiedenis van gedachten en daarom alle geschiedenis, is de heropvoering van verleden gedachten in de eigen geest van de historicus.”1

Zonder een leedvergelijking zoals de betreffende lezer het voorstelt, kun je niet oordelen over het verleden. Zonder de bestraffing van Pierro in de context van de tijd waarin ze plaatsvond te bezien, is een oordeel over die behandeling niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor de behandeling van slaven. Ook die moet je bezien in haar tijd en dus in bijvoorbeeld de verhouding tot de manier waarop er naar arbeid en de arbeidsverhoudingen werd gekeken. Zo werd loonarbeid eeuwenlang als onvrije arbeid gezien, als slavernij in een iets andere vorm. Alleen als je echt geen andere keus had dan verhuurde je jezelf voor loon. Want als je voor loon werkte dan was je van de ‘baas’. Die kon je geselen als je in diens ogen niet hard genoeg werkte of iets verkeerd deed. Zonder leedvergelijking weet je iets maar ken je niets.

1R.G. Collingwood, The idea of history, pagina 215 (vertaling Van der Dussen, Filosofie van de geschiedenis. Een inleiding, pagina 147)