Leeftijd of loten?

                Volgens ethicus Fleur Jongepier, zo schrijft ze in de Volkskrant, rammelt het draaiboek ‘code zwart’. Dat draaiboek moet het medisch personeel helpen in het geval dat er gekozen moet worden wie er een ic-bed krijgt als alles vol ligt en er meerdere kandidaten zijn voor een bed. In het draaiboek wordt er dan eerst gekeken naar hoe lang iemand een ic-bed bezet houdt. Het bed gaat dan naar de persoon die er naar verwachting het kortst gebruik van maakt. Als er dan nog meerdere ‘kandidaten’ zijn, komt een persoon die onbeschermd in de zorg moest werken aan de beurt. Zijn er dan nog meerdere patiënten, dan wordt er naar leeftijd gekeken. Zo is tenminste het voorstel. Jongepiers bezwaar richt zich tegen de keuze voor leeftijd. Jongepier: “het morele fundament onder het draaiboek rammelt aan alle kanten.” Ze geeft vijf redenen waarom leeftijd geen goed criterium is. Nu ben ik geen ethicus, maar bij haar redenen zijn wat kanttekeningen te plaatsen.

Bron: Wikipedia

                Jongepiers eerste reden: “Het is niet alsof we allemaal een vooropgestelde levensduur hebben die wel of niet bijna ‘op’ is, of die we zouden ‘verdienen’ of waar we ‘recht’ op zouden hebben. Sowieso moet je levens niet met elkaar willen vergelijken of in de weegschaal leggen.” Een bijzonder argument. Inderdaad moet je levens niet met elkaar willen vergelijken of in de weegschaal leggen. Dat willen de opstellers van het draaiboek ook niet. Het draaiboek handelt echter over een situatie als we die luxe niet hebben. Dat wel twee of meer levens met elkaar vergeleken moeten worden. Dat we die luxe niet hebben omdat de middelen om iedereen te helpen er niet zijn. Dat er gekozen moet worden. Dat we niet allemaal een ‘vooropgestelde levensduur hebben’, is een waarheid als een koe. En, zoals Jongepier terecht stelt, de een sterft jong, de andere wordt 110. En als je van tevoren weet dat een persoon van 25 jaar, vijf jaar later sterft en de zeventigjarige uiteindelijk 110 wordt, dan zou je kiezen voor de zeventigjarige. Helaas weten we dat niet en moeten we het doen met statistische gegevens en die geven aan dat iemand van 25 naar verwachting nog meer levensjaren voor zich heeft dan iemand van 70. De enige zekerheid in het leven is dat het met de dood eindigt. En voor een jonger persoon ligt dat punt statistisch gezien verder weg. Dat maakt de keuze voor leeftijd te verdedigen.

                “ Als we het leeftijdscriterium consequent doorvoeren, dan heeft iemand die in januari 1940 is geboren voorrang op iemand die in februari van hetzelfde jaar is geboren. Dat is absurd. …Die keuze is arbitrair, en er wordt geen rechtvaardiging voor gegeven.” Dat in absurdum, de later geborene van een tweeling voor de eerder geborene gaat is inderdaad het gevolg van het hanteren van leeftijd als criterium. En ja, dat is absurd, maar is wel een gevolg daarvan. Leeftijd wordt echter op heel veel terreinen als criterium gebruikt. Zo ga je met 4 jaar naar school, niet met drie terwijl het ene kind er met drie aan toe is en het andere nog niet met vijf. In de sport wordt jeugd ingedeeld in leeftijdsgroepen bijvoorbeeld geboren in een bepaald jaar. Dat is in het algemeen in het voordeel van kinderen die in januari zijn geboren. Zij lopen gemiddeld immers bijna een jaar voor in ontwikkeling ten opzichte van in december geboren kinderen. Gevolg hiervan is dat er veel meer profvoetballers zijn die in de eerste helft, en vooral het eerste kwart van het jaar jarig zijn. Bij De Correspondent een mooi artikel hierover van Michiel de Hoog. Geen ethicus die zich hierover opwindt. Wat vreemder is, is dat Jongepier de opstellers van het handboek verwijt dat er geen rechtvaardiging voor wordt gegeven. Vreemd omdat het handboek juist is bedoeld als alle manieren om onderscheid te maken, zijn uitgeput. Als namelijk alle andere mogelijkheden om een keuze te maken, zijn uitgeput. Als schaarste moet worden verdeeld tussen gelijken.

                Als derde, aldus Jongepier: “het leeftijdscriterium is onliberaal.” Daarbij haalt ze de verdediging die Diederik Gommers gaf voor de keuze van leeftijd dat: “je het iemand ‘gunt om van het leven te mogen genieten.’” Maar: “het is niet aan Gommers, noch aan medisch ethici, en al helemaal niet aan de overheid, om burgers te vertellen wat ze anderen wel en niet moeten gunnen – vooral niet als dat het opofferen van hun eigen leven betreft.” Volgens Jongepier: ‘ondermijnt het draaiboek zoals dat er nu ligt dus de mogelijkheid om zelf beslissingen hierover te maken.” Dat Gommers zich ongelukkig uitdrukt maakt nog niet dat de overheid of medici iemand vragen het leven op te offeren. Het draaiboek is niet bedoeld om mensen te ‘vragen zich op te offeren.’ In die zin heeft Jongepier gelijk: het is onliberaal omdat er voor individuen wordt bepaald. Het is bedoeld om schaarse middelen te verdelen omdat de liberale keuze de schaarste niet kan verdelen. De overgebleven personen zijn niet bereid zichzelf ‘op te offeren’. Het is een oplossing voor het moment dat de vrije keuze het probleem niet oplost.

                Als vierde is: “het draaiboek (…) moreel instabiel.”  Dit omdat: “ het draaiboek eerst het leeftijdscriterium hanteert en vervolgens overspringt op twee andere principes. Wanneer het leeftijdscriterium geen nut heeft (bijvoorbeeld omdat iedereen die op de ic binnenkomt, 80-plus is), dan wordt in zo’n geval gekozen voor ofwel ‘wie het eerst komt, eerst maalt’ ofwel loting.” Een terecht punt van kritiek dat is op te lossen door die ‘overstap’ eruit te halen en alleen leeftijd te hanteren. Jongepier redeneert echter de andere kant op en stelt ‘loting’ voor.

                En daarmee komen we bij de vijfde reden van Jongepier: “ de weerstand tegen loting is onvoldoende gefundeerd.” Volgens Jongepier is loting minder pijnlijk en: “vaak beter te verteren. Te horen krijgen dat je vader, moeder of partner het verkeerde ic-lot had, is gruwelijk maar misschien minder gruwelijk dan te horen krijgen dat ze te oud waren, of dat er net iemand die een jaar jonger was binnengereden werd.” Dat klinkt logisch, maar wat als je te horen krijgt dat je kind van tien moet sterven omdat een tachtigjarige het ‘winnende lot’ had? Is het dan nog steeds zo goed te verteren? Aan wie laten we trouwens de controle op het ‘eerlijke verloop’ van de loting over? Moeten we dan een notaris toevoegen aan een ic om het eerlijke verloop van de loting te garanderen zodat er geen claims komen over gestuurde loting?

                Laten we hopen dat het nooit zover hoeft te komen dat het draaiboek ingezet moet worden. Maar als het dan toch moet, dan liever via leeftijd dan door loting.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.